Jump to content

aron24

Leden
  • Posts

    2,270
  • Joined

  • Last visited

Everything posted by aron24

  1. ALLE GROTE RONDES VOOR LA GAZZETTA DELLO SPORT Met 76 zeges was de ploeg wederom koning winnen van het wielerpeloton, maar nog knapper is om met drie verschillende renners alle grote rondes te winnen als ploeg, nog een aantal monumenten mee te snoepen om vervolgens ook nog de wereldkampioen in de ploeg te hebben. Ineos is de enige ploeg die nog een beetje mee kan doen met de ploeg. De rest is volledig afgehaakt. Zeker, nu, de top drie in renner van het jaarverkiezing uit drie La Gazzetta dello Sport renners bestaat Alvaro Pisani en zijn droomjaar Het was zijn jaar. Het jaar dat prachtig begon in Spanje. Na een hectische finale in de Trofeo Playa moet de Italiaan al de handen in de lucht steken. Daarna volgde in Spanje en in Parijs-Nice vooral ereplaatsen. Datzelfde gold voor de meeste klassiekers, vijftiende in Milaan-Semo en elfde in de E3 Prijs, maar dat was voor Parijs-Roubaix, want daar veranderde alles. Het was zestig kilometer voor de meet dat hij samen met een ploeggenoot en een Argentijn wegreed. Niemand die ze nog kwam halen en dus konden ze het samen uitspelen. En dat gebeurde. Alvaro Pisani won de sprint voor zijn teamgenoot. Zijn jaar ging verder in Italië. Geen winst in de Giro en geen winst op het nationaal kampioenschap, aangezien de kopgroep voorop bleef. In de Arctic Norway, tijdens zijn terugkeer naar een periode van rust was het eenmaal raak. Een puntentrui ging ook nog eens mee naar huis. Hetzelfde geldt voor de Giro dello Toscana die later in september volgde. Daar deed hij hetzelfde. Een rit winnen en de puntentrui mee naar huis nemen. Zijn vorm richting het WK was aanwezig. Hij stak in topvorm. Met zes man reed hij weg op de laatste heuvel, met een landgenoot bij hem. Wederom was onderdeel van een tactisch steekspel en wederom maakte hij het af. De handen gingen de lucht in. Alvaro Pisani was wereldkampioen geworden. Vol ongeloof in de uren die volgden, mocht hij zich opmaken voor een paar koersen in het najaar. Winnen deed hij niet meer, maar wat maakte Alvaro Pisani dat ook weinig uit. Hij was de allerbeste van de wereld. In de renner van het jaar werd als beloning voor zijn geweldige jaar tot een 2e plaats gekozen, maar ook daar kon Alvaro Pisani niet mee zitten. Hij was immers wereldkampioen. Aurelio Pisani: niet meer dan wat ereplaatsen Zo goed als zijn tweelingbroer kon zijn jaar moeilijk worden, maar het was wederom ronduit dramatisch. Geen zege. Leuk wat toptienplaatsen in La Tropicale Amissa Bongo, in Cataluyna en Guangxi, maar zonder blessures of fysieke ongemakken, is dat voor zo’n renner echt schandalig slecht. Hij is een jongen die koersen zou moeten winnen, maar hij wederom niet gewonnen. Ik denk dat Aurelio Pisani maar eens moet gaan babbelen met zijn broer, misschien wint hij dan nog eens wat. Mauro Baggio: de perfecte ploegmaat Hij had zich voorbereid op de voorjaarsklassiekers. De Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix, daar moest het gebeuren. In de koersen stond hij zijn mannetje. Op de heuvels in Vlaanderen kwam echter tekort. Al mag hij met een negende plaats niet ontevreden zijn. In Parijs-Roubaix was hij samen met Alvaro Pisani de man van de koers. Hij mocht proberen weg te rijden van de Argentijn, maar de Argentijn liet hem niet gaan. Daarom besloot de Zwitser voor zijn ploegmaat te rijden. Hij trok de sprint aan en Alvaro Pisani mocht juichen. Mauro Baggio finishte zelf als 2e, maar kreeg een stevige knuffel van Alvaro Pisani, die realiseerde dat hij het niet zonder zijn geweldige ploegmaat had kunnen doen. De rest van het jaar volgde er nog een paar eervolle ereplaatsen, 5e op het Zwitsers kampioenschap tijdrijden en 6e in het algemeen klassement van de Binckbank Tour, maar hij zou toch vooral de geschiedenis als de perfecte ploegmaat. Pietro Baggio: eindelijk juichen Zijn jaar begon met toptienplaatsen in La Tropicale Amissa Bongo en podiumplaatsen in de Herald Sun Tour. In de Vuelta Asturias was het alsnog raak. Een ritwinst en eindwinst, dat was toch lekker voor de Zwitser. Het bracht hem met vertrouwen naar eigen land, maar winnen deed hij niet. In de Tour de Suisse was een vierde plaats het maximale haalbare en op de kampioenschappen werd hij twee keer derde. Hij mocht zo opmaken voor de Tour de France, waar hij 5x keer negende werd en 13e eindigde in het algemeen klassement. Daarmee was hij de 4e renner van zijn ploeg. Daarna verscheen hij niet meer in de uitslagen, maar met twee zeges op zijn naam, zal hij toch niet ontevreden zijn. Eli Curridori: teleurstellend Na een prima voorbereiding, 2e in de Grand Prix Cycliste la Marseillaise en 3e in de Tour de La Provence, voor de grote koersen waren de verwachtingen hoog. In Cataluyna was hij dichtbij in etappe 3. Een tweede plaats werd het. In algemeen klassement moest hij het doen met een plaatsje lager. Niet slecht, maar ook niet geweldig goed. In de Tour of the Alps was het echter wel raak. Een etappezege volgde namelijk in etappe 3, maar het was niet goed genoeg om Sandro Willems in het algemeen klassement te verslaan. In de Giro ging het voor hem daarna niet zoals gehoopt. Geen etappezege en geen podiumplaats, maar slechts een 8e plaats in het algemeen klassement. In juni was de Italiaan vervolgens wederom dichtbij een Italiaanse titel, maar de derde plaats was het hoogst haalbare voor de Italiaan in de tijdrit. In de Vuelta a Burgos volgde vervolgens twee tweede plaatsen, waarvan eentje in het algemeen klassement. De Vuelta liep uit op een teleurstelling, meer dan twee toptienplaatsen zat er gewoon niet. In de Italiaanse najaarsklassiekers kwam hij nog tot twee podiumplaatsen. Kortom, het was een teleurstellend seizoen voor Curridori. Mark Grotschotel: najaarswonder Mark Grotschotel begon zijn jaar Down Under, daar begon hij met twee podiumplaatsen om vervolgens te winnen in Race Torquay. Zijn volgende resultaten volgden in de Tirreno-Adriatico, geen winst, maar wel een aantal dichtbij. Vervolgens mocht Mark Grotschotel zich opmaken voor Milaan San Remo, maar verder dan een 10e plek kwam hij niet. In de klassiekers die volgden, de E3 Prijs en Gent-Wevelgem werd hij 4e en 3e. Na een matige Ronde van Vlaanderen kwam hij in de Scheldeprijs dichtbij, maar een derde plaats was het eindresultaat. Na een knappe zevende plaats in Roubaix, volgde dan uiteindelijk toch nog een zege in de Tro-Bro Leon. In de Giro kwam hij twee keer tot een fraaie derde plaats, maar nog altijd heeft hij niet de ritwinst, waar hij zo erg naar snakt. Na een rustperiode en een mislukt Nederlands kampioenschap pakte hij in de Österreich Rundfahrt de puntentrui mee, maar een ritzege kwam daar helaas niet. In het najaar pakte hij in de Brussels Cycling Classic weer winst. Vervolgens was het weer raak schieten in de OVO Energy Tour. Vier ritzeges en de puntentrui. Nadat de bondscoach hem wederom negeerde in WK-selectie, pakte hij de zege in Paris Chauny, om vervolgens in Guangxi nog eens vier te winnen en zodoende ook de puntentrui mee te nemen. Hij moet nog altijd wat op de echte grote vis, maar winnen doet hij in elk geval heel erg veel. Sandro Willems: de opvolger van Froome Sandro Willems begon zijn jaar Down Under. Zijn uitslag was voor zijn doen niet bijzonder, namelijk een 5e plaats in het algemeen klassement. Hem ging het dit jaar maar om twee dingen: de Giro winnen en een monument pakken. Met zijn twee ritzeges en de eindzege in de Tour of the Alps leek dat eerste niet meer te kunnen mislopen. Alleen de Giro startte als behalve vlekkeloos. In de eerste zeven dagen verloor hij tijd om zijn concurrent Pogacar. Met de Sloveen rekende hij uiteindelijk hard af. Na een aantal glorieuze zeges pakte hij de trui in etappe 19. De dag daarna kwam hij voor de vijfde keer juichend over de streep. De leiding gaf hij niet meer weg en zelfs de puntentrui ging mee naar huis. Zijn jaar was geslaagd. Hij staat immers in een lijstje van mensen die alle grotes hebben gewonnen. Hij won daarmee drie grote rondes op een rij: Tour 2027, Vuelta 2027, Giro 2028. Daarna pakte hij