Jump to content

[PCM 2020] La Gazzetta dello Sport: De Nieuwe Generatie


Recommended Posts

Schitterende teamprestaties! Rubinho is inderdaad een fenomeen, maar zoals je zelf al aangaf had hij zelf stiekem gehoopt op een grote zege, zoals het eindklassement van een grote ronde. Hopelijk volgt dat nog! Boontjes neemt zijn tijd, maar zijn resultaten verbeteren zienderogen en dat geeft de burger moed. Zou het trouwens kunnen dat Boontjes niet op de screenshot staat?

Link to post
Share on other sites
  • Replies 71
  • Created
  • Last Reply

Top Posters In This Topic

Top Posters In This Topic

Popular Posts

LA GAZZETTA DELLO SPORT: IN STRIJD MET INEOS   Het was voor de Italiaanse ploeg een mooi jaar. Tweeënvijftig keer won de ploeg maar liefst in 2025. Er was slechts maar één ploeg die meer won

LA GAZZETTA DELLO SPORT VERSLAAT INEOS   Waar het vorig seizoen nog een duidelijke overwinning was voor Ineos, ging deze strijd dit jaar door tot aan de laatste wedstrijd van het jaar, waarn

Zijn nog wel een flink aantal, denk dat van mijn geboortejaar Rick Pluimers nog wel de bekendste is (kwam laatst nog in een stuk van Mike Teunissen voorbij op Wielerflits). Moet eerlijk zeggen dat ik

Posted Images

Zowel Mark als Eli pakken 13 overwinningen! Vooral van Eli een knap seizoen met nog heel wat ereplaatsen en een podium in de Giro. Hopelijk volgend jaar 2 trapjes hoger.

Link to post
Share on other sites

image.png.4ae2a0c307721c7e5bcd29c62abeba99.png

 

LA GAZZETTA DELLO SPORT DOMINEERT

 

La Gazzetta dello Sport wordt dit jaar drieënzeventig keer. Hoewel dat vijf keer minder was dan het vorig jaar, was het wederom een succes voor de ploeg. Grote zeges werden geboekt en geschiedenis werd geschreven door de ploeg. Wederom won de ploeg de WorldTour en wederom won het de Superprestige. Er kan dan ook gezegd worden dat La Gazzetta dello Sport de grootste wielerploeg is die op dit moment bestaat. De vraag is: wie zal hen als eerst weer verslaan?

 

Alvaro Pisani: een nieuwe sterkhouder

 

Alvaro Pisani begon goed aan dit jaar. Met drie top tienplaatsen, waarvan zelfs twee in de top vijf, in de Tour Down Under leek de Italiaan in een goede vorm te starten aan het seizoen. Die vorm bleek ook te zijn, want in de Cadel Evans Ocean Race was het namelijk raak voor de Italiaan. Dat smaakte naar meer. Later die maand, Kuurne-Brussel-Kuurne, werd de Italiaan vijftiende. In Parijs-Nice waren toptienplaatsen voor hem het maximaal haalbare, maar de vorm was nog steeds aanwezig. In de Vlaamse klassiekers liet Alvaro Pisani zich namelijk zien. Hij werd namelijk 11e in Gent Wevelgem, 2e in Dwars door Vlaanderen en 8e in Parijs-Roubaix. Heel knappe resultaten, die nog wel eens wat moois zouden kunnen beloven voor de rest van het jaar. In de Giro d’Italia was één van de tientallen sterke sprinters en mede daardoor zat er niet meer in dan een achtste plaats. Na een periode van rust liet hij zich zien in de Circuito de Gexto, waar hij achter zijn ploeggenoot tweede werd. De vorm ontwikkelde zich door richting de BinckBank Tour. Daarna boekte de Italiaan nog een derde en een zesde plaats met uiteindelijk 14e plaats in het eindklassement. Vervolgens werd hij in de Primus Classic 6e. De vorm was daar en in de Sparkassen Münsterland Giro was het raak. De dag daarna werd hij in de Tour de Vendee 2e achter zijn ploeggenoot. Hierna volgden nog twee derde plaatsen in Paris-Bourges en Paris-Tours. Hiermee was het jaar voor de Italiaan echter nog niet voorbij, in de Gree-Tour of Guangxi wist de Italiaan namelijk, na een tweede plek in de eerste etappe, nog de tweede etappe te winnen. Hiermee bekroonde hij zijn vorm van dit jaar met nog een fraaie overwinning.

 

Aurelio Pisani: een verloren ziel

 

Aurelio Pisani reed als een zombie rond in het peloton. Het hele jaar reed hij helemaal niks bij elkaar. Het was wederom een drama seizoen. Het resultaat wat voor de Italiaan te zien valt, was een vierde plaats in de vierde etappe van de Czech Tour. Niemand snapt waarom het niet loopt bij de Italiaan. Zijn trainingswaarden zijn goed, maar resultaten blijven uit. Zijn Spaanse vriendin weet er zelfs geen raad meer mee. Misschien moet de wielerwereld maar accepteren dat Aurelio Pisani een verloren ziel in het wielerpeloton.

 

Mauro Baggio: sporadisch zichtbaar

 

In februari was het tijd voor de eerste koersen die Mauro Baggio ligt. Dat resulteerde ook gelijk in resultaten. De Zwitser werd namelijk 3e in Kuurne-Brussel-Kuurne. De vorm werd echter niet voorgezet in de rest van het voorjaar. Pas in juni dook hij weer op met een 7e plaats in de Grosser Preis Aargau. Hij verdween daar weer in de massa, tot september atlhans. Een elfde plaats in de zevende etappe van de BinckBank Tour werd opgevolgd door een 8e plaats in de Sparkassen Münsterland Giro en een 4e plaats in Paris-Tours. Daarna volgde nog een negende plaats in de Gree-Tour of Guangxi. Daarmee was de Zwitser nog sporadisch uit de massa gekropen

 

Pietro Baggio: afwisseling tussen geluk en pech

 

De Zwitser begon redelijk aan het seizoen, namelijk met een 4e plaats in de Trofeo Serra, die opgevolgd werd met een zevende plaats in de Faun-Ardèche Classic. In maart verdween hij weer naar de achtergrond, om vervolgens weer op te duiken in april, met twee toptienklasseringen in de Giro di Sicilia. Na wat zadelpijn in het Criterium du Dauphine vertrok de Zwitser naar eigen land. Hij werd op het nationaal kampioenschap 4e, waardoor de vorm voor de Tour de France aanwezig leek te zijn, maar het noodlot sloeg toe. In de eerste etappe raakte de Zwitser namelijk betrokken in een valpartij. Hij brak zijn scheenbeen en moest opgeven. Het duurde tot eind augustus voordat hij weer kon gaan koersen. In de Binckbank Tour werd hij de heuveletappe verrassend zesde, wat aangaf dat het najaar weleens een succes kon. Dat bleek ook wel. In Montreal haalde hij een knappe derde plaats werd. Deze uitslag kreeg een mooi vervolg. Hij werd namelijk 2e in de Tour du Doubs en 7e in de GP Wallonie. De overwinning zat er daarmee aan te komen en die kwam ook, namelijk in de Trofeo Matteotti. Dat smaakte naar meer, maar dat kwam er helaas niet. Tweede plekken volgden wel, in de Gran Premio Bruno Beghelli en in de vierde etappe van de Gree-Tour of Guangxi.

