A.J. Auxerre

Kwartfinale van de Uefabeker in het seizoen 1992-1993, titelverdediger Ajax zakt af naar het Stade de l’Abbé-Deschamps. De gastheren van de Nederlandse topclub hebben op dat moment vijf competitiewedstrijden op rij verloren, terwijl Ajax al bijna twee jaar ongeslagen is in de Europese competities. De troepen van Guy Roux verrassen de bezoekers uit Nederland echter compleet. Dankzij onder meer een goal van ex-Ajacied Frank Verlaat en twee goals in de laatste tien minuten wint AJ Auxerre de match met 4-2. In de terugmatch verspeelt Ajax de mogelijkheid om de Europese titel te verlengen, want de 1-0 thuisoverwinning volstaat niet om het in de halve finale te mogen opnemen tegen Borussia Dortmund. Behalve deze historische ontmoeting en de letter x in hun naam, hebben de twee clubs nog een heel grote overeenkomst: hun visie op de jeugd. Net zoals Ajax heeft Auxerre een gerenommeerde jeugdopleiding. Kun jij op basis van die fundamenten de club weer naar de Ligue 1 en Europees succes loodsen?

Stad en omgeving
Auxerre is de hoofdstad van het departement Yonne, dat deel uitmaakt van de Bourgogne. Auxerre ligt aan de oevers van de rivier waarnaar het departement genoemd is. De aanwezigheid van de Yonne, enkele waterbronnen en een geschikte oversteekplaats voor de rivier waren de belangrijkste redenen voor het ontstaan van de eerste nederzettingen in de buurt van de huidige stad. Na de Romeinse verovering won Auxerre aan belang. De belangrijke weg tussen Bretagne en Rome liep door de stad, waardoor gemakkelijk wijn en graan verhandeld kon worden. De naam Auxerre, een evolutie van de Romeinse naam Autessiodurum, is zowat het enige wat overblijft van de Romeinse cultuur, want van het amfitheater, de tempels en andere gebouwen is niets overgebleven. Later werd Auxerre belangrijk voor het vroege christendom in Frankrijk, mede door de bisschoppen Sint Amator, die een kathedraal liet bouwen, en Sint Germanus, bij wie de Ierse Sint Patrick twee jaar zou gestudeerd hebben. Door deze rijke christelijke geschiedenis telde Auxerre rond de tijd van de Franse Revolutie zevenentwintig kerken. De meest noemenswaardige vandaag zijn de Kathedraal van Saint-Etienne en de kerk van Saint-Pierre en Vallée. Daarnaast is ook de Abdij van Saint-Germain een bezoek waard.


Kathedraal van Saint-Etienne. Foto genomen door Nelson Minas

Ondanks het feit dat de stad te lijden had onder de vele oorlogen die van de middeleeuwen over de Franse Revolutie tot de Tweede Wereldoorlog werden uitgevochten, is het historische stadscentrum goed bewaard gebleven. In 1995 kreeg de stad het label Ville d’Art et d’Histoire toegekend en werd het centrum beschermd erfgoed. Onder de architecturale pareltjes uit verschillende tijdperken bevinden zich de Klokkentoren, het justitiepaleis en de brug Paul Bert.

Clubhistorie
De Association de la jeunesse auxerroise werd in 1905 opgericht de geestelijke Ernest Deschamps, abt van de Abdij van Saint-Germain en priester van de Kathedraal van Saint-Etienne. De vereniging had zowel een sportieve als educatieve functie. Onder meer gymnastiek, voorbereiding op de legerdienst, schieten en voetbal stonden op het programma. Meteen na de oprichting sloot de vereniging zich aan bij de sportfederatie FGSPF en nam ze deel aan een lokale voetbalcompetitie. Van 1906 tot 1914 was Auxerre onafgebroken de beste club van de Bourgogne. In de nationale competitie van de FGSPF werd één maal de finale en één keer de halve finale bereikt. De Eerste Wereldoorlog was ook voor A.J. Auxerre een ingrijpende gebeurtenis: meer dan veertig procent van de leden sneuvelden en na de oorlog moest de club zijn terreinen afstaan. In 1918 was Auxerre wel één van de achtenveertig stichtende clubs van de Franse Beker. Het team sloot zich ook aan bij de Franse Voetbalfederatie, waar het deelnam aan het kampioenschap van de Yonne. Na enkele jaren promoveerde de club naar de overkoepelende competitie van de Bourgogne.