rust en bereidde hij zich voor op het najaar. In San Sebastian won hij vervolgens voor de derde keer, waarmee hij gedeeld recordhouder werd. Die winstvorm ging door in Burgos, waar hij twee ritzeges en alle klassementen die hij kon winnen mee naar huis nam. In de Vuelta ging het eindelijk niet geweldig. Een ritzege vormde de troost voor zijn vierde plaats in het algemeen klassement. Daarbij komend, had hij wel hard gewerkt voor zijn ploegmaat die uiteindelijk de Vuelta won. Na de Vuelta kwam de Nederland in vorm: winst Coppa Agostini, Memorial Marco Pantani, Giro dell Emilia en Giro di Lombardia. Uiteindelijk startte hij uiteindelijk nog in Guangxi, waar hij nog eens een ritzege en de eindwinst boekte. Daarnaast werd hij uiteindelijk nog eens tot renner van het jaar verkozen. Wederom een geweldig jaar Romulus Milanos: net geen Maglia Rosa Na een negende plaats in de Scheldeprijs was hij bijna de winnaar van de proloog in de Giro d’Italia. Bijna had hij de Maglia Rosa te pakken, maar het mocht niet zo zijn. Slechts één seconde scheelde het, maar het mocht gewoon niet zo zijn. Wat jammer was dat toch. Balende gezichten waren zichtbaar geworden bij de ploegleiding, want wat hadden zij het Milanos toch gegund. Het is zonde dat we niet meer van zijn glans zien, want dit was toch weer zo'n moment waar de wereld het had kunnen zien. Ruben Boontjes: de Gele Droom Met een tiende plaats in de Ronde van Vlaanderen was het voorjaar niet geworden wat Boontjes er van gedroomd had, maar in de Tour de France kwam er wel een droom uit. Na een merkwaardige eerste rit, waar Boontjes met een kopgroep van acht man over de meet kwam, volgde de winst in de ploegtijdrit, waardoor Boontjes mocht starten in het geel. Die trui raakte hij de dag daarna gelijk weer kwijt, maar de verkregen gele trui mocht hij voor altijd houden. De seconde van Ruben Rubinho Na een matige openingsfase aan het seizoen kwam het er in de Tirreno-Adriatico mooi uit, met een ritwinst, de puntentrui en de eindwinst mocht de Braziliaan zeker tevreden zijn. Daarna ging de knop om richting de Tour de France. In de voorbereiding daarop deed hij de Dauphine aan. Hij pakte een rit en werd tweede achter Bernal. Daarna pakte hij de titels van het Braziliaans kampioenschap om vervolgens richting de Tour te gaan. De staat van die Tour de France ging niet zo als gehoopt. Hij verloor twee minuten in de openingsrit op Remco Evenepoel, maar tegelijkertijd viel concurrent Bernal uit. Vanaf rit acht begon Rubinho op stoom te komen. Drie ritzeges volgden en de achterstand was voor de slotetappe slechts dertig seconden. Het moest voor Rubinho gaan gebeuren deze rit. Op de slotrit kraakte Evenepoel, maar het duurde lang voordat hij brak. Rubinho loste hem, terwijl hij tegelijkertijd zelf ook niet meer de anderen kon volgen. Het werd spannend tot het einde, maar Evenepoel kwam tekort, een seconde tekort. En daarmee won Rubinho de Tour met een seconde. Voor altijd zal er dan ook de seconde van Ruben Rubinho zijn. In de Vuelta pakte hij nog, maar daar sloeg de vermoeidheid uiteindelijk toch toe. Een achtste plek volgde. Zijn seizoen sloot hij uiteindelijk nog winnend af met de zege in de Tre Valli Varesine. Nico Gancio: onthutsend zwak seizoen Het was een bedroevend jaar voor de Italiaan. Geen zege, niet eens dichtbij. Zijn jaar startte met ereplaatsen en het eindigde met ereplaatsen. In de Parijs-Nice werd hij anoniem negende. In de klassiekers daarna was hij niet eens te vinden in de top-20, om vervolgens in het Criterium du Dauphine weer negende te worden. In de Tour de France gebeurde het ook niet. Een toptienplaats in etappe 18 was het hoogst haalbare. In het eindklassement werd hij zestiende. Zijn beste klassering volgde daarna in Classica San Sebastian, waar hij zesde werd. Stéphane Camembert: weer een winnaar Na een rustige start aan het seizoen volgde in Parijs-Nice in etappe 5 al een tweede plaatsen. Een aantal weken later was het vervolgens raak in de Giro di Sicilia. Met de ritwinst in etappe vierde haalde hij het algemeen klassement en het puntenklassement binnen, waardoor zijn zegecounter in één keer van nul naar twee was gegaan. Na twee podiumplaatsen in het Criterium du Dauphine mocht hij zich opmaken voor het Frans kampioenschap. Hij schot raak, waardoor de handen de lucht in de lucht mochten. Frans kampioen met een schitterende solo. Dat moest wel iets moois betekenen voor de Tour, maar ons zeven podiumfinishes kwam er geen zege en geen podiumplaats in het algemeen klassement. Hij werd vierde, ruim achter de nummer drie, die overigens op 24 seconden van de eindwinnaar gefinisht was. Met vertrouwen trok Camembert naar de Ronde van Spanje, waar hij uiteindelijk een rit wist te winnen. Een goed klassement zat er niet meer in, maar dat mocht de pret van de ritzege niet verpesten. Camembert had immers laten zien dat hij weer kon winnen. Andrea Parmagiano: Een grote vis te pakken In Spanje begon de Fransman goed aan zijn seizoen. Geen winst, maar toch prima ereplaatsen. Deze start werd echter niet doorgezet in de Tirreno-Adriatico, daar eindigde die negende in het eindklassement. Ook in de voorbereiding voor de Giro volgden geen geweldige resultaten en de Giro zelf eigenlijk niet, tot de slotrit dan. Daar was het immers raak. Hij pakte de laatste rit en werd uiteindelijk mede daardoor 11e in het eindklassement. Daarna viel zijn jaar toch een beetje stil, met respectievelijk een vierde en een vijfde plaats op het Frans kampioenschap tijdrijden en in het algemeen klassement van de OVO Energy Tour als uitzonderingen. In de Guangxi kwam hij nog dichtbij een ritzege en de eindzege, maar in beide gevallen werd hij tweede. Zo was het geen bedroevend slecht jaar door zijn ritwinst in de Giro D’Italia, maar had de Fransman er zeker meer uit kunnen halen. Javier Cordonblue: Een zeer grote vis Met wat ereplaatsen en een toptienplaats in Parijs-Nice was Cordonblue redelijk aan het seizoen begonnen. Het moest immers pas in de Giro gebeuren, maar eigenlijk was hij daar onzichtbaar. Hij deed mee om de Haimar Zubeldia Prijs, totdat hij tweede werd in de slottijdrit, die hem uiteindelijk de achtste plaats in het algemeen klassement gaven. De knop ging om naar de Vuelta. Hij was in vorm en pakte in etappe dertien na een ritzege uiteindelijk de trui. In die trui wist hij uiteindelijk nog een rit te pakken. De vermoeidheid begon toch op te komen en zo kreeg de Colombiaan het toch wat moeilijk in de slotweken, maar hij bleef Egan Bernal met zesendertig seconden voor. Het was een zware twintigste etappe voor Cordonblue, maar zijn ploegmaat Willems bleef met hem meereden en zorgde ervoor dat hij had voel had gehouden. Het betekende een grote ronde winst. Het betekende de eindwinst in de Ronde van Spanje, waarmee de Colombiaan ook gelijk zijn jaar afsloot. Zijn belofte was eindelijk ingelost. Pietro Spirolo: de teamplayer Hij is een echte teamplayer, Pietro Spirolo. Al zijn ploegmaten willen dat hij wint, maar dat lukt steeds maar niet. In de Scheldeprijs werd hijzelf 5e, na keihard gewerkt te hebben voor Grotschotel. In Parijs-Roubaix reden zijn ploeggenoten weg en werd hij zelfs nog eens 8e. Op het Italiaanse kampioenschap werd hij twaalfde, nadat hij zich leeggereden had in een poging om de op kopgroep bij te halen. De laatste etappe van de Tour de France werd hij ineens verbazingwekkend 4e, maar zijn verhaal van het jaar kwam toch echt op het wereldkampioenschap. Pietro Spirolo opende het bal op het wereldkampioenschap. Op de laatste heuvel viel hij aan, er volgde geen reactie, maar uiteindelijk ging een groepje van vijf reden. Even droomde hij van de titel, maar hij wist dat zijn aanval alleen geweest was om Alvaro Pisani in de zetel te zetten. Het gat werd gedicht, maar vrij laat, waardoor in de sprint Alvaro Pisani al enige nog fris zat. Spirolo werd zesde en de titel ging mee naar huis. Pietro Spirolo is daarmee een geweldige teamplayer. @19CH98 @FlyD @RubenS2 @neva @chrisje1993 @007mark @NicoHaak Note 1: Jullie mogen weer laten weten of jullie willen verlengen of niet. Vooral benieuwd of Rubinho nog steeds niet wil verlengen na zijn Tourwinst.