 

Eli Curridori: een ontzichtbare dubbelkampioen

 

Na een topjaar in het vorige jaar waren de verwachtingen bij de Italiaan, maar de vraag was of hij die kon waarmaken. Met een tweede plaats in de Trofeo Felantix leek zijn jaar toch goed te starten, zeker omdat hij enkele dagen later in de Vuelta Ciclista Murcia twee vijfde plekken behaalde, in de laatste rit en in het algemeen klassement. In de Strade Bianche werd hij enkele weken later vervolgens 5e. Goede prestaties, maar nog altijd geen winst. In de Tour of the Alps volgde winst ook, wel kwamen er drie zesde plaatsen en dat is toch echt niet goed genoeg voor een renner van zijn kaliber. Dan moest het maar in de Giro gebeuren, maar daar gebeurde het niet. Een vijftal vijfde plaatsen leidde uiteindelijk tot een zevende plaats in het algemeen klassement. Daarmee was de Italiaan teleurgesteld in zichzelf, maar daar bleef hij niet in hangen. Op het Italiaans kampioenschap tijdrijden was het immers wederom raak voor de Italiaan. Kon hij het dit keer ook op de weg doen? Het antwoord was ‘ja’ en daarmee pakte hij dus zeer knap de Italiaanse dubbel. Daarna verloren we de Italiaan echter uit het oog en zo kwam er dus een roemloos tweede deel van het seizoen. Hiermee had hij de Italiaanse wielerfans dus teleurgesteld.

 

Mark Grotschotel: zeer goed, maar niet uitzonderlijk

 

De Brit staat er om bekend meestal vroeg in het seizoen niet te winnen. Hoe anders was dat dit jaar. Hij schot gelijk twee keer raak in de Etoile de Bessèges. Die zeges bleken eveneens genoeg om de puntentrui mee naar huis te nemen. Een winnend vervolg kwam er echter in de periode daarna niet. Een achtste plaats als beste uitslag in de Tirreno Adriatitco, een twaalfde plek in Milaan San Remo, een zevende plek in Gent-Wevelgem, een negende plek in de Ronde van Vlaanderen en een vierde plek in Parijs-Roubaix volgden. In de Giro d’Italia kwam hij weer dichtbij, met zeven toptienplekken, waarvan een derde plaats, de beste klassering was. Na de Giro d’Italia wist hij echter weer te winnen. Op het Britse kampioenschap was hij eindelijk eens Hayter te snel af. Het scheelde vrij weinig, maar eindelijk had hij die titel binnen. De winnende vorm werd doorgezet. In de Ronde van Burgos won hij namelijk de vierde etappe en in de Circuito de Gexto was hij zijn teamgenoot Alvaro Pisani te snel af. Daarna volgde een zesde plaats in de EuroEyes Cyclassics Hamburg en een 2e plaats in de Brussels Classic. Vervolgens keerde Brit weer terug in eigen land. Hij won in de OVO Energy Tour uiteindelijk één etappe, waarna hij weer terugvloog naar België. Hier behaalde hij uiteindelijk een derde plaats in de Primus Classic, om vervolgens in Frankrijk in Paris-Chauny en in de Tour de Vendee de handen in de lucht te steken. Daarna boekte de Brit nog een tweede plaats in Paris-Bourges. Daarna mocht hij nog drie keer juichen in de Gree-Tour of Guangxi.

 

Sandro Willems: Willem de Grote

 

Het was zijn jaar. Hij werd immers tot wielrenner van het jaar bekroond. Na een prima voorbereiding in Spanje (hij boekte hier meerdere ereplaatsen) maakte hij zich op voor de Strade Bianche, waar uiteindelijk 2e werd. In de Tirreno-Adriatico bleek de Nederlander in bloedvorm te zijn. Hij won drie etappes, maar werd slechts 2e in eindklassement. Daarna reed hij nog de heuvelklassiekers, wat leidde tot een 2e plaats in de Waalse Pijl. Hierna begon de voorbereiding op de Tour de France, want daar moest het immers gaan gebeuren. In het Criterium du Dauphine wist Willems geen enkele te winnen, maar het niveau was komende richting de Tour de France. Op een vlak parcours werd hij namelijk vierde in een massasprint achter drie Nederlandse topsprinters. De Tour de France werd een daverend succes. Met twee etappezeges in de tien dagen kon hij immers niet klagen. In de twaalfde etappe veroverde hij de trui, die hij de dag daarna verloor aan zijn ploeggenoot. Willems sloeg echter terug. In de slotweek haalde Willems meermaals hard uit. Hij won twee etappes en had in de vijftiende etappe opnieuw de trui veroverd. De eindzege en de bergtrui waren ook nog eens van hem. Eindelijk had hij de Tour te pakken. Eindelijk. Na een tweede plaats in San Sebastian startte hij onverwachts aan de Vuelta. Na winst in de ploegentijdrit veroverde Willems met een ritwinst in etappe vijf de leiderstrui. Die glipte uit zijn handen, maar in etappe veertien had hij de rode trui weer aan. Zijn overwinning dag daarvoor had daar namelijk voor gezorgd. In de slotweek volgde nog drie zeges, wat ervoor zorgde dat Willems de Dubbel Tour-Vuelta wist binnen te halen. Het beste was er daarna nog niet vanaf. Een overwinning in Montreal, in de Memorial Marco Pantini en in de Giro dell Emilia volgde nog. Daarmee is de naam Willem de Grote een gerechtvaardigde, want hij had een superjaar.

 

Romulus Milanos: wedergeboorte

 

Hij is terug in de uitslaglijsten. Nog geen winst dit jaar, maar de prestaties zijn daar. Hij heeft geleerd van Eva Berg, nu moet hij dat laatste nog leren. Hij moet nog leren winnen. In de E3 Prijs werd de Italiaan dertiende, in de Grosser Preis Aargau 8e, in de Binckbank Tour 8e de in zevende etappe, in diezelfde ronde 7e in het algemeen klassement, 13e in de Primus Classic, 7e in Paris-Tours en vervolgens nog 3e in de Chrono des Nations. We kunnen wel sturen dat er wedergeboorte heeft plaatsgevonden.

 

Ruben Boontjes: een stilvaller

 

Wat is het toch zonde dat de Vlaming van het vorige jaar niet kon doortrekken. Zijn zevende plek in Kuurne-Brussel-Kuurne had hem toch hoop moeten geven, maar helaas bleek Ruben Boontjes een stilvaller te zijn geworden. Zo zonde, want ik had nochtans nog wel verwacht dat hij na vorig jaar die grote vis zou binnenhalen. Helaas bleek dat niet het geval. En dat is natuurlijk eeuwig zonde, maar goed wie weet komt het volgend seizoen. Laat ons het hopen voor de Vlaming.

 

Ruben Rubinho: nog steeds een fenomeen

 

De Braziliaan begon redelijk goed aan dit jaar, met een tweede plaats in de Grand Prix Cycliste. In de Tour de La Provence werkte hij de nul alweer weg op zijn zegeteller. In diezelfde ronde werd hij 2e in het algemeen klassement. Met veel vertrouwen vertrok de Braziliaan naar de Tirreno-Adriatico, waar hij een tweede plaats behaalde als beste dagklassering en waar hij vierde werd in het algemeen klassement. Daarna ging de knop op richting de Tour du France. In het Criterium du Dauphine bleek het Braziliaanse fenomeen al in vorm te zijn. Een ritwinst betekende ook de eindwinst, waarna hij zijn vorm doortrok op de nationale kampioenschappen. Zoals gewoonlijk werd daar gewonnen en zo ging de Braziliaan met vertrouwen na de Tour. Daar liet hij zien heel goed te zijn. Hij won twee ritten en bleek de enige te zijn die Willems nog een beetje kon volgen. Sterker nog hij pakte de Gele Trui min of meer per ongeluk af van Willems. Zo werd de Tour onbedoeld een strijd tussen de Nederlander en de Braziliaan, want Bernal en Pogacar vielen enorm tegen. De Nederlander won, maar hij moest er diep voorgaan. Uiteindelijk stonden ze beide glimlachend om het podium en was het Bernal die er als een boer met kiespijn naast stond. In de Vuelta ging het voor de Braziliaan vervolgens niet zo goed als gepland, waardoor hij zich opofferde voor zijn ploegmaat Willems. Daardoor kwam hij niet verder dan een dertiende plaats in het algemeen klassement. In de Giro dell Emilia wilde Willems Rubinho laten winnen als bedankje, maar door een lekke band zakte Rubinho terug in de groep daarachter, waardoor de Braziliaan daar uiteindelijk tweede werd. Het Braziliaanse fenomeen sloot met die uitslag zijn succesvolle jaar redelijk goed af. Hopelijk kan hij het volgend jaar nog beter doen.

 

Nico Gancio: een snelle start, maar een moeilijke finish

 

Het jaar starten met een overwinning is niet iedereen gegeven. Nico Gancio deed dat wel. Hij won namelijk de Grand Prix Cycliste. Daarna sloeg de pech echter toe. In de Tour de la Provence viel hij namelijk, waardoor hij een aantal koersen moest missen. Bij zijn terugkeer in Cataluyna reed hij zichzelf twee ereplaatsen, 5e en 2e. In het Criterium du Dauphine dook hij vervolgens weer op in de uitslagen, maar meer dan een paar ereplaatsen waren het niet. Op de Italiaanse kampioenschappen werd hij twee mooi keer 3e, maar de Italiaan zou ook graag weer willen winnen. Daarvoor moest hij echter nog een lange tijd wachten. In de Tour de France reed hij zichzelf naar talloze ereplaatsen, maar winst kwam er niet. Wel werd hij zesde in het algemeen klassement en daar mocht hij gezien hij deelnemersveld niet ontevreden over zijn. In de Vuelta a Burgos schot Gancio vervolgens in de eerste rit weer raak. Dat beloofde nog wat voor de Vuelta, maar daar viel hij helaas tegen. Dus ook hij reed voor Willems, wat hem uiteindelijk zelf een vijftiende plaats in het algemeen klassement opleverde. Daarna werd Gancio nog 5e in Montreal, maar meer dan dat zat er niet meer in. De snelle start leidde helaas naar een moeilijke finish. Hopelijk pakt Gancio volgend jaar een grote vis.

 

Stéphane Camembert: mister ereplaats

 

Hij was goed, maar altijd niet goed genoeg. In de Franse koersen in februari reed hij zichzelf naar een handvol ereplaatsen, maar daarna verdween hij onder de grond. Tot hij uit het niets ineens vierde werd in Luik-Bastenaken-Luik. Vandaar begon de Fransman zich op te maken voor de Tour de France. Dit deed hij door te starten in het Criterium du Dauphine, maar kwam in de zevende etappe een millimeter tekort om te winnen. Het was pijnlijk voor de Fransman, maar opgeven deed hij niet. In de Tour de France reed hij zich naar een handjevol tiende plaatsen, waar hij uiteindelijk in het algemeen klassement ook finishte. Hij was teleurgesteld in zichzelf. Hij had meer gewild. Dan moest het maar in het najaar gebeuren, maar ook dat gebeurde niet. In San Sebastian haalde hij nog een ereplaats, maar daarna vernamen we niets meer van mister ereplaats.

 

Andrea Parmagiano: tegenslagen en succes in afwisseling

 

In de Franse koersen leek Parmagiano in vorm te zijn, maar door een longontsteking miste hij enkele koersen. In Paris-Nice kwam hij niet verder dan een negende plaats in de tijdrit. De knop ging daarna om richting de Giro. In de Tour of the Alps toonde hij vorm. Vijf mooie ereplaatsen, maar ging ritwinst. Dan moest het maar gebeuren in de Giro d’Italia en daar gebeurde het ook. In de eerste tien etappes van de Giro d’Italia was de Fransman oppermachtig. Hij boekte twee overwinningen en veroverde de Maglia Rosa, maar daarna sloeg het om. Hij werd ziek en zakte hard weg in het klassement. Toch was de Giro voor hem een succes, want hij had immers twee ritzeges geboekt. In juni liet Parmagiano zijn talent voor tijdrijden weer zien, want hij werd weer eens Frans kampioen. Na een Ronde van Polen zonder al teveel succes (een paar toptienplaatsen) haalde de Fransman in de Czech Tour hard uit. Hij won de eerste twee etappes en nam daarnaast ook nog de eindwinst mee naar huis. Tot zijn eigen verbazing had hij nog de puntentrui gewonnen. Daarna leek het noodlot weer terug te komen, maar de valpartij in de OVO Energy Tour liet hem slechts vijf geplande koersdagen missen. In de Gran Piemonte dook hij nog op met een 4e plaats en in China boekte hij in de laatste koers nog een derde en vierde plaats (in het algemeen klassement). Zo had de Fransman, ondanks meerdere tegenslagen, het maximale uit zijn jaar gehaald.

 

Javier Cordonblue: winnen, maar geen grote vis

 

De Colombiaan begon goed aan het seizoen. Hij werd namelijk drie keer tweede: op het Colombiaans kampioenschap, in de Faun-Ardèche Classic en in de GP Industria (achter een ploeggenoot). De Colombiaan leek daarmee weer in een oud patroon te vervallen, maar niets bleek minder waar. In de Giro di Sicilia domineerde hij namelijk. Hij boekte twee etappezeges en nam daarnaast ook nog eens alle truien meer naar huis. Hij was simpelweg te sterk voor de rest. Ook in de Tour of the Alps won hij een rit en boekte hij daarnaast een derde plaats in het algemeen klassement. Het beloofde dus een Giro met kansen te gaan worden, maar dat werd het niet. Ondanks dat hij in de dagklassementen vijf keer in de top vijf finishte, was het niet genoeg om serieus mee te doen om de prijzen. In het algemeen klassement eindigde hij 5e, op drie minuten van het podium. Wel mocht hij zijn witte trui nog komen afvallen op het eindpodium, maar meer dan een troostprijs was dat eigenlijk niet. Daarna speelden fysieke ongemakken op in voorbereiding op de Vuelta. Hij moest deze daarom overslaan. In de Coppa Bernocchi kon hij zijn jaar echter alsnog mooi afsluiten met een overwinning. Een degelijk jaar was het voor de Colombiaan dus wel, maar er zit zeker nog meer in.

 

Pietro Spriolo: strijdend voor die ene zege

 

Vorig jaar waren zijn resultaten goed en die reeks werd dit jaar doorgezet. Met een derde plaats in de Omloop van het Nieuwsblad en een vierde plek in Kuurne-Brussel-Kuurne kon het wel eens een heel mooi voorjaar gaan worden, maar een overwinning kwam er niet. Hij werd wel knap derde in de Ronde van Vlaanderen, echter had Spirolo stiekem op meer gehoopt. Hij verdween daarna in de knechtenrol, zo ook op het Italiaanse kampioenschap, waar hij vervolgens zelf nog knap 12e werd. In de Brussels Classic deed hij in augustus precies hetzelfde, wederom werd hij twaalfde. In de kasseienetappe in de Binckbank Tour moest het dan gebeuren die zege, maar die kwam niet. Vijfde werd Spirolo en geen eerste. In de rest van het najaar kwam hij nog vaak heel dichtbij: 7e in de Primus Classic, 3e in Paris-Chauny, 11e in Sparkassen Münsterland Giro, 11e in Paris-Bourges en 9e in Paris-Tours. Mooie resultaten, maar de honger naar de winst was er nog steeds. Hopelijk komt het komend seizoen, want als iemand een zege verdient, is hij het wel.

 

image.thumb.png.ff51465e6ecfeb9377e32bc8b5b5a228.png

Het overgrote gedeelte van het team

 

@19CH98 @FlyD @RubenS2 @neva @chrisje1993 @007mark @NicoHaak

 

Note 1: het kan zijn dat er vorig jaar een aantal renners niet op het screenshot stonden, omdat ze niet bij de top zoveel van de ploeg stonden.

Note 2: We hebben op papier de sterkste ploeg, maar er moet niet vergeten hoeveel andere renners eigenlijk ook zulke stats hebben. In de Giro alleen al waren er tien renners met 82 klimmen of hoger, waarvan de meeste ook nog eens in de 70+ waren qua tijdrijden. Voor de kasseienklassiekers geldt dat er vaak hele rare winnaars zijn (in Parijs-Roubaix heb ik wel eens een groepssprint van twintig man voorbij zien komen), dus het komt eigenlijk door dat soort rare dingen dat de kasseienrenners niet altijd even goed kunnen presteren.

 

 

 

Link to post
Share on other sites

Een prachtig jaar voor de ploeg met de dubbel Tour-Vuelta

 

Eli valt wat tegen maar pakt wel de dubbel op het Italiaanse kampioenschap. Mark pakt ook de trui in GB en wint veel, zonder echte uitschieters in de topkoersen. Hopelijk komen die volgend jaar in de kampioenentruien. 

Link to post
Share on other sites

Boontjes valt opnieuw stil, jammer :classic_sad:

 

Rubinho gaat nog steeds enorm goed, maar die dekselse Willems steekt me toch tegen. Als hij me volgend jaar opnieuw van eindwinst in de grote rondes houdt, zal ik toch een vertrek moeten overwegen. Of de ploegleider moet de kopmannen beter verdelen.

Link to post
Share on other sites

image.png.0b56eca01c055affd072db9eafebc172.png

 

ALLE GROTE RONDES VOOR LA GAZZETTA DELLO SPORT

 

Met 76 zeges was de ploeg wederom koning winnen van het wielerpeloton, maar nog knapper is om met drie verschillende renners alle grote rondes te winnen als ploeg, nog een aantal monumenten mee te snoepen om vervolgens ook nog de wereldkampioen in de ploeg te hebben. Ineos is de enige ploeg die nog een beetje mee kan doen met de ploeg. De rest is volledig afgehaakt. Zeker, nu, de top drie in renner van het jaarverkiezing uit drie La Gazzetta dello Sport renners bestaat

 

Alvaro Pisani en zijn droomjaar

 

Het was zijn jaar. Het jaar dat prachtig begon in Spanje. Na een hectische finale in de Trofeo Playa moet de Italiaan al de handen in de lucht steken. Daarna volgde in Spanje en in Parijs-Nice vooral ereplaatsen. Datzelfde gold voor de meeste klassiekers, vijftiende in Milaan-Semo en elfde in de E3 Prijs, maar dat was voor Parijs-Roubaix, want daar veranderde alles. Het was zestig kilometer voor de meet dat hij samen met een ploeggenoot en een Argentijn wegreed. Niemand die ze nog kwam halen en dus konden ze het samen uitspelen. En dat gebeurde. Alvaro Pisani won de sprint voor zijn teamgenoot. Zijn jaar ging verder in Italië. Geen winst in de Giro en geen winst op het nationaal kampioenschap, aangezien de kopgroep voorop bleef. In de Arctic Norway, tijdens zijn terugkeer naar een periode van rust was het eenmaal raak. Een puntentrui ging ook nog eens mee naar huis. Hetzelfde geldt voor de Giro dello Toscana die later in september volgde. Daar deed hij hetzelfde. Een rit winnen en de puntentrui mee naar huis nemen. Zijn vorm richting het WK was aanwezig. Hij stak in topvorm. Met zes man reed hij weg op de laatste heuvel, met een landgenoot bij hem. Wederom was onderdeel van een tactisch steekspel en wederom maakte hij het af. De handen gingen de lucht in. Alvaro Pisani was wereldkampioen geworden. Vol ongeloof in de uren die volgden, mocht hij zich opmaken voor een paar koersen in het najaar. Winnen deed hij niet meer, maar wat maakte Alvaro Pisani dat ook weinig uit. Hij was de allerbeste van de wereld. In de renner van het jaar werd als beloning voor zijn geweldige jaar tot een 2e plaats gekozen, maar ook daar kon Alvaro Pisani niet mee zitten. Hij was immers wereldkampioen.

 

 

Aurelio Pisani: niet meer dan wat ereplaatsen

 

Zo goed als zijn tweelingbroer kon zijn jaar moeilijk worden, maar het was wederom ronduit dramatisch. Geen zege. Leuk wat toptienplaatsen in La Tropicale Amissa Bongo, in Cataluyna en Guangxi, maar zonder blessures of fysieke ongemakken, is dat voor zo’n renner echt schandalig slecht. Hij is een jongen die koersen zou moeten winnen, maar hij wederom niet gewonnen. Ik denk dat Aurelio Pisani maar eens moet gaan babbelen met zijn broer, misschien wint hij dan nog eens wat.

 

Mauro Baggio: de perfecte ploegmaat

 

Hij had zich voorbereid op de voorjaarsklassiekers. De Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix, daar moest het gebeuren. In de koersen stond hij zijn mannetje. Op de heuvels in Vlaanderen kwam echter tekort. Al mag hij met een negende plaats niet ontevreden zijn. In Parijs-Roubaix was hij samen met Alvaro Pisani de man van de koers. Hij mocht proberen weg te rijden van de Argentijn, maar de Argentijn liet hem niet gaan. Daarom besloot de Zwitser voor zijn ploegmaat te rijden. Hij trok de sprint aan en Alvaro Pisani mocht juichen. Mauro Baggio finishte zelf als 2e, maar kreeg een stevige knuffel van Alvaro Pisani, die realiseerde dat hij het niet zonder zijn geweldige ploegmaat had kunnen doen. De rest van het jaar volgde er nog een paar eervolle ereplaatsen, 5e op het Zwitsers kampioenschap tijdrijden en 6e in het algemeen klassement van de Binckbank Tour, maar hij zou toch vooral de geschiedenis als de perfecte ploegmaat.

 

 

Pietro Baggio: eindelijk juichen

 

Zijn jaar begon met toptienplaatsen in La Tropicale Amissa Bongo en podiumplaatsen in de Herald Sun Tour. In de Vuelta Asturias was het alsnog raak. Een ritwinst en eindwinst, dat was toch lekker voor de Zwitser. Het bracht hem met vertrouwen naar eigen land, maar winnen deed hij niet. In de Tour de Suisse was een vierde plaats het maximale haalbare en op de kampioenschappen werd hij twee keer derde. Hij mocht zo opmaken voor de Tour de France, waar hij 5x keer negende werd en 13e eindigde in het algemeen klassement. Daarmee was hij de 4e renner van zijn ploeg. Daarna verscheen hij niet meer in de uitslagen, maar met twee zeges op zijn naam, zal hij toch niet ontevreden zijn.

 

 

Eli Curridori: teleurstellend

 

Na een prima voorbereiding, 2e in de Grand Prix Cycliste la Marseillaise en 3e in de Tour de La Provence, voor de grote koersen waren de verwachtingen hoog. In Cataluyna was hij dichtbij in etappe 3. Een tweede plaats werd het. In algemeen klassement moest hij het doen met een plaatsje lager. Niet slecht, maar ook niet geweldig goed. In de Tour of the Alps was het echter wel raak. Een etappezege volgde namelijk in etappe 3, maar het was niet goed genoeg om Sandro Willems in het algemeen klassement te verslaan. In de Giro ging het voor hem daarna niet zoals gehoopt. Geen etappezege en geen podiumplaats, maar slechts een 8e plaats in het algemeen klassement. In juni was de Italiaan vervolgens wederom dichtbij een Italiaanse titel, maar de derde plaats was het hoogst haalbare voor de Italiaan in de tijdrit. In de Vuelta a Burgos volgde vervolgens twee tweede plaatsen, waarvan eentje in het algemeen klassement. De Vuelta liep uit op een teleurstelling, meer dan twee toptienplaatsen zat er gewoon niet. In de Italiaanse najaarsklassiekers kwam hij nog tot twee podiumplaatsen. Kortom, het was een teleurstellend seizoen voor Curridori.

 

 

Mark Grotschotel: najaarswonder

 

Mark Grotschotel begon zijn jaar Down Under, daar begon hij met twee podiumplaatsen om vervolgens te winnen in Race Torquay. Zijn volgende resultaten volgden in de Tirreno-Adriatico, geen winst, maar wel een aantal dichtbij. Vervolgens mocht Mark Grotschotel zich opmaken voor Milaan San Remo, maar verder dan een 10e plek kwam hij niet. In de klassiekers die volgden, de E3 Prijs en Gent-Wevelgem werd hij 4e en 3e. Na een matige Ronde van Vlaanderen kwam hij in de Scheldeprijs dichtbij, maar een derde plaats was het eindresultaat. Na een knappe zevende plaats in Roubaix, volgde dan uiteindelijk toch nog een zege in de Tro-Bro Leon. In de Giro kwam hij twee keer tot een fraaie derde plaats, maar nog altijd heeft hij niet de ritwinst, waar hij zo erg naar snakt. Na een rustperiode en een mislukt Nederlands kampioenschap pakte hij in de Österreich Rundfahrt de puntentrui mee, maar een ritzege kwam daar helaas niet. In het najaar pakte hij in de Brussels Cycling Classic weer winst. Vervolgens was het weer raak schieten in de OVO Energy Tour. Vier ritzeges en de puntentrui. Nadat de bondscoach hem wederom negeerde in WK-selectie, pakte hij de zege in Paris Chauny, om vervolgens in Guangxi nog eens vier te winnen en zodoende ook de puntentrui mee te nemen. Hij moet nog altijd wat op de echte grote vis, maar winnen doet hij in elk geval heel erg veel.

 

Sandro Willems: de opvolger van Froome

 

Sandro Willems begon zijn jaar Down Under. Zijn uitslag was voor zijn doen niet bijzonder, namelijk een 5e plaats in het algemeen klassement. Hem ging het dit jaar maar om twee dingen: de Giro winnen en een monument pakken. Met zijn twee ritzeges en de eindzege in de Tour of the Alps leek dat eerste niet meer te kunnen mislopen. Alleen de Giro startte als behalve vlekkeloos. In de eerste zeven dagen verloor hij tijd om zijn concurrent Pogacar. Met de Sloveen rekende hij uiteindelijk hard af. Na een aantal glorieuze zeges pakte hij de trui in etappe 19. De dag daarna kwam hij voor de vijfde keer juichend over de streep. De leiding gaf hij niet meer weg en zelfs de puntentrui ging mee naar huis. Zijn jaar was geslaagd. Hij staat immers in een lijstje van mensen die alle grotes hebben gewonnen. Hij won daarmee drie grote rondes op een rij: Tour 2027, Vuelta 2027, Giro 2028. Daarna pakte hij rust en bereidde hij zich voor op het najaar. In San Sebastian won hij vervolgens voor de derde keer, waarmee hij gedeeld recordhouder werd. Die winstvorm ging door in Burgos, waar hij twee ritzeges en alle klassementen die hij kon winnen mee naar huis nam. In de Vuelta ging het eindelijk niet geweldig. Een ritzege vormde de troost voor zijn vierde plaats in het algemeen klassement. Daarbij komend, had hij wel hard gewerkt voor zijn ploegmaat die uiteindelijk de Vuelta won. Na de Vuelta kwam de Nederland in vorm: winst Coppa Agostini, Memorial Marco Pantani, Giro dell Emilia en Giro di Lombardia. Uiteindelijk startte hij uiteindelijk nog in Guangxi, waar hij nog eens een ritzege en de eindwinst boekte. Daarnaast werd hij uiteindelijk nog eens tot renner van het jaar verkozen. Wederom een geweldig jaar

 

Romulus Milanos: net geen Maglia Rosa

 

Na een negende plaats in de Scheldeprijs was hij bijna de winnaar van de proloog in de Giro d’Italia. Bijna had hij de Maglia Rosa te pakken, maar het mocht niet zo zijn. Slechts één seconde scheelde het, maar het mocht gewoon niet zo zijn. Wat jammer was dat toch. Balende gezichten waren zichtbaar geworden bij de ploegleiding, want wat hadden zij het Milanos toch gegund. Het is zonde dat we niet meer van zijn glans zien, want dit was toch weer zo'n moment waar de wereld het had kunnen zien.

  

Ruben Boontjes: de Gele Droom

 

Met een tiende plaats in de Ronde van Vlaanderen was het voorjaar niet geworden wat Boontjes er van gedroomd had, maar in de Tour de France kwam er wel een droom uit. Na een merkwaardige eerste rit, waar Boontjes met een kopgroep van acht man over de meet kwam, volgde de winst in de ploegtijdrit, waardoor Boontjes mocht starten in het geel. Die trui raakte hij de dag daarna gelijk weer kwijt, maar de verkregen gele trui mocht hij voor altijd houden.

 

De seconde van Ruben Rubinho

 

Na een matige openingsfase aan het seizoen kwam het er in de Tirreno-Adriatico mooi uit, met een ritwinst, de puntentrui en de eindwinst mocht de Braziliaan zeker tevreden zijn. Daarna ging de knop om richting de Tour de France. In de voorbereiding daarop deed hij de Dauphine aan. Hij pakte een rit en werd tweede achter Bernal. Daarna pakte hij de titels van het Braziliaans kampioenschap om vervolgens richting de Tour te gaan. De staat van die Tour de France ging niet zo als gehoopt. Hij verloor twee minuten in de openingsrit op Remco Evenepoel, maar tegelijkertijd viel concurrent Bernal uit. Vanaf rit acht begon Rubinho op stoom te komen. Drie ritzeges volgden en de achterstand was voor de slotetappe slechts dertig seconden. Het moest voor Rubinho gaan gebeuren deze rit. Op de slotrit kraakte Evenepoel, maar het duurde lang voordat hij brak. Rubinho loste hem, terwijl hij tegelijkertijd zelf ook niet meer de anderen kon volgen. Het werd spannend tot het einde, maar Evenepoel kwam tekort, een seconde tekort. En daarmee won Rubinho de Tour met een seconde. Voor altijd zal er dan ook de seconde van Ruben Rubinho zijn. In de Vuelta pakte hij nog, maar daar sloeg de vermoeidheid uiteindelijk toch toe. Een achtste plek volgde. Zijn seizoen sloot hij uiteindelijk nog winnend af met de zege in de Tre Valli Varesine.

  

Nico Gancio: onthutsend zwak seizoen

 

Het was een bedroevend jaar voor de Italiaan. Geen zege, niet eens dichtbij. Zijn jaar startte met ereplaatsen en het eindigde met ereplaatsen. In de Parijs-Nice werd hij anoniem negende. In de klassiekers daarna was hij niet eens te vinden in de top-20, om vervolgens in het Criterium du Dauphine weer negende te worden. In de Tour de France gebeurde het ook niet. Een toptienplaats in etappe 18 was het hoogst haalbare. In het eindklassement werd hij zestiende. Zijn beste klassering volgde daarna in Classica San Sebastian, waar hij zesde werd.

 

Stéphane Camembert: weer een winnaar

 

Na een rustige start aan het seizoen volgde in Parijs-Nice in etappe 5 al een tweede plaatsen. Een aantal weken later was het vervolgens raak in de Giro di Sicilia. Met de ritwinst in etappe vierde haalde hij het algemeen klassement en het puntenklassement binnen, waardoor zijn zegecounter in één keer van nul naar twee was gegaan. Na twee podiumplaatsen in het Criterium du Dauphine mocht hij zich opmaken voor het Frans kampioenschap. Hij schot raak, waardoor de handen de lucht in de lucht mochten. Frans kampioen met een schitterende solo. Dat moest wel iets moois betekenen voor de Tour, maar ons zeven podiumfinishes kwam er geen zege en geen podiumplaats in het algemeen klassement. Hij werd vierde, ruim achter de nummer drie, die overigens op 24 seconden van de eindwinnaar gefinisht was. Met vertrouwen trok Camembert naar de Ronde van Spanje, waar hij uiteindelijk een rit wist te winnen. Een goed klassement zat er niet meer in, maar dat mocht de pret van de ritzege niet verpesten. Camembert had immers laten zien dat hij weer kon winnen.

 

Andrea Parmagiano: Een grote vis te pakken

 

In Spanje begon de Fransman goed aan zijn seizoen. Geen winst, maar toch prima ereplaatsen. Deze start werd echter niet doorgezet in de Tirreno-Adriatico, daar eindigde die negende in het eindklassement. Ook in de voorbereiding voor de Giro volgden geen geweldige resultaten en de Giro zelf eigenlijk niet, tot de slotrit dan. Daar was het immers raak. Hij pakte de laatste rit en werd uiteindelijk mede daardoor 11e in het eindklassement. Daarna viel zijn jaar toch een beetje stil, met respectievelijk een vierde en een vijfde plaats op het Frans kampioenschap tijdrijden en in het algemeen klassement van de OVO Energy Tour als uitzonderingen. In de Guangxi kwam hij nog dichtbij een ritzege en de eindzege, maar in beide gevallen werd hij tweede. Zo was het geen bedroevend slecht jaar door zijn ritwinst in de Giro D’Italia, maar had de Fransman er zeker meer uit kunnen halen.

 

Javier Cordonblue: Een zeer grote vis

 

Met wat ereplaatsen en een toptienplaats in Parijs-Nice was Cordonblue redelijk aan het seizoen begonnen. Het moest immers pas in de Giro gebeuren, maar eigenlijk was hij daar onzichtbaar. Hij deed mee om de Haimar Zubeldia Prijs, totdat hij tweede werd in de slottijdrit, die hem uiteindelijk de achtste plaats in het algemeen klassement gaven. De knop ging om naar de Vuelta. Hij was in vorm en pakte in etappe dertien na een ritzege uiteindelijk de trui. In die trui wist hij uiteindelijk nog een rit te pakken. De vermoeidheid begon toch op te komen en zo kreeg de Colombiaan het toch wat moeilijk in de slotweken, maar hij bleef Egan Bernal met zesendertig seconden voor. Het was een zware twintigste etappe voor Cordonblue, maar zijn ploegmaat Willems bleef met hem meereden en zorgde ervoor dat hij had voel had gehouden. Het betekende een grote ronde winst. Het betekende de eindwinst in de Ronde van Spanje, waarmee de Colombiaan ook gelijk zijn jaar afsloot. Zijn belofte was eindelijk ingelost.

Pietro Spirolo: de teamplayer

 

Hij is een echte teamplayer, Pietro Spirolo. Al zijn ploegmaten willen dat hij wint, maar dat lukt steeds maar niet. In de Scheldeprijs werd hijzelf 5e, na keihard gewerkt te hebben voor Grotschotel. In Parijs-Roubaix reden zijn ploeggenoten weg en werd hij zelfs nog eens 8e. Op het Italiaanse kampioenschap werd hij twaalfde, nadat hij zich leeggereden had in een poging om de op kopgroep bij te halen. De laatste etappe van de Tour de France werd hij ineens verbazingwekkend 4e, maar zijn verhaal van het jaar kwam toch echt op het wereldkampioenschap. Pietro Spirolo opende het bal op het wereldkampioenschap. Op de laatste heuvel viel hij aan, er volgde geen reactie, maar uiteindelijk ging een groepje van vijf reden. Even droomde hij van de titel, maar hij wist dat zijn aanval alleen geweest was om Alvaro Pisani in de zetel te zetten. Het gat werd gedicht, maar vrij laat, waardoor in de sprint Alvaro Pisani al enige nog fris zat. Spirolo werd zesde en de titel ging mee naar huis. Pietro Spirolo is daarmee een geweldige teamplayer.

 

image.thumb.png.59b8aeb5c8a6c8f8fb14057b26de59a6.png

 

@19CH98 @FlyD @RubenS2 @neva @chrisje1993 @007mark @NicoHaak

 

Note 1: Jullie mogen weer laten weten of jullie willen verlengen of niet. Vooral benieuwd of Rubinho nog steeds niet wil verlengen na zijn Tourwinst. ;) 

Link to post
Share on other sites

Teleurstellend jaar voor Eli, en eigenlijk ook voor Mark. 

 

Mark wil zeker verlengen. Eli wacht even af wat de andere klassementsmannen doen :)

Link to post
Share on other sites

Boontjes in de gele trui :classic_love: En "De seconde van Rubinho" in de Tour, schitterende prestatie :< Zowel Boontjes als Rubinho willen (nu toch ;c ) verlengen :D 

Link to post
Share on other sites
Op 30-5-2021 om 17:42 zei FlyD:

Teleurstellend jaar voor Eli, en eigenlijk ook voor Mark. 

 

Mark wil zeker verlengen. Eli wacht even af wat de andere klassementsmannen doen :)

En heeft Curridori al een idee? 

Link to post
Share on other sites

image.png.fece3ece32ab2993f43d786eabbf8b2d.png

 

DOMINATIE GAAT DOOR

 

Wederom was La Gazzetta dello Sport oppermachtig. 79 overwinningen kwamen er op de teller, waaronder ook de Tour de France en de Vuelta de Espana. In de Tour de France was het podium volledig gevuld met renners van de ploeg. Ook in de Giro die gewonnen werd door Pogacar stonden er twee renners op het podium. Pogacar was ook de enige renner die zich staande wist te houden in de wielerwereld die gedomineerd wordt door La Gazzetta dello Sport.

 

                                Alvaro Pisani: een jaar genieten van zijn regenboogtrui

 

Zijn topjaar van vorig jaar was moeilijk te overtreffen en dat deed Alvaro Pisani ook niet. Zijn jaar begon in de Saudi Tour, waar hij zichzelf naar één vierde plaats wist te rijden. Voor de Italiaan moest het vooral gebeuren in de noordelijke klassiekers, maar winnen kon hij helaas niet. Een vierde plaats in de Omloop, een derde plaats in de E3, een elfde plaats in de Ronde en een vierde plaats waren desondanks geen slechte resultaten. Voorafgaand aan de Giro reed de Italiaan nog één koers: Eschborn Frankfurt. Hij werd vierde. In de Giro liep hij niet voor de Italiaan, waardoor er daardoor geen enkel resultaat kwam. Op de Italiaanse kampioenschappen werd hij zesde op de tijdrit en 15e op weg. Na een korte periode van rust volgden er twee podiumplaatsen in de Ronde van Polen. Om vervolgens na wederom een periode van rust in de Czech Tour de teller van nul af te halen. De derde en de vierde etappe vielen namelijk ten prooi aan de Italiaan. Een leuke bijkomstigheid was dat de puntentrui ook nog mee naar huis mocht. Vervolgens volgde er een 2e plaats in de EuroEyes Classic, die opgevolgd werd met een 2e plaats in een kasseienrit in de Binckbank Tour. Daarna vloog de Italiaan weer terug naar Italië om te winnen in de Giro dello Toscana. Hij mocht zich hierna opmaken voor het WK, waar hij vijfde werd. Daarna volgde er nog een zesde plaats in Sparkassen Münsterland Giro, een tweede plaats in Parijs-Tours en een derde plaats in de eerste etappe van de Gree-Tour.

 

Aurelio Pisani: eindelijk raak

 

Na wat leuke ereplaatsen in La Tropicale Amissa Bongo, Trofeo Laigueglia en de Tour of the Alps reed de Italiaan een onzichtbare Giro de Italia, maar stiekem bleek die Giro gewoon een voorbereiding op het Italiaans kampioenschap te zijn. Want hij ging op dertig kilometer alleen weg. Niemand ging hem nog halen en zo werd Aurelio Pisani de beste wielrenner van Italië. Een overwinning die niemand toch had aanzien komen. Vervolgens dook hij pas weer op in de resultaten van de OVO Energy Tour. Hij behaalde drie etappe podiumplaatsen, maar winnen deed hij niet. Via een vierde plaats op de Coppa Sabatini, mocht hij zich opmaken voor het wereldkampioenschap waar hij elfde werd. Aurelio Pisani zijn jaar kan echter toch als relatief succesvol beschouwd worden door de grote overwinning op het Italiaans kampioenschap.

 

Mauro Baggio: sterke knecht, met af en toe een leuk resultaat

 

Mauro Baggio is tegenwoordig een knecht, die af en toe zich zelf ook nog eens toont. In Parijs-Roubaix werd hij zeventiende, niet zo goed als vooraf gehoopt, maar hij zat daarmee wel in de tweede groep die achter de twee koplopers over de streep kwam. In zijn thuisland reed de Zwitser zich in Romandie nog naar twee toptienplaatsen. Vervolgens maakte hij zich om te gaan werken voor zijn kopmannen in de Tour. In de laatste etappe mocht hij nog eens voor zichzelf rijden met een zevende plaats als gevolg. Daarna verdween de Zwitser weer terug in zijn knechtenwerk, maar voor hetzelfde geld wint hij volgende seizoen een grote vis. Wie zal het zeggen.

 

Pietro Baggio: sterk jaar

 

Het is van even geleden dat Pietro Baggio een heel jaar constant heeft gereden. Down Under ging het gelijk goed. Twee mooie ereplaatsen waren het vervolg. Vervolgens was het in de eerste beste koers daarna raak. In Faun-Ardéche Classic mocht de Zwitser namelijk juichen. Een goede start aan het jaar. In Parijs-Nice en de Giro die Sicilia volgden vervolgens mooie ereplaatsen. Aan het begin van mei volgde vervolgens nog eens negende plaats in Romandië. Hij bleef in zijn thuisland, om te trainen voor de Tour de France. Voordat hij richting de Tour vertrok pakte de Zwitser nog een tweede plaats mee op het Zwitsers Kampioenschap. Met een goed gevoel ging hij de Tour in. Na iets meer dan een handjevol tiende plaatsen belandde de Zwitser uiteindelijk op de achtste klassement in de Tour de France. Een mooie prestatie. Vervolgens maakte de Zwitser zich nog op voor het najaar. Hij boekte nog een tweede plaats in de Giro dello Toscana, die uiteindelijk leidde tot een tweede plaats in het algemeen klassement. Het was dus een redelijk jaar voor de Zwitser met vooral hoogtepunten in Frankrijk.

 

Eli Curridori: mooie laatste dans voor La Gazzetta dello Sport

 

Eli Curridori begon zijn laatste dans voor de Italiaanse ploeg Down Under. Een zevende plaats was het enige resultaat daar. In Italië kwam de Italiaan dichtbij een zege, maar een tweede plaats in de Trofeo Laigueglia bleek het hoogst haalbare. In de UAE Tour was het etappe 3 wel raak. Vervolgens deed de Italiaan het ook uitstekend in Parijs-Nice. De laatste etappe werd namelijk gewonnen die zorgde voor de derde plaats in het eindklassement. Vervolgens begon Curridori aan zijn voorbereiding op de Giro. Na een ietwat moeilijk begin was de Italiaan in de laatste week los. Hij klom van plek tien naar plek drie in slechts vijf dagen tijd. De Italiaan nam ook nog eens de slotetappe mee naar huis. Een mooie laatste Giro voor de Italiaan dus. Op het Italiaans kampioenschap kwam hij vervolgens op de tijdrit en de weg dichtbij een zege, 6e en 3e. Na een periode van rust vond de Italiaan zich in een sterke periode: winst in Circuito de Gexto, 2e in het algemeen klassement van de Czech Tour, etappe- en eindwinst plus de puntentrui in de Deutschland Tour en vervolgens ook nog eens de Ardennenrit in de Binckbank Tour. Na een roemloze tijdrit op het WK trok de Italiaan zijn eerdere lijn door: 2e in de Coppa Agostini, winst in de Giro dell Emilia, derde in de Ronde van Lombardije en 2e in het algemeen klassement van de Gree-Tour. Het was daarmee een mooie laatste dans voor La Gazzetta dello Sport. Volgend jaar en het jaar daarop zien we hem terug in Nolina-Heineken en zoals Aron Rivera al zei: ‘We wensen hem succes en hij is altijd welkom om terug te keren bij ons.’

 

Mark Grotschotel: veel winnaar

 

Met zestien zeges was hij degene die het meest won binnen de ploeg. Zijn jaar begon Down Under, waar hij geen deuk in pakje boter sprintte, maar in de Race Torquay was het vervolgens raak. Daarna volgde in de Evans Race en in Spanje nog twee tweede plaatsen. In de Omloop werd Mark Grotschotel slechts achtste. Vervolgens was het een dramatisch slechte Parijs-Nice die volgde. In de koersen daarna volgden geen hoogstaand succes: 11e Milaan San Remo, 15e in Gent-Wevelgem, 5e in de Ronde van Vlaanderen, 20ste in Parijs-Roubaix en 5e Eschborn-Frankfurt. In de Giro d’Italia kwam hij niet eens verder dan een vijfde plaats. Maar vanaf het Brits kampioenschap begon het te lopen. Hij won daar om vervolgens in de Ronde van Polen twee keer te winnen en oog nog eens de puntentrui mee naar huis te nemen. Het succes trok zich de door in de OVO Energy Tour. Alle sprints werden door de Brit gewonnen. Daarmee was het dus vijf keer raak. Logischerwijs volgde ook de winst in het puntenklassement. Na een 2e plaats in de Primus Classic volgden zeges in Trofeo Matteotti en Paris-Chauny. Na twee podiumplaatsen in Duitsland en België volgde er succes in Frankrijk: Paris-Bourges en Parijs-Tours. Zijn jaar werd afgesloten met drie zeges in de Gree-Tour en een puntentrui. Daarmee volgden wederom zestien prachtige zeges, maar is het nog altijd op die echte grote vis.

 

Sandro Willems: tegenvallend in Tour, heersend in de Vuelta

 

In Spanje voelde zich de Nederlander zich dit jaar heel erg thuis. Het was daar gelijk raak. Twee keer wist de Nederlander daar te winnen, gevolgd door de zege in de Trofeo Laigueglia. Vervolgens was het tot de Waalse Pijl wachten op een zege. Daarna duurde het tot en met het begin van juni op een nieuwe zege. In het Criterium du Dauphine was het raak in de zesde etappe. Met hoge verwachtingen ging de Nederlander dan ook na de Tour, maar mede door een ziekte aan het begin van de Tour duurde het tot laatste week dat de Nederlander wat kon doen. Door een moeilijke laatste week voor Pogacar, die de Giro al in de benen had, kon de Nederlander in etappe 20 alsnog het podium betreden. Hij won de rit en dat schonk hem tevens de derde plaats in het algemeen klassement, achter twee ploeggenoten, en de bergtrui, voor de vijfde keer. Die slechte Tour was hem niet in de kouden kleren gaan zitten. In Spanje, in de Vuelta, was Willems niet te houden. Alle truien en zeven etappezeges gingen naar hem. Hij was de absolute meester van de Vuelta. Niemand kon aan hem tippen. Daarna volgden nog wat leuke ereplaatsen in Italië, maar zijn suprematie in de Vuelta zal lang herinnerd blijven worden.

 

Romulus Milanos: eindelijk winnen

 

Nadat hij vierde was geworden in de Scheldeprijs en tweede in de openingsproloog van de Tour de Romandië schot hij raak in Nederland. In de Slag om Norg mocht Milanos eindelijk juichen. Alleen kwam hij na een vijftig kilometer solo over de streep. De tranen rolden over zijn gezicht. Eindelijk had gewonnen, eindelijk had hij gedaan wat Eva Berg al zou vaak gedaan had: winnen. Eindelijk was het hem gelukt. Eindelijk.

 

Ruben Boontjes: meesterknecht

 

Een belangrijke schakel is hij in de ploeg, Ruben Boontjes, maar een winnaarstype zal het nooit worden. De enige resultaten zijn twee elfde plaatsen in de Kuurne-Brussel-Kuurne en de Scheldeprijs. Wel maakte hij onderdeel uit van de Tourploeg die uiteindelijk een heel podium zou vullen. Daarmee is hij nog altijd een belangrijke schakel in de dominantie van La Gazzetta dello Sport.

 

Ruben Rubinho: geen topjaar

 

Ruben Rubinho begon sterk aan zijn jaar. In Valencia betekende een ritzege ook de eindzege, maar daarna zwakte het toch echt wat af. In de Giro d’Italia kreeg hij te maken met een ontzettend krachtige Pogacar. Dat Pogacar een maatje te groot bleek, zorgde er niet voor dat de Braziliaan niet wist te winnen. Hij won namelijk twee ritten, die uiteindelijk een tweede plaats in het algemeen klassement betekende. Niet waar de Braziliaan opgehoopt had, maar hij was zeker ook niet dramatisch slecht. Na de Giro pakte de Braziliaan zoals altijd weer twee truien mee, maar daarna kakte alles in elkaar. De Vuelta was voor hem een regelrechte ramp, een dertiende plaats in het algemeen klassement was wat het einde van zijn jaar inluidde.

 

Nico Gancio: de trotse Italiaan

 

Hij was fenomenaal op de Italiaanse grond. In de Settimana Internationale boekte de Italiaan zijn eerste zege, nadat hij al achtste was geworden in de Tirreno-Adriatico. In de voorbereiding op de Giro d’Italia was het raak in de Tour of the Alps. Een ritzege, de eindwinst en de puntentrui waren voor hem. In de Giro d’Italia was Gancio constant, maar winnen zat er niet in. Hij werd vijfde. Geen slecht resultaat, maar ongetwijfeld ook niet waar hij opgehoopt had. Op het Italiaans kampioenschap volgde respectievelijk een vierde en zevende plaats. In de OVO Energy Tour leidde zijn consistentie uiteindelijk tot de eindwinst. Het was daarmee zijn goede voorbereiding op het najaar, want dat wie was voor Gancio. Milano-Torino, Gran Piemonte en de mythische Ronde van Lombardije werd bijgeschreven aan zijn palmares. Daarmee was Gancio een trotse Italiaan, die zich resultaten vooral boekte in Italië.

 

Stéphane Camembert: het wielerwonder van Frankrijk

 

Frankrijk heeft een opvolger voor Bernard Hinault, maar deze was toch ook voor de Fransen een verrassing. Ja, de Fransman deed leuk mee in het voorjaar met een achtste plaats in Parijs-Nice en een tweede plaats in de Amstel Gold Race, maar niemand had toch werkelijk waar gedacht dat de nummer zes van het Criterium du Dauphine zonder een ritzege de Tour zou winnen. Hij was constant, heel constant. Tien topvijfplaatsen, waarvan vijf een tweede plaats waren. Met de ineenstorting van Pogacar in de slotweek en eveneens tegenvallende Bernal, Evenepoel en Willems was de weg vrij voor de Fransman. Hij maakte dankbaar gebruik, want hij haalde de eindzege die heel Frankrijk in extase bracht. Na zo lang was eindelijk de vloek doorbroken. Na vierenveertig jaar was de Tour de France eindelijk weer voor Frankrijk. Het is daarmee het zoveelste verhaal in de Tour de France dat voor een geweldige Ander Tijden Sport aflevering zou kunnen zorgen. Camembert zal voor altijd de geschiedenisboeken ingaan.

 

Andrea Parmagiano: wachten tot aan het einde

 

Na wat leuke resultaten in de opwarmkoersen was een mooie derde plaats in Parijs-Nice wat volgde. Daarna begon de Fransman aan zijn voorbereiding aan de Giro d’Italia. In de Tour of the Alps kwam hij redelijk voor de dag. Een tweede en een achtste plaats leidden tot een zevende plaats in het eindklassement. Dat gaf een mooi vooruitzicht voor de Giro, maar winnen deed hij ook daar niet. Dichtbij komen wel, vaak ook zelfs, maar er zat niet meer in dan vier keer op het podium belanden. In het algemeen klassement viel de Fransman tegen, met een tiende plaats, maar toch had een ritzege veel goed kunnen maken. De Fransman kwam hij nationale kampioenschap tijdrijden ook behoorlijk tekort, zesde werd hij slechts. Via de OVO Energy Tour bereidde de Fransman zich voor om het einde van het jaar, maar meer dan een derde plaats in de tijdrit en een zevende plaats in het algemeen klassement kwam hij niet. De Fransman wachtte tot het einde van het jaar met winnen. In de Chrono des Nations was het dan eindelijk raak.

 

Javier Cordonblue: teleurstellend jaar

 

Die Vuelta-winst had de Colombiaan, Javier Cordonblue, toch een boost in vertrouwen moeten geven, maar het leek een verlammend effect om hem gehad te hebben. 12e Parijs-Nice, een onzichtbare Giro, waarin hij nog wel achtste werd en een derde plaats in de slottijdrit boekte. Daarna zagen we hem niet meer terug in de resultaten. In de Vuelta reed de Colombiaan vooral als een zombie rond. Het was daarmee een teleurstellend jaar voor de Colombiaan en de vraag die je dan moet stellen, is: gaat Cordonblue op dezelfde manier achteruit als Quintana of komt hij er nog bovenop? Laten we hopen op het tweede.

 

Pietro Spirolo: een echte strijder

 

Hij sloeg op zijn stuur, twee keer in één week. In de sprint verloor hij tweemaal, 2e in Dwars in door Vlaanderen en 3e in de Ronde van Vlaanderen. Dit had zijn grote zege moeten zijn, maar het mocht niet zo zijn. Hij werd geklopt. Opgeven deed hij niet. Hij bleef knokken. In Yorkshire leidde dat tot een knappe derde plaats. In Italië leidde dat tot een elfde plaats op het Italiaans kampioenschap, op een parcours dat hem helemaal niet lag. In de Tour de France mocht hij van zijn drie kopmannen, Camembert, Willems en Lochhead, in etappe 19 meeschuiven in de vlucht. Hij bleek echter niet de benen te hebben om te winnen, een derde plaats in het algemeen klassement was het resultaat. Daarna probeerde hij het nog in de Binckbank Tour, maar een zevende plaats bleek het maximaal haalbare. Als hij zo blijft vechten, komt die grote zege echt wel. Hij blijft namelijk een echte strijder.

 

image.thumb.png.b21e486c514ca0b8c193e5f3e2da066c.png

Selectie voor komend seizoen (de Ier is de vervanger van Curridori, haalde hem op het moment dat ik nog 81 klimmen had, nu is hij eigenlijk per ongeluk weer een concurrent voor jullie geworden, maar goed beter dan dat hij tegen ons rijdt natuurlijk. Nu kan hem nog sturen in waar hij rijdt).

 

Note 2: Curridori is echt een prutploeg beland, op WorldTour-niveau dat wel. Echt de kopman van zijn ploeg dus. 

Note 3: Ik snap nog steeds niet hoe Camembert de Tour gewonnen heeft, maar goed, het is wel gebeurd, bizar.

Note 4: Excuus voor de eventuele spelfouten in de bovenstaande tekst.

Note 5: Bijna elke renner van de ploeg heeft gewonnen (op degene hierboven en Spaanse knaap na dan). 

 

@19CH98 @FlyD @RubenS2 @neva @chrisje1993 @007mark @NicoHaak

 

 

Link to post
Share on other sites

Aj, een jaar om snel te vergeten. Al is het wel al veelzeggend als je dat zegt over een jaar waarin je dubbel nationaal kampioen wordt en een tweede stek in de Giro pakt. Hopelijk volgend jaar opnieuw een of meerdere grote rondes winnen met Rubinho.

 

Nu je eens vroeg uit WvW ligt, kan je hier nog meer tijd insteken. Dus ik vind het niet zó erg ;c

Link to post
Share on other sites

Join the conversation

You can post now and register later. If you have an account, sign in now to post with your account.

Guest
Reply to this topic...

×   Pasted as rich text.   Paste as plain text instead

  Only 75 emoji are allowed.

×   Your link has been automatically embedded.   Display as a link instead

×   Your previous content has been restored.   Clear editor

×   You cannot paste images directly. Upload or insert images from URL.


×
×
  • Create New...