Ook de Tweede Wereldoorlog eiste het leven van enkele spelers van de club, maar de ploeg bleef bestaan. In 1949 overleed oprichter Deschamps en als eerbetoon werd het stadion naar hem hernoemd. In 1951 miste de club de promotie naar de derde nationale divisie omdat hun keeper twee licenties had. De volgende jaren werd Auxerre geplaagd door financiële problemen en was er een echt komen en gaan van trainers. In 1961 deed de voorzitter een meesterzet door Guy Roux naar de club te halen, die enkel wou komen voor een rol als speler-trainer. Na een onderbreking om zijn militaire dienst te vervullen, maakte Roux van Auxerre een vaste waarde in de de lokale competitie en in 1971 dwong het team promotie af naar de derde divisie. Auxerre deed het meteen goed en promoveerde al in 1974 naar de tweede klasse. Voor deze promotie volstond een vierde plaats in het klassement, omdat de eerste drie ploegen reserveteams van eersteklassers waren. Ook in de Ligue 2 ging het Auxerre ogenblikkelijk voor de wind en de club eindigde de eerste seizoenen comfortabel in de linkerkolom. In 1979 bereikte de club als eerste amateurclub sinds 1933 de finale van de Franse Beker, waarin het verloor van FC Nantes. Het volgende seizoen dwong de ploeg zelfs de promotie naar de Ligue 1 af op de laatste speeldag van de competitie.


Legendarische trainer Guy Roux (links) met onder anderen Raymond Domenech (rechts). Foto genomen door Safia Otokoré.

Nog altijd onder leiding van Guy Roux, werd ook deze overgang zonder moeite verteerd. In 1984 eindigde Auxerre al als derde in de competitie. Verder bewijs van hun kwaliteit was het feit dat spelers Joël Bats en Jean-Marc Ferreri deel uitmaakten van het Franse nationale team dat het EK 1984 won. De club bleef meedraaien in de subtop van de competitie en mocht geregeld deelnemen aan de Uefabeker, waarin in 1990 voor het eerst de kwartfinale werd bereikt. In 1993 haalde Auxerre de halve finales ten koste van titelverdediger Ajax, waarin het na strafschoppen verloor van Dortmund. Het daaropvolgende jaar mocht de trofeeënkast voor het eerst geopend worden: Auxerre won de Franse Beker tegen Montpellier. In 1996 was het feest nog groter, want na een tweede overwinning in de beker werd Auxerre voor het eerst kampioen van Frankrijk, met onder meer Laurent Blanc als sleutelfiguur. Ook de volgende jaren bleef de ploeg een vaste waarde in de top van de Ligue 1 en mocht ze regelmatig deelnemen aan de Europese competities. Met spelers als Djibril Cissé, Mexès, Kapo en Boumsong tussen de lijnen won Auxerre in 2003 voor de derde maal de beker. In 2005 deden ze dit voor de vierde en laatste keer, meteen het afscheid van legendarisch trainer Guy Roux. Aanvankelijk kon Auxerre dit verlies goed opvangen en eindigde de ploeg nog eens op de derde plaats in 2010, maar twee jaar later degradeerde de club en maakte Auxerre voor het eerst in tweeëndertig jaar geen deel meer uit van de Ligue 1.

Faciliteiten
A.J. Auxerre speelt zijn thuiswedstrijden in het Stade de l’Abbé-Deschamps, genoemd naar de oprichter van de club. Het stadion biedt plaats aan 21.379 kijklustige fans. De stad Auxerre telt zelf iets meer dan 35.000 inwoners, dus voorlopig zit je wel goed qua capaciteit. Opmerkelijk feit is dat Auxerre, naast AC Ajaccio, de enige professionele club in Frankrijk is die zelf eigenaar is van zijn stadion. Het eerste stadion op de huidige locatie werd geopend in 1918, nadat de club zijn oorspronkelijke locatie had moeten afstaan. Pas begin jaren tachtig werd het stadion gevoelig uitgebreid, naar aanleiding van de promotie naar de Ligue 1. De laatste grote vernieuwingen dateren van 2010, waardoor het stadion voldoet aan de Champions League normen. Door kleinere renovaties een tweetal jaar later is het stadion nog altijd in goede staat. Er is ook veldverwarming aanwezig.


Tribunes in het Stade de l’Abbé-Deschamps. Foto genomen door Vicente Auxerre

Voor hun dagelijkse training beschikken spelers en staf over een zeer goed trainingscomplex. Ook de jeugdspelers kunnen werken in uitstekende omstandigheden. Auxerre is dan ook bekend voor zijn uitstekende jeugdopleiding en was één van de pioniers in Europa voor de verbetering van de begeleiding van jonge voetballers. Eén van de bekendste producten van het opleidingscentrum is zonder twijfel Eric Cantona. In het spel heeft de club een goede jeugdopleiding en een zeer uitgebreid jeugdscoutingsnetwerk.

Samenwerkingsverbanden
Auxerre heeft vijf binnenlandse samenwerkingsverbanden. Als moederclub heb je de eerste optie op jeugdspelers van AS Aixoise, CS Brétigny, FC Les Lilas, FC Limonest Saint-Didier en Le Mée SF. Gezien het niveau van deze clubs en hun jeugdopleiding is de kans klein dat je deze optie ooit zal gebruiken. Hetzelfde geldt trouwens voor de samenwerking met AS Excelsior uit het Franse overzees departement Réunion. Om af sluiten steunt Auxerre ook drie opleidingscentra in de USA: Texas Rush, V.A. Rush en Colorado Rush. Internationaal gezien kunnen deze samenwerkingen zeker interessant zijn.

Verwachtingen
De voorzitter van de club, Guy Cotret, verwacht op zijn minst de promotie naar de Ligue 1. Als je wil kan je de ambities nog hoger leggen en voluit voor de titel gaan, maar aangezien dit geen extra loon- of transferbudget oplevert lijkt dit geen verstandige keuze. Daarnaast wil het bestuur ook dat je de clubfilosofie op vlak van jeugdspelers volgt. Eigen spelers opleiden en kansen geven is dus de boodschap. Tijdens de deelname aan de Franse Beker wordt gevraagd dat de ploeg zeker de tiende ronde haalt.

Financiën
De club heeft momenteel iets meer dan vijf miljoen euro op de bankrekening staan. Daarnaast heeft de club op dit moment geen schulden. Omdat het vooruitzicht voor het einde van het seizoen een negatieve balans aangeeft krijg je echter geen transferbudget. Je moet dus eerst enkele spelers verkopen als je versterkingen wil aantrekken. Van de inkomsten uit verkochte spelers mag je 80% opnieuw investeren. Vervelender is misschien het feit dat je loonbudget gelijk is aan de huidige loonkosten, dus ook transfervrije spelers kan je niet meteen aantrekken. Een promotie kan dus zeker op een financieel vlak een goeie zaak zijn, omdat de inkomsten in de Ligue 1 een pak hoger zullen liggen.

Technische staf
De sterkste schakel in je huidige staf is zonder twijfel het hoofd jeugdopleidingen. Jean-Marc Nobilo is uit het goede hout gesneden om jonge spelers te beoordelen, te motiveren en rekening te houden met de tactieken die je hanteert. De technisch directeur mag dan weer direct zijn C4 krijgen, want Baptiste Malherbe hoort niet thuis bij een ambitieuze club uit de Ligue 2. Ook de managers van jouw tweede elftal en de jeugdploegen zullen niet meteen hoge toppen scheren. Zowel op vlak van beoordelen van spelers als tactisch inzicht vertrouw je dan beter op jouw assistent, Claude Barret. Het valt ook meteen op dat je geen enkele echte veldtrainer ter beschikking hebt, maar enkel twee keeperstrainers en twee conditietrainers. Gezien het niveau van de conditietrainers mag je zeker op zoek gaan naar nieuw trainersbloed. Gelukkig is het met de fysiotherapeuten en scoutingscel beter gesteld, waardoor je daar in het eerste seizoen zeker niet meteen moet ingrijpen.

Elftal/Selectie-analyse
De beste doelman in de selectie lijkt op dit moment misschien nog net de ervaren Olivier Sorin. Hij wordt echter op de hielen gezeten door het grote talent Donovan Léon. Het twintigjarige jeugdproduct van de club verdient misschien al meteen een plaats tussen de palen, aangezien hij zich het vlugst zal ontwikkelen door te spelen. Ook derde doelman Jeffrey Baltus speelt al zijn hele carrière bij de club, maar zal nooit titularis worden.


De spelers van Auxerre, met Léon en Boly, staan klaar voor de wedstrijd.

Centraal in de verdediging hoort Willy Boly altijd te spelen. Ook Boly is een jeugdproduct en de tweeëntwintigjarige is nu al fysiek heel sterk. Met veel speeltijd en een goede begeleiding op technisch vlak kan hij ook daarin nog groeien. Op de plaats naast Boly kies je best voor de Malinese international Adama Coulibaly, die met zijn ervaring zijn gebrek aan snelheid moet compenseren. Verder beschik je nog over twee jonge verdedigers uit Gabon: Henry Ndong en Rémy Ebanega. Beiden hebben nog progressiemarge en kunnen op termijn Coulibaly gaan vervangen. Op de rechtsback kies je het best voor de toekomst. De achttienjarige Diacko Fofana is een groot talent dat in de Ligue 2 al gemakkelijk meekan en kan doorgroeien met de club. Backup voor Fofana is Eric Marester. Aan de linkerkant zal de vorm van het moment de keuze bepalen tussen Karim Djellabi en Marco Ramos, want beide dertigjarigen hebben vergelijkbare kwaliteiten.

Op het middenveld heb je de keuze voor een drietal met de punt naar achter of met de punt naar voor. Bij de meer verdedigend ingestelde spelers heb je drie waardige kandidaten. Jamel Aït Ben Idir is met zijn negenentwintig jaar de oudste en zal meestal op een basisplaats kunnen rekenen. Thomas Monconduit en Yann Boé-Kane zijn beiden zeven jaar jonger en zijn intrinsiek grotere talenten dan Ben Idir. Van deze twee is Monconduit de meest polyvalente en hij staat ook het verst in zijn ontwikkeling. Voor de creatieve impulsen kijk je het best in de richting van Axel Ngando, gehuurd van Rennes, en Rudy Haddad. Ngando is zeker het grootste talent, maar is een bouwsteen waar je maar één jaar zeker kan op rekenen.

Voor het aanvallende trio heb je opnieuw een ruime keuze. Bij de vleugelspelers steken Zana Allée, opnieuw een huurling van Rennes, en Frédéric Sammaritano er boven uit. Zij spelen allebei het liefst op de linkerflank, maar kunnen ook op rechts of centraal uit de voeten. De andere opties aan de rechterkant zijn Prince Segbefia, een Togolees die ook verdedigend zijn steentje kan bijdragen, en Alassane Pléa, die een jaartje over is gekomen van Lyon. Centraal in de punt heb je finaal nog de keuze tussen de kracht en ervaring van Julien Viale en de snelheid en het talent van Lynel Kitambala. Deze laatste wordt gehuurd van Saint-Etienne. Indien de kans zich voordoet moet de talentvolle targetspits Sébastien Haller zeker speelminuten krijgen.

Bij dit overzicht valt het meteen op dat enkele van de belangrijkste spelers in het team slechts op huurbasis voor de club spelen. Het loont dan ook zeker de moeite om al eens na te denken hoe je hun vertrek zal opvangen of hoe je hen definitief zal kunnen aantrekken. Aangezien er in de reserve- en jeugdteams ook heel wat talent zit kun je er ook voor opteren daar een kijkje te nemen en in het huidige seizoen al wat spelers klaar te stomen. Het grootste zwakke punt in de huidige selectie is de linksachter, waar je ook niet meteen een talent hebt dat nu al klaar is voor een plaatsje in het eerste team.

Beste opstelling
DM: Donovan Léon
VL: Karim Djellabi
VCL: Willy Boly
VCR: Adama Coulibaly
VR: Diacko Fofana
VM: Thomas Monconduit
MCL: Jamel Aït Ben Idir
MCR: Axel Ngando
AML: Zana Allée
AMR: Frédéric Sammaritano
SC: Julien Viale


Voormalig speler Djibril Cissé viert een doelpunt voor Auxerre.

Spelplezier
Een spel met A.J. Auxerre kan op vele vlakken heel leuk en uitdagend worden. Door de geschiedenis die de club met zich meedraagt ben je eigenlijk verplicht om zo vlug mogelijk te promoveren naar de Ligue 1. Daarnaast moet je ook de reputatie van het opleidingscentrum hoog houden, want het bestuur wil dat je vooral eigen spelers opleidt en naar successen leidt. Met de huidige faciliteiten en spelers, eventueel met nog wat extra materiaal aangevuld, moet dit zeker mogelijk zijn. Met een goede trainer aan het roer moet het bovendien lukken om na verloop van tijd de bijeengekochte sterrenteams van PSG en Monaco het vuur aan de schenen te leggen en opnieuw Europa in te duiken. Ben jij de nieuwe Guy Roux?

Officiële website
http://www.aja.fr

Deze gids werd geschreven met FM14.3.0

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here