  2. Zeven goals tegen is niet best, maar gelukkig maak je er zelf dan nog vier, dat scheelt. Ajax kan je van verliezen, blij een punt te hebben gepakt in de eerste twee speelrondes.
  3. Zijn afronding is niet goed, maar zijn movement was cruciaal voor de goal van Havertz. Hij trekt die ene verdediger weg waardoor die ruimte er komt. Gewoon echt een goede speler, maar moet alleen beter leren afronden. Terecht dat ie er niet in stond. Veel te riskant tegen City. Chelsea terecht gewonnen, Pep tactisch overklast, had gewoon met Fernandinho moet beginnen. En die Kante is echt een fenomeen.
  4. LA GAZZETTA DELLO SPORT DOMINEERT La Gazzetta dello Sport wordt dit jaar drieënzeventig keer. Hoewel dat vijf keer minder was dan het vorig jaar, was het wederom een succes voor de ploeg. Grote zeges werden geboekt en geschiedenis werd geschreven door de ploeg. Wederom won de ploeg de WorldTour en wederom won het de Superprestige. Er kan dan ook gezegd worden dat La Gazzetta dello Sport de grootste wielerploeg is die op dit moment bestaat. De vraag is: wie zal hen als eerst weer verslaan? Alvaro Pisani: een nieuwe sterkhouder Alvaro Pisani begon goed aan dit jaar. Met drie top tienplaatsen, waarvan zelfs twee in de top vijf, in de Tour Down Under leek de Italiaan in een goede vorm te starten aan het seizoen. Die vorm bleek ook te zijn, want in de Cadel Evans Ocean Race was het namelijk raak voor de Italiaan. Dat smaakte naar meer. Later die maand, Kuurne-Brussel-Kuurne, werd de Italiaan vijftiende. In Parijs-Nice waren toptienplaatsen voor hem het maximaal haalbare, maar de vorm was nog steeds aanwezig. In de Vlaamse klassiekers liet Alvaro Pisani zich namelijk zien. Hij werd namelijk 11e in Gent Wevelgem, 2e in Dwars door Vlaanderen en 8e in Parijs-Roubaix. Heel knappe resultaten, die nog wel eens wat moois zouden kunnen beloven voor de rest van het jaar. In de Giro d’Italia was één van de tientallen sterke sprinters en mede daardoor zat er niet meer in dan een achtste plaats. Na een periode van rust liet hij zich zien in de Circuito de Gexto, waar hij achter zijn ploeggenoot tweede werd. De vorm ontwikkelde zich door richting de BinckBank Tour. Daarna boekte de Italiaan nog een derde en een zesde plaats met uiteindelijk 14e plaats in het eindklassement. Vervolgens werd hij in de Primus Classic 6e. De vorm was daar en in de Sparkassen Münsterland Giro was het raak. De dag daarna werd hij in de Tour de Vendee 2e achter zijn ploeggenoot. Hierna volgden nog twee derde plaatsen in Paris-Bourges en Paris-Tours. Hiermee was het jaar voor de Italiaan echter nog niet voorbij, in de Gree-Tour of Guangxi wist de Italiaan namelijk, na een tweede plek in de eerste etappe, nog de tweede etappe te winnen. Hiermee bekroonde hij zijn vorm van dit jaar met nog een fraaie overwinning. Aurelio Pisani: een verloren ziel Aurelio Pisani reed als een zombie rond in het peloton. Het hele jaar reed hij helemaal niks bij elkaar. Het was wederom een drama seizoen. Het resultaat wat voor de Italiaan te zien valt, was een vierde plaats in de vierde etappe van de Czech Tour. Niemand snapt waarom het niet loopt bij de Italiaan. Zijn trainingswaarden zijn goed, maar resultaten blijven uit. Zijn Spaanse vriendin weet er zelfs geen raad meer mee. Misschien moet de wielerwereld maar accepteren dat Aurelio Pisani een verloren ziel in het wielerpeloton. Mauro Baggio: sporadisch zichtbaar In februari was het tijd voor de eerste koersen die Mauro Baggio ligt. Dat resulteerde ook gelijk in resultaten. De Zwitser werd namelijk 3e in Kuurne-Brussel-Kuurne. De vorm werd echter niet voorgezet in de rest van het voorjaar. Pas in juni dook hij weer op met een 7e plaats in de Grosser Preis Aargau. Hij verdween daar weer in de massa, tot september atlhans. Een elfde plaats in de zevende etappe van de BinckBank Tour werd opgevolgd door een 8e plaats in de Sparkassen Münsterland Giro en een 4e plaats in Paris-Tours. Daarna volgde nog een negende plaats in de Gree-Tour of Guangxi. Daarmee was de Zwitser nog sporadisch uit de massa gekropen Pietro Baggio: afwisseling tussen geluk en pech De Zwitser begon redelijk aan het seizoen, namelijk met een 4e plaats in de Trofeo Serra, die opgevolgd werd met een zevende plaats in de Faun-Ardèche Classic. In maart verdween hij weer naar de achtergrond, om vervolgens weer op te duiken in april, met twee toptienklasseringen in de Giro di Sicilia. Na wat zadelpijn in het Criterium du Dauphine vertrok de Zwitser naar eigen land. Hij werd op het nationaal kampioenschap 4e, waardoor de vorm voor de Tour de France aanwezig leek te zijn, maar het noodlot sloeg toe. In de eerste etappe raakte de Zwitser namelijk betrokken in een valpartij. Hij brak zijn scheenbeen en moest opgeven. Het duurde tot eind augustus voordat hij weer kon gaan koersen. In de Binckbank Tour werd hij de heuveletappe verrassend zesde, wat aangaf dat het najaar weleens een succes kon. Dat bleek ook wel. In Montreal haalde hij een knappe derde plaats werd. Deze uitslag kreeg een mooi vervolg. Hij werd namelijk 2e in de Tour du Doubs en 7e in de GP Wallonie. De overwinning zat er daarmee aan te komen en die kwam ook, namelijk in de Trofeo Matteotti. Dat smaakte naar meer, maar dat kwam er helaas niet. Tweede plekken volgden wel, in de Gran Premio Bruno Beghelli en in de vierde etappe van de Gree-Tour of Guangxi. Eli Curridori: een ontzichtbare dubbelkampioen Na een topjaar in het vorige jaar waren de verwachtingen bij de Italiaan, maar de vraag was of hij die kon waarmaken. Met een tweede plaats in de Trofeo Felantix leek zijn jaar toch goed te starten, zeker omdat hij enkele dagen later in de Vuelta Ciclista Murcia twee vijfde plekken behaalde, in de laatste rit en in het algemeen klassement. In de Strade Bianche werd hij enkele weken later vervolgens 5e. Goede prestaties, maar nog altijd geen winst. In de Tour of the Alps volgde winst ook, wel kwamen er drie zesde plaatsen en dat is toch echt niet goed genoeg voor een renner van zijn kaliber. Dan moest het maar in de Giro gebeuren, maar daar gebeurde het niet. Een vijftal vijfde plaatsen leidde uiteindelijk tot een zevende plaats in het algemeen klassement. Daarmee was de Italiaan teleurgesteld in zichzelf, maar daar bleef hij niet in hangen. Op het Italiaans kampioenschap tijdrijden was het immers wederom raak voor de Italiaan. Kon hij het dit keer ook op de weg doen? Het antwoord was ‘ja’ en daarmee pakte hij dus zeer knap de Italiaanse dubbel. Daarna verloren we de Italiaan echter uit het oog en zo kwam er dus een roemloos tweede deel van het seizoen. Hiermee had hij de Italiaanse wielerfans dus teleurgesteld. Mark Grotschotel: zeer goed, maar niet uitzonderlijk De Brit staat er om bekend meestal vroeg in het seizoen niet te winnen. Hoe anders was dat dit jaar. Hij schot gelijk twee keer raak in de Etoile de Bessèges. Die zeges bleken eveneens genoeg om de puntentrui mee naar huis te nemen. Een winnend vervolg kwam er echter in de periode daarna niet. Een achtste plaats als beste uitslag in de Tirreno Adriatitco, een twaalfde plek in Milaan San Remo, een zevende plek in Gent-Wevelgem, een negende plek in de Ronde van Vlaanderen en een vierde plek in Parijs-Roubaix volgden. In de Giro d’Italia kwam hij weer dichtbij, met zeven toptienplekken, waarvan een derde plaats, de beste klassering was. Na de Giro d’Italia wist hij echter weer te winnen. Op het Britse kampioenschap was hij eindelijk eens Hayter te snel af. Het scheelde vrij weinig, maar eindelijk had hij die titel binnen. De winnende vorm werd doorgezet. In de Ronde van Burgos won hij namelijk de vierde etappe en in de Circuito de Gexto was hij zijn teamgenoot Alvaro Pisani te snel af. Daarna volgde een zesde plaats in de EuroEyes Cyclassics Hamburg en een 2e plaats in de Brussels Classic. Vervolgens keerde Brit weer terug in eigen land. Hij won in de OVO Energy Tour uiteindelijk één etappe, waarna hij weer terugvloog naar België. Hier behaalde hij uiteindelijk een derde plaats in de Primus Classic, om vervolgens in Frankrijk in Paris-Chauny en in de Tour de Vendee de handen in de lucht te steken. Daarna boekte de Brit nog een tweede plaats in Paris-Bourges. Daarna mocht hij nog drie keer juichen in de Gree-Tour of Guangxi. Sandro Willems: Willem de Grote Het was zijn jaar. Hij werd immers tot wielrenner van het jaar bekroond. Na een prima voorbereiding in Spanje (hij boekte hier meerdere ereplaatsen) maakte hij zich op voor de Strade Bianche, waar uiteindelijk 2e werd. In de Tirreno-Adriatico bleek de Nederlander in bloedvorm te zijn. Hij won drie etappes, maar werd slechts 2e in eindklassement. Daarna reed hij nog de heuvelklassiekers, wat leidde tot een 2e plaats in de Waalse Pijl. Hierna begon de voorbereiding op de Tour de France, want daar moest het immers gaan gebeuren. In het Criterium du Dauphine wist Willems geen enkele te winnen, maar het niveau was komende richting de Tour de France. Op een vlak parcours werd hij namelijk vierde in een massasprint achter drie Nederlandse topsprinters. De Tour de France werd een daverend succes. Met twee etappezeges in de tien dagen kon hij immers niet klagen. In de twaalfde etappe veroverde hij de trui, die hij de dag daarna verloor aan zijn ploeggenoot. Willems sloeg echter terug. In de slotweek haalde Willems meermaals hard uit. Hij won twee etappes en had in de vijftiende etappe opnieuw de trui veroverd. De eindzege en de bergtrui waren ook nog eens van hem. Eindelijk had hij de Tour te pakken. Eindelijk. Na een tweede plaats in San Sebastian startte hij onverwachts aan de Vuelta. Na winst in de ploegentijdrit veroverde Willems met een ritwinst in etappe vijf de leiderstrui. Die glipte uit zijn handen, maar in etappe veertien had hij de rode trui weer aan. Zijn overwinning dag daarvoor had daar namelijk voor gezorgd. In de slotweek volgde nog drie zeges, wat ervoor zorgde dat Willems de Dubbel Tour-Vuelta wist binnen te halen. Het beste was er daarna nog niet vanaf. Een overwinning in Montreal, in de Memorial Marco Pantini en in de Giro dell Emilia volgde nog. Daarmee is de naam Willem de Grote een gerechtvaardigde, want hij had een superjaar. Romulus Milanos: wedergeboorte Hij is terug in de uitslaglijsten. Nog geen winst dit jaar, maar de prestaties zijn daar. Hij heeft geleerd van Eva Berg, nu moet hij dat laatste nog leren. Hij moet nog leren winnen. In de E3 Prijs werd de Italiaan dertiende, in de Grosser Preis Aargau 8e, in de Binckbank Tour 8e de in zevende etappe, in diezelfde ronde 7e in het algemeen klassement, 13e in de Primus Classic, 7e in Paris-Tours en vervolgens nog 3e in de Chrono des Nations. We kunnen wel sturen dat er wedergeboorte heeft plaatsgevonden. Ruben Boontjes: een stilvaller Wat is het toch zonde dat de Vlaming van het vorige jaar niet kon doortrekken. Zijn zevende plek in Kuurne-Brussel-Kuurne had hem toch hoop moeten geven, maar helaas bleek Ruben Boontjes een stilvaller te zijn geworden. Zo zonde, want ik had nochtans nog wel verwacht dat hij na vorig jaar die grote vis zou binnenhalen. Helaas bleek dat niet het geval. En dat is natuurlijk eeuwig zonde, maar goed wie weet komt het volgend seizoen. Laat ons het hopen voor de Vlaming. Ruben Rubinho: nog steeds een fenomeen De Braziliaan begon redelijk goed aan dit jaar, met een tweede plaats in de Grand Prix Cycliste. In de Tour de La Provence werkte hij de nul alweer weg op zijn zegeteller. In diezelfde ronde werd hij 2e in het algemeen klassement. Met veel vertrouwen vertrok de Braziliaan naar de Tirreno-Adriatico, waar hij een tweede plaats behaalde als beste dagklassering en waar hij vierde werd in het algemeen klassement. Daarna ging de knop op richting de Tour du France. In het Criterium du Dauphine bleek het Braziliaanse fenomeen al in vorm te zijn. Een ritwinst betekende ook de eindwinst, waarna hij zijn vorm doortrok op de nationale kampioenschappen. Zoals gewoonlijk werd daar gewonnen en zo ging de Braziliaan met vertrouwen na de Tour. Daar liet hij zien heel goed te zijn. Hij won twee ritten en bleek de enige te zijn die Willems nog een beetje kon volgen. Sterker nog hij pakte de Gele Trui min of meer per ongeluk af van Willems. Zo werd de Tour onbedoeld een strijd tussen de Nederlander en de Braziliaan, want Bernal en Pogacar vielen enorm tegen. De Nederlander won, maar hij moest er diep voorgaan. Uiteindelijk stonden ze beide glimlachend om het podium en was het Bernal die er als een boer met kiespijn naast stond. In de Vuelta ging het voor de Braziliaan vervolgens niet zo goed als gepland, waardoor hij zich opofferde voor zijn ploegmaat Willems. Daardoor kwam hij niet verder dan een dertiende plaats in het algemeen klassement. In de Giro dell Emilia wilde Willems Rubinho laten winnen als bedankje, maar door een lekke band zakte Rubinho terug in de groep daarachter, waardoor de Braziliaan daar uiteindelijk tweede werd. Het Braziliaanse fenomeen sloot met die uitslag zijn succesvolle jaar redelijk goed af. Hopelijk kan hij het volgend jaar nog beter doen. Nico Gancio: een snelle start, maar een moeilijke finish Het jaar starten met een overwinning is niet iedereen gegeven. Nico Gancio deed dat wel. Hij won namelijk de Grand Prix Cycliste. Daarna sloeg de pech echter toe. In de Tour de la Provence viel hij namelijk, waardoor hij een aantal koersen moest missen. Bij zijn terugkeer in Cataluyna reed hij zichzelf twee ereplaatsen, 5e en 2e. In het Criterium du Dauphine dook hij vervolgens weer op in de uitslagen, maar meer dan een paar ereplaatsen waren het niet. Op de Italiaanse kampioenschappen werd hij twee mooi keer 3e, maar de Italiaan zou ook graag weer willen winnen. Daarvoor moest hij echter nog een lange tijd wachten. In de Tour de France reed hij zichzelf naar talloze ereplaatsen, maar winst kwam er niet. Wel werd hij zesde in het algemeen klassement en daar mocht hij gezien hij deelnemersveld niet ontevreden over zijn. In de Vuelta a Burgos schot Gancio vervolgens in de eerste rit weer raak. Dat beloofde nog wat voor de Vuelta, maar daar viel hij helaas tegen. Dus ook hij reed voor Willems, wat hem uiteindelijk zelf een vijftiende plaats in het algemeen klassement opleverde. Daarna werd Gancio nog 5e in Montreal, maar meer dan dat zat er niet meer in. De snelle start leidde helaas naar een moeilijke finish. Hopelijk pakt Gancio volgend jaar een grote vis. Stéphane Camembert: mister ereplaats Hij was goed, maar altijd niet goed genoeg. In de Franse koersen in februari reed hij zichzelf naar een handvol ereplaatsen, maar daarna verdween hij onder de grond. Tot hij uit het niets ineens vierde werd in Luik-Bastenaken-Luik. Vandaar begon de Fransman zich op te maken voor de Tour de France. Dit deed hij door te starten in het Criterium du Dauphine, maar kwam in de zevende etappe een millimeter tekort om te winnen. Het was pijnlijk voor de Fransman, maar opgeven deed hij niet. In de Tour de France reed hij zich naar een handjevol tiende plaatsen, waar hij uiteindelijk in het algemeen klassement ook finishte. Hij was teleurgesteld in zichzelf. Hij had meer gewild. Dan moest het maar in het najaar gebeuren, maar ook dat gebeurde niet. In San Sebastian haalde hij nog een ereplaats, maar daarna vernamen we niets meer van mister ereplaats. Andrea Parmagiano: tegenslagen en succes in afwisseling In de Franse koersen leek Parmagiano in vorm te zijn, maar door een longontsteking miste hij enkele koersen. In Paris-Nice kwam hij niet verder dan een negende plaats in de tijdrit. De knop ging daarna om richting de Giro. In de Tour of the Alps toonde hij vorm. Vijf mooie ereplaatsen, maar ging ritwinst. Dan moest het maar gebeuren in de Giro d’Italia en daar gebeurde het ook. In de eerste tien etappes van de Giro d’Italia was de Fransman oppermachtig. Hij boekte twee overwinningen en veroverde de Maglia Rosa, maar daarna sloeg het om. Hij werd ziek en zakte hard weg in het klassement. Toch was de Giro voor hem een succes, want hij had immers twee ritzeges geboekt. In juni liet Parmagiano zijn talent voor tijdrijden weer zien, want hij werd weer eens Frans kampioen. Na een Ronde van Polen zonder al teveel succes (een paar toptienplaatsen) haalde de Fransman in de Czech Tour hard uit. Hij won de eerste twee etappes en nam daarnaast ook nog de eindwinst mee naar huis. Tot zijn eigen verbazing had hij nog de puntentrui gewonnen. Daarna leek het noodlot weer terug te komen, maar de valpartij in de OVO Energy Tour liet hem slechts vijf geplande koersdagen missen. In de Gran Piemonte dook hij nog op met een 4e plaats en in China boekte hij in de laatste koers nog een derde en vierde plaats (in het algemeen klassement). Zo had de Fransman, ondanks meerdere tegenslagen, het maximale uit zijn jaar gehaald. Javier Cordonblue: winnen, maar geen grote vis De Colombiaan begon goed aan het seizoen. Hij werd namelijk drie keer tweede: op het Colombiaans kampioenschap, in de Faun-Ardèche Classic en in de GP Industria (achter een ploeggenoot). De Colombiaan leek daarmee weer in een oud patroon te vervallen, maar niets bleek minder waar. In de Giro di Sicilia domineerde hij namelijk. Hij boekte twee etappezeges en nam daarnaast ook nog eens alle truien meer naar huis. Hij was simpelweg te sterk voor de rest. Ook in de Tour of the Alps won hij een rit en boekte hij daarnaast een derde plaats in het algemeen klassement. Het beloofde dus een Giro met kansen te gaan worden, maar dat werd het niet. Ondanks dat hij in de dagklassementen vijf keer in de top vijf finishte, was het niet genoeg om serieus mee te doen om de prijzen. In het algemeen klassement eindigde hij 5e, op drie minuten van het podium. Wel mocht hij zijn witte trui nog komen afvallen op het eindpodium, maar meer dan een troostprijs was dat eigenlijk niet. Daarna speelden fysieke ongemakken op in voorbereiding op de Vuelta. Hij moest deze daarom overslaan. In de Coppa Bernocchi kon hij zijn jaar echter alsnog mooi afsluiten met een overwinning. Een degelijk jaar was het voor de Colombiaan dus wel, maar er zit zeker nog meer in. Pietro Spriolo: strijdend voor die ene zege Vorig jaar waren zijn resultaten goed en die reeks werd dit jaar doorgezet. Met een derde plaats in de Omloop van het Nieuwsblad en een vierde plek in Kuurne-Brussel-Kuurne kon het wel eens een heel mooi voorjaar gaan worden, maar een overwinning kwam er niet. Hij werd wel knap derde in de Ronde van Vlaanderen, echter had Spirolo stiekem op meer gehoopt. Hij verdween daarna in de knechtenrol, zo ook op het Italiaanse kampioenschap, waar hij vervolgens zelf nog knap 12e werd. In de Brussels Classic deed hij in augustus precies hetzelfde, wederom werd hij twaalfde. In de kasseienetappe in de Binckbank Tour moest het dan gebeuren die zege, maar die kwam niet. Vijfde werd Spirolo en geen eerste. In de rest van het najaar kwam hij nog vaak heel dichtbij: 7e in de Primus Classic, 3e in Paris-Chauny, 11e in Sparkassen Münsterland Giro, 11e in Paris-Bourges en 9e in Paris-Tours. Mooie resultaten, maar de honger naar de winst was er nog steeds. Hopelijk komt het komend seizoen, want als iemand een zege verdient, is hij het wel. Het overgrote gedeelte van het team @19CH98 @FlyD @RubenS2 @neva @chrisje1993 @007mark @NicoHaak Note 1: het kan zijn dat er vorig jaar een aantal renners niet op het screenshot stonden, omdat ze niet bij de top zoveel van de ploeg stonden. Note 2: We hebben op papier de sterkste ploeg, maar er moet niet vergeten hoeveel andere renners eigenlijk ook zulke stats hebben. In de Giro alleen al waren er tien renners met 82 klimmen of hoger, waarvan de meeste ook nog eens in de 70+ waren qua tijdrijden. Voor de kasseienklassiekers geldt dat er vaak hele rare winnaars zijn (in Parijs-Roubaix heb ik wel eens een groepssprint van twintig man voorbij zien komen), dus het komt eigenlijk door dat soort rare dingen dat de kasseienrenners niet altijd even goed kunnen presteren.
  5. LA GAZZETTA DELLO SPORT VERSLAAT INEOS Waar het vorig seizoen nog een duidelijke overwinning was voor Ineos, ging deze strijd dit jaar door tot aan de laatste wedstrijd van het jaar, waarna de Italiaanse ploeg uiteindelijk aan het langste eind trok. De WorldTour werd immers gewonnen door La Gazzetta dello Sport. De ploeg won maar liefst achtenzeventig keer dit jaar en wist eveneens ook nog eens de Superprestige binnen te halen. Het was voor de ploeg het meest succesvolle seizoen dat ze tot nu toe gehad hebben. Alvaro Pisani: een wisselvallig jaar De Italiaanse sprinter begon redelijk aan het wielerseizoen. Alvaro Pisani behaalde namelijk in de Tour Down Under drie toptienplaatsen. Om vervolgens deze vorm met een zesde plaats door te zetten in de koers die vernoemd is naar Cadel Evans. In iets minder sterk deelnemersveld in de Herald Sun Tour mochten de handen in de lucht, nadat hij etappe drie de snelste sprinter was. In de UAE Tour kwam hij vervolgens niet verder dan wederom ereplaatsen. In alle rust bereidde hij zich daarna voor op Milaan San Remo, alleen die werd vanwege extreme weeromstandigheden uiteindelijk afgelast. De knop ging vervolgens om naar de Giro d’Italia, waar de Italiaan niet verder kwam dan een tiende plek. Pas richting het einde van het jaar dook Alvaro Pisani weer op in uitslagen. Hij werd negende in de EuroEyes Cyclassics Hamburg. In een koers in een minder deelnemersveld was het daarna weer raak. Na een eerdere vierde plaats won hij uiteindelijk de vierde etappe van de Deutschland Tour. Daarnaast nam hij ook de puntentrui mee naar huis. De Italiaan leek dus op weg naar een mooi najaar. Dat werd echter niet het geval. Een harde crash in de Coppa Agostini betekende namelijk het einde van het seizoen. Aurelio Pisani: een sportief rampjaar Wat een dramatisch seizoen was het voor de Italiaan. Het gehele voorjaar was hij in geen velden of wegen te bekennen. De eerste keer dat de wereld wat van hem vernam, was om het moment dat hij betrokken raakte in een valpartij in de Giro d’Italia. Tot en met juli lag hij eruit. Hij begon zich voor te bereiden om het najaar, maar het enige dat volgde waren wat toptienplaatsen in de Deutschland Tour en een blessure tijdens het trainen voor het Wereldkampioenschap. Het was daarmee dus een sportief rampjaar voor de Italiaan. Hopelijk gaat volgend jaar de zon ook nog eens voor hem schijnen. Mauro Baggio: nog steeds verborgen in de massa Mauro Baggio was wederom weer eens verstopt in het peloton. In zijn koersen was hij er niet. Van januari tot en met mei reed hij geen deuk in een pakje boter. Nergens een resultaat om trots op te zijn, maar daar dook hij in juni in eens om. In Zwitserland reed hij goede resultaten: 6e in Grosser Preis des Kantons Aargau en 7e op het nationaal kampioenschap tijdrijden. Hij ging mee naar de Tour de France, als knecht voor Willems, maar deze koers zou hij eindelijk niet uitrijden. In de 18e etappe kuste de Zwitser het asfalt en daarmee lag hij er toch een redelijke lange tijd uit. In de BinckBank Tour begon hij terug koersen. Hij werd achtste in het eindklassement, zonder ook maar één keer in de top vijftien te finishen. Mauro Baggio was dit jaar nog steeds verborgen in de massa en de vraag is of hij ooit nog eens zichtbaar wordt. Pietro Baggio: onthutsend zwak Het jaar begon voor Pietro Baggio in de Tour du Rwanda. Zijn beste resultaat was daar een 2e plaats. De Zwitser werd hier uiteindelijk achtste in het algemeen klassement. In de Vuelta a Castilla y Leon, in april, dook hij weer eens op in de uitslagen. Een zevende plaats in de derde etappe, zorgde uiteindelijk voor een zevende plaats in het algemeen klassement. Dat is echter toch wat karig voor een renner van zijn kaliber. In juni reed hij vervolgens naar de 9e plaats in het Zwitserse kampioenschap, enkele minuten achter de winnaar. De Zwitser mocht zich opmaken voor de Tour de France, maar verder dan een twaalfde plaats kwam hij niet. Zijn ploeg stuurde hem daarna nog naar de Vuelta, maar daar maakte een val uiteindelijk een einde aan zijn seizoen. Eli Curridori: een jaar vol met zeges Eli Curridori begon erg sterk aan het seizoen. In de eerste koers waar hij startte was het gelijk raak. In de tweede etappe van de Herald Sun Tour gingen de handen namelijk al de lucht in. Dat smaakte naar meer. In de leiderstrui won hij uiteindelijk ook nog eens de laatste etappe van dezelfde rittenkoers. Hij nam naast het algemeen klassement daarmee ook nog het puntenklassement en het jongerenklassement mee naar huis. De vorm werd doorgezet. In de Faun-Ardèche Classic was hij onderdeel van de clean sweep, hij werd 3e. Vervolgens was hij in de Italiaanse koersen dichtbij. 6e in Strade Bianche, 2e in de derde etappe van de Tirreno-Adriatico en 3e in de vijfde etappe van ditzelfde koers. De vorm werd doorgezet. In de Giro di Sicilia was hij onderdeel van een oppermachtig La Gazetta dello Sport. Hij werd in de vierde etappe 2e achter een ploeggenoot, om vervolgens de dag erna zelf te winnen. Die overwinning betekende eveneens de eindoverwinning. Daarnaast nam de Italiaan ook nog eens de bergtrui mee naar huis. In de Tour of the Alps was de Italiaan wederom goed bezig. Hij won de eerste etappe, wat uiteindelijk genoeg bleek om de rittenkoers te winnen. Met veel vertrouwen begon de Italiaan dan ook aan de Giro d’Italia. Door zijn goede openingstijdrit ten opzichte van vele andere klassementrenners was volgen in de bergetappes eigenlijk het enige wat de Italiaan hoefde te doen om mee te kunnen blijven doen in het algemeen klassement. In de veertiende etappe deed hij echter meer dan volgen, maar meer dan een derde plaats zat er niet in. In de laatste paar bergetappes pakte de Italiaan tijd en zo stond hij voor de slotrit op een vierde plaats. Een goede tijdrit was nodig om naar het podium te komen. Die goede tijdrit kwam. Curridori won de tijdrit en steeg zo naar de derde plaats in het eindklassement. Ook nam hij de witte trui mee naar huis, die hij de gehele Giro al in handen had gehad. In de Italiaanse kampioenschappen die relatief kort na de Giro volgde, was hij nog steeds in vorm. Hij pakte de titel in de tijdrit en op de weg bleef slechts één iemand hem voor. Daarna volgde een paar minder succesvolle maanden, wat ereplaatsen in de Ronde van Polen was het zo ongeveer wel. In de Tour Poitou-Charentes boekte de Italiaan wederom een zege die gelijk genoeg was voor de eindoverwinning. Vervolgens belandde hij in Montreal, in de Coppa Agostini en in de Gran Piemonte drie keer op het podium. In de laatste koers van het jaar, Gree-Tour of Guangxi, haalde de Italiaan nog eens hard uit. Hij werd 1e in de vierde etappe en dat bleek genoeg om de eindwinst en het bergklassement binnen te halen. De eindoverwinning betekende dat hij de recordwinnaar is van deze koers. Hij kreeg als beloning voor zijn succesvolle jaar een nominatie voor renner van het jaar, met uiteindelijk bleken zijn dertien overwinningen niet genoeg om te winnen. Mark Grotschotel: najaarswonder Dertien zeges kwamen er dit seizoen voor Mark Grotschotel, zeker als je betekent dat er geen enkele zege was voor september. Dat betekent niet dat Grotschotel geen resultaten reed in het voorjaar. Vijf keer top tien in de Saudi Tour, twee keer top tien in de Tirreno-Adriatico, tiende in de Ronde van Vlaanderen, 3e in de Brabantse Pijl, 2e in de Eschborn Frankfurt, 6 keer top tien in de Giro d’Italia, 2e op het Britse Kampioenschap en drie keer top drie in de Ronde van Polen en 3e in de RideLondon Classic. In de Ronde van Polen nam hij eindelijk wel de puntentrui met zich mee naar huis. In de OVO Energy Tour of Britain was Grotschotel dominant in de sprints. Zes keer was hij de rapste aan de meet. Dat leverde hem logischerwijs ook de puntentrui op. Daar volgde nog meer succes. Winst in Paris-Chauny, in Sparkassen Münsterland Giro en Paris-Bourges volgden. In Paris-Tours zorgden twee vluchters ervoor dat Grotschotel niet meer kon winnen. Een 3e plaats was daar mee het maximaal haalbare. In de Gree-Tour of Guangxi was het maar liefst vier keer raak voor de Brit. Dit leverde hem ook nog eens de puntentrui op. Met al deze zeges kreeg zijn seizoen in najaar nog heel veel glans. Dit einde aan het seizoen mag gerust een najaarswonder genoemd worden. Sandro Willems: niet zo goed als gehoopt Hij begon als een raket aan het seizoen. Hij won zijn eerste koers van het jaar. In Trofeo Felantix was het namelijk raak. De dag daarna werd hij tweede achter een ploeggenoot. Vervolgens schot hij in de Trofeo Pollenca weer raak. Daarna was het tot en met maart wachten op een nieuwe zege. In Parijs-Nice beloonde hij het ploegwerk door in etappe 7 te winnen. In de Settimana Internazionale Coppi e Bartali won hij vervolgens de vierde etappe voor zijn teamgenoot Lochhead, die op zijn buurt Willems weer voorbleef in het algemeen klassement. In de Amstel Gold Race werd het wederom een-tweetje voor deze twee renners. Willems en Lochhead waren samen van iedereen weggereden, waarna Willems zijn ploegmaat vervolgens te sterk af was in de sprint. In de Waalse Pijl en de Luik-Bastenaken-Luik was de Nederland vervolgens nog eens dichtbij, met respectievelijk een vijfde en een tweede plek. In de Criterium du Dauphine won Willems vervolgens nog één etappe. De vorm was er nog niet helemaal, logisch ook, want die moest pas in de Tour de France komen. En daar gebeurde het ook. In de tweede etappe van de Tour de France was het gelijk raak. Willems kwam in de gele trui, maar even kwam er tegenslag. Willems werd wat ziekjes en zakte daardoor wat weg in de vierde etappe. Het betekende het verlies van de gele trui, die hij in de zesde etappe wederom veroverde. Wederom sloeg de pech toe. Willems werd ziek en verloor in de dertiende etappe daardoor de trui. De ziekte bleef een paar dagen aanhouden, waardoor Bernal en Pogacar van hem weg schoten in het klassement. In de laatste paar dagen kwam Willems nog dichtbij een nieuwe zege, maar het zat er niet meer in. Wederom een derde plaats en de bergrtrui voor Willems. Teleurgesteld vertrok de Nederlander richting Spanje. Hij bereidde hier zichzelf voor op de Vuelta. In de eerste etappe begon het goed voor hem en zijn ploeg. De ploegentijdrit werd namelijk gewonnen. De dag daarna nam Willems de trui over, maar de benen waren er niet. Geen ritzege, allemaal podiumplaatsen of slechter. Hij werd zesde in het algemeen klassement, wat hem eveneens het jongerenklassement opleverde. Het enige wat nog volgde, waren ereplaatsen. Het was een goed jaar, maar niet zo goed als Sandro Willems zelf gehoopt had. Romulus Milanos: de vriend van Eva Berg Het ooit zo grote talent, Romulus Milanos, is tegenwoordig niet meer dan de vriend van Eva Berg. Het vrouwelijke wielerfenomeen reeg het afgelopen seizoen de zeges aan één, maar haar vriend was nergens te bekennen. Geen enkel resultaat geboekt en dat is treurig voor een renner met zijn talent. Het is onverklaarbaar waarom het de Italiaan niet lukt om de presteren. Misschien moet hij eens leren van zijn vriendin, want zij weet wel hoe ze moet presteren. Nee, Romulus Milanos, is niet meer dan de vriend van Eva Berg en hij is de enige die daar wat aan kan veranderen. Ruben Boontjes: langzaam op weg naar die grote zege Een tweede plaats in Parijs-Roubaix moet Boontjes toch wel enige hoop hebben gegeven voor het voorjaar in 2026. In Kuurne-Brussel-Kuurne werd hij 12e, niet gek gezien de koers eindigde in een groepssprint van dertig renners. Hetzelfde gold voor zijn 14e plaats in Gent-Wevelgem, wederom een groepssprint waarin hij logischerwijs niet wist te winnen. Dan moest hij maar gebeuren in Parijs-Roubaix, maar ook daar gebeurde het niet. Meer dan een 14e plaats zat er voor Boontjes niet in. In het najaar doek hij weer op in uitslagen. 10e in de kasseienetappe van de Binckbank Tour, 4e in de Ronde van Zeeland en 7e in Paris-Tours. Deze resultaten bieden hoop voor de toekomst. Boontjes lijkt langzaam op naar die grote zege. Ruben Rubinho: het Braziliaanse fenomeen In de tweede koers van het jaar, in de Trofea Serra, was het al raak voor de Braziliaan. De zegeteller was daarmee al heel snel van de nul afgepoetst. Vervolgens leverde twee topvijfplaatsen een tweede plaats in het algemeen klassement van de Volta al la Comunitat Valencia op. Daarna volgde een korte trainingsperiode die eruit voor zorgde dat Rubinho de handen in de lucht kon steken in de Faun-Ardèche Classic. In de Tirreno-Adriatico leverde drie topvijfplekken hem uiteindelijk een tweede plaats in het algemeen klassement op. In de Giro di Sicilia reed hij daarna naar een aantal ereplaatsen, waaronder een vierde plaats in het algemeen klassement. In de voorbereiding naar de Giro deed hij hetzelfde in de Tour of the Alps en de Giro dell Appenino, met een derde plaats als beste resultaat. In de Giro deed hij leuk mee in het algemeen klassement, maar meer dan ereplaatsen in etappes behaalde niet. Zijn beste resultaat was de tweede plaats in de slottijdrit. Uiteindelijk werd hij negende in de Giro d’Italia. Dat was niet zo goed als hij gehoopt had. De knop ging daarna echter om naar de Braziliaans kampioenschappen, die hij beide zeer gemakkelijk won. Daarna reisde hij af naar Zwitserland. Hier won hij de Axion Swiss Bank Gran Premio Citta di Lugano. Na een trainingsperiode in de voorbereiding op de Vuelta sloeg hij vervolgens gelijk toe in de Prueba Villafranca. De Vuelta begon goed met de winst in de ploegentijdrit, maar individueel kwam hij niet verder dan een vierde plaats als beste dagresultaat en een zevende plaats als eindklassering. Na de Vuelta schot de Braziliaan nog twee keer raak in de Coppa Sabatini en in de Gran Premio Bruno Beghelli. Met al die zeges kan Ruben Rubinho moeilijk ontevreden zijn, maar hij zou ongetwijfeld zelf op meer gehoopt hebben. Nico Gancio: een stabiele kracht Het was een mooi jaar voor Nico Gancio. In de Tour Down Under was het gelijk raak. Een tweede plaats in de tweede etappe zorgde ervoor dat de Italiaan de leiderstrui in handen kreeg. Deze gaf hij daarna niet meer weg. In de Tirreno-Adriatico werd hij vervolgens vijfde in het algemeen klassement. In de Giro di Sicilia pakte hij vervolgens wederom een zege. In het eindklassement werd hij 2e achter zijn ploeggenoot, Curridori, en nam hij eveneens de puntentrui mee naar huis. In het Criterium du Dauphine zorgde twee podiumplaatsen ervoor dat de leiderstrui eindelijk met Gancio naar huis ging. In de voorbereiding op de Tour de France werd hij vervolgens nog 4e op het Italiaanse kampioenschap. Een ritzege in de Tour de France zat er niet in, maar met een 6e plaats in het algemeen klassement kon de Italiaan niet ontevreden zijn. Daarna behaalde hij vervolgens nog wat mooie ereplaatsen, maar winnen zat er niet meer in. De wereld had echter al wel gezien hoe goed Gancio was, wat te zien viel in de nominatie voor renner van het jaar. Stéphane Camembert: geduld is een schone zaak Het was lang wachten voordat Stéphane Camembert resultaten begon te rijden. In de Volta Ciclista a Catalunya reed hij zichzelf naar een vijftal vijfde plaatsen toe, ook in het algemeen klassement. Hij nam eveneens de witte trui mee naar huis. In de Waalse Pijl werd hij daarna 4e en in Luik-Bastenaken-Luik reed hij zichzelf naar de 7e plaats. In het Criterium du Dauphine was hij wederom redelijk. Veel ereplaatsen, waaronder een 7e plaats in het algemeen klassement, maar wederom geen winst. In de Tour de France was hij vijf keer heel dichtbij, maar vijf keer was het net niet. Zijn goede resultaten leverde uiteindelijk een vijfde plaats op in het algemeen klassement. Na een korte periode van de rust kwam in Bretagne Classic wederom op een tweede plaats terecht. Het niet winnen begon hem te knellen. Zo vaak dichtbij. Het moest toch een keer gaan lukken. Ereplaatsen volgden in Canada, maar pas bij zijn terugkeer in Europa was het eindelijk raak. In de Memorial Marco Pantani ontdeed hij zich van iedereen, waarna hij eindelijk mocht juichen. Daarna keerde hij weer terug in zijn vorm van voor zijn zeges, met ereplaatsen in de Italiaanse najaarskoersen en een tiende plaats in het algemeen klassement van de Gree-Tour of Guangxi. Andrea Parmagiano: een pechvogel met succes Andrea Parmagiano begon net als zijn ploegmaten zijn seizoen in Spanje. Daarin was zijn beste resultaat een 8e plek. In Tour du Rwanda pakte hij algauw uit, met een zege in de tweede etappe. In het algemeen klassement werd hij 3e achter twee ploegmaten. Daarmee was zijn seizoen dus redelijk sterk begonnen. In de Strade Bianche kwam de Fransman tot een achtste plaats, waarna hij zich ging richten op de Giro d’Italia. In de voorbereiding liet hij zien goed te zijn. In de Tour of the Alps reed hij zichzelf onder andere naar een tweede plaats in de derde etappe toe. Daarna pakte hij eveneens de tweede plaats mee in de Giro dell Appennino. Voortvarend begon de Fransman aan de Giro. Hij werd derde in de vierde etappe, maar deze lijn kon hij niet doorzetten. De Fransman moest opgeven naar een heftige crash in de zevende etappe. Zijn jaar kon de prullenmand in. Eind augustus keerde hij pas weer terug op de fiets. Hij sloeg wel gelijk toe met de eindzege in de Deutschland Tour. Daarna trok hij deze vorm door na de OVO Energy Tour, maar meer dan een tweede plaats in het algemeen klassement en twee keer top drie zat er voor hem niet in. Daarna sloeg het noodlot weer toe. Hij was uitgeschakeld, maar kon nog wel terug keren in de Gree-Tour of Guangxi. Daar werd hij uiteindelijk nog zevende. Het was dus een pechjaar, waar in de Fransman zeker nog wel wat successen wist te boeken. Javier Cordonblue: eindelijk winnen Als een raket begon Javier Cordonblue aan het jaar. Hij werd namelijk Colombiaans kampioen tijdrijden. In de wegkoers werd hij vierde, onder andere door achter Bernal te finishen. Eenmaal terug in Europa reed de Colombiaan zichzelf naar een vierde plaats in de laatste etappe en het algemeen klassement van het Vuelta Ciclista a Murcia. In de Faun-Ardèche Classic werd hij als onderdeel van de clean sweep tweede. Daarna trok de Colombiaan zijn vorm door. Hij won de vierde etappe van de Tirreno-Adriatico. Hij werd uiteindelijk tiende in het algemeen klassement. Net als zijn ploeggenoten reed hij de Tour of the Alps als voorbereiding op de Giro d’Italia. Zijn beste resultaat hier was een tweede plaats in de tweede etappe. In de Giro d’Italia fietste de Colombiaan zichzelf naar vijf toptienplaatsen, waarvan een vierde plaats in etappe zeventien en een zesde plaats in het algemeen klassement de beste resultaten waren. In de Ronde van Polen haalde Cordonblue vervolgens uit met een etappezege in de vijfde etappe. Dit leverde hem ook de eindwinst op. In de Arctic Norway zette hij zijn vorm door met wederom een ritwinst, ditmaal in etappe 1. Daarna reed hij drie topvijfplaatsen in de OVO Energy Tour, waaronder een vierde plaats in het algemeen klassement. In de Italiaanse najaarskoersen en de Gree-Tour of Gunagxi deed hij hetzelfde. Ondanks al die mooie ereplaatsen waren de hoogtepunten van zijn jaar de overwinningen. Eindelijk heeft de Colombiaan geleerd wat winnen is. Pietro Spirolo: snakkend naar een zege Daar was hij ineens met een zevende plaats in Omloop in het Nieuwsblad. Daarvoor vroeg iedereen zich af of Pietro Spirolo nog wel leefde, maar dat bleek dus wel het geval. In Dwars door Vlaanderen was hij vervolgens heel dichtbij een zege, maar het werd helaas een tweede plaats. In Parijs-Roubaix dook hij wederom op in de hoge posities, met een zevende plaats. Als knecht voor Grotschotel reed hij zichzelf naar een dertiende plaats in de Brabantse Pijl. In voorbereiding op de Giro d’Italia werd hij nog een zevende plaats in de tweede etappe van de Tour of the Alps en de Giro dell Appennino. In die Giro was hij vervolgens niet meer dan een knecht voor zijn ploegmakkers. Hij bewees zijn ploegmaten een belangrijke dienst, waardoor hij zelf geen resultaten kon rijden. In het najaar was hij weer daar. 7e in de Coppa Agostini, 3e in de Coppa Sabatini, 8e in de Sparkassen Münsterland Giro en 7e in Paris-Bourges. Dat zijn mooie resultaten, maar de Italiaan zal toch langzamerhand snakken naar een zege. De ploeg aan het einde van het seizoen @19CH98 @FlyD @RubenS2 @neva @chrisje1993 @007mark @NicoHaak Note: Er zullen ongetwijfeld taalfouten tussen zitten, daarvoor excuses.
  6. Meest bizarre penaltyreeks die ooit gezien heb. Heel leip.
  7. Sowieso raar dat die (El Ghazi) niet meegenomen is. In de Premier League het goed doen en dan niet opgeroepen worden, is raar. Zeker, omdat Promes een hele matige speler is. Snap ook niet dat Karsdorp niet meegenomen is i.p.v. Timber, die net zijn eerste seizoen bij Ajax gespeeld heeft (of wel: gewoon nog te vroeg imo, maar goed er eigenlijk wel vanuit dat Dumfries basis speelt). Zeker, omdat Frank de Boer met de rest van zijn selectie toch richting een 3-5-2/5-3-2 lijkt te neigen. Veel centrale verdedigers of spelers die daar kunnen spelen als inschuivende cv's (bv. een Koopmeiners). Maar goed, uit die persconferentie blijkt vooral ook dat Frank de Boer weinig verstand heeft van zijn selectie. Leeftijden en speelminuten van spelers verwarren. Dat is toch heel opmerkelijk eigenlijk. Nee, ik denk dat dit een vroege uitschakeling gaat worden voor Nederland.
  8. LA GAZZETTA DELLO SPORT: IN STRIJD MET INEOS Het was voor de Italiaanse ploeg een mooi jaar. Tweeënvijftig keer won de ploeg maar liefst in 2025. Er was slechts maar één ploeg die meer won, Ineos. Zij behaalden één overwinning meer dan La Gazzetta dello Sport. Ook was de ploeg de grootste plaaggeest voor de Italiaanse ploeg. Zij blijven in de WorldTour en de Superprestige de Italiaanse ploeg als enige voor. Het is een duel de komende jaar vast voort zal duren, omdat er veel grote namen nog lang onder contract zullen staan. Andrea Parmagiano: een dappere strijder Het was een jaar waar het maar niet leek te lukken voor Andrea Parmagiano. Hij begon redelijk goed aan het jaar. In de La Tropicale Amissa Bongo boekte hij namelijk in de derde een tweede plaats. Dat is prima voor iemand die nog lang niet in vorm was. Die vorm was er wel in de Strade Bianche waar hij vierde werd en ook de vierde rit van Parijs-Nice werd hij nog eens vierde. Dichtbij, maar tegelijkertijd ook zo ver weg van die overwinning dus. Wat volgde in april en mei was een tiental aan ereplaatsen. In de Giro d’Italia werd hij voorbeeld vijfde in etappe 21. In juni kwam hij op het Frans kampioenschap tijdrijden nogmaals dichtbij. Hij werd derde. De droogte van niet winnen begon de Fransman pijn te doen. Ook in het najaar lukte het maar niet. Drie tweede plaatsen in Italiaanse koersen, om vervolgens ook in Giro di Lombardia vijfde te worden. Een overwinning leek er niet meer in te zitten. Maar, op de laatste dag van het wielerjaar mocht hij dan toch eindelijk juichen. In de Gree-Tour of Guangxi viel alles op zijn plaats. Na een jaar dapper strijden won hij uiteindelijk toch, ook nog eens een tweede in het algemeen klassement. Zo kon de dappere, Franse strijder toch nog met een goed gevoel de winter in. Ruben Rubinho: de wielerkoning van Brazilië Down Under, daar is waar het jaar van Rubinho begon. Nog niet in topvorm, maar hij was zichtbaar op terrein wat hem niet super geweldig lag. Dat beloofde wat moois voor de rest van het jaar. Hij schot ook al gauw in de roos. Hij won namelijk in de Trofeo Laigueglia. Een mooi zege, die hem ook nog eens de rozen opleverde van de rondemiss, Roos Rossi. In een kleine Frans koers was hij daarna nogmaals dichtbij, maar daar werd hij helaas tweede. Daarna reisde hij weer terug naar Italië. Over de gravelstroken van de Strade Bianche leek alles goed te kunnen vallen, maar op de finishmuur schoten de benen vol, waardoor hij niet verder kwam dan plaats drie. Ook in de daarop volgende Tirreno-Adriatico won hij niet. Hij werd tweemaal tweede, in etappe vier en in het algemeen klassement. In etappe vier van de Giro di Sicilia mocht hij wel weer juichen. Daarna verdween de Braziliaan even van de rader. Trainen voor de Tour de France is wat hij ging doen. Ondertussen snoepte hij gemakkelijk weer twee kampioenschapstruien mee naar huis. In de Tour de France bleek hij in vorm. Hij ging niet voor het klassement, maar ritzeges. In etappe negen schot hij raak. Op de Franse bergtoppen ontbond hij zijn duivels en schot hij wederom in de roos. Een aantal keren kwam hij nog eens dichtbij in de Tour de France, maar meer dan één zege zat er niet in. Hij werd vijftiende in de Tour de France, waarna hij zich mocht opmaken voor het najaar. Daar waar hij wederom goed. Hij won namelijk de Ardennen-etappe van de BinckBank-Tour. Het was zijn laatste moment van glorie van dit jaar die door zijn ritzege in de Tour de France als zeer geslaagd moet worden beschouwd. Javier Cordonblue: Mister Ereplaats blijft Het is duidelijk dat Javier mijn stukken niet leest, want hij kwam wederom niet juichend over de streep. Leuk zo’n witte trui in de Giro d’Italia, maar met zijn klasse moet je daadwerkelijk winnen en niet zo’n troostprijs binnenhalen. Vaak was hij dichtbij. Tweede op het Colombiaans kampioenschap tijdrijden, drie maal vijfde in de Tirreno-Adriatico, waaronder in het algemeen klassement, twee keer tweede in de Tour of the Alps en nog eens derde in de laatste etappe van de Giro d’Italia, waar hij uiteindelijk vierde werd. Daarna richtte hij zich op de Vuelta de Espana, maar wederom was de Colombiaan te vermoeid om überhaupt aan de ronde te beginnen. Met slechts twee vijfde plaatsen in twee kleine Italiaanse koersen kwam er een droevig einde aan het seizoen van de Colombiaan. Sandro Willems en de twaalf seconden van Bernal Wat een Tour de France was het dit jaar. Egan Bernal, Tadej Pogacar en Sandro Willems was de top drie tijdens de Tour. Bernal won de Tour met twaalf seconden voor op Tadej Pogacar, die op zijn buurt weer Sandro Willems met zeven seconden voor bleef. Het was een gevecht tussen de drie beste klassementsrenners van de wereld. Twee etappezeges, een podiumplaats en de bergtrui vielen tijdens de Tour in zijn handen, maar de negentien seconden deden hem pijn. Zijn eindzege in Parijs-Nice, zijn ritzege in de Giro d’Sicilia, zijn drie ritzeges in de Dauphine en zijn overwinning in de Mont Ventoux Denivele Challenge werden allemaal vergeten met de pijn van die verrekte negentien seconden. Zo dichtbij en tegelijkertijd ook zo ver weg. Woedend was hij op zichzelf, want hij had het toch echt zelf ergens laten liggen. Uit die pijn en woede groeide kracht. Hij vernietigde alles en iedereen in de Classica San Sebastian. Niemand kon hij hem volgen op het moment dat ver voor de meet alleen op avontuur ging. Een kilometer voor de streep verloor hij nog zijn zadel, maar dat hield hem niet van de zege af. Onverwachts voor iedereen startte de Nederlander ook nog eens aan de Vuelta. Hij won tweemaal, maar verloor toch. Tweede op tweeënviertig seconden van ditmaal Sivakov. Een puntentrui ging nog mee, maar de pijn was daar. Toch mocht hij nog twee juichen. De Nederlander won in Milano-Torino en de Gran Piemonte, maar de pijn van het twee keer niet bleef achter. Stéphane Camembert: De Trots van Frankrijk In eigen land begon de Fransman redelijk goed aan het seizoen. Een derde plaats in de Grand Prix Cycliste la Marseillaise en een vijfde plaats in de Faun-Ardèche Classic zou immers wel wat moois kunnen betekenen voor de rest van het seizoen. Vervolgens reisde de Spanjaard af naar Spanje, waar hij in het Baskenland twee keer tweede werd. Dichtbij een zege, maar nog niet goed genoeg. Hij moest naar Engeland, om precies te zijn, naar Yorkshire, afreizen om eindelijk de handen in de lucht te steken. Daar werd hij uiteindelijk 2e en nam hij ook nog het jongerenklassement mee naar huis. Vanuit daar uit vertrok hij, na een mislukte Frans kampioenschap, richting Zwitserland, waar hij raak schot in de tweede etappe. Erg mooi voor de Fransman, zeker zo vlak voor de Tour de France. Daar moest het immers gebeuren voor de Fransman en daar gebeurde het ook. In etappe 2 schot hij raak. Alleen was hij vertrokken uit een afwachtend peloton. Niemand reageerde, niemand volgde. Camembert pakte de zege en de gele trui, die hij drie dagen wist vast te houden. Daarna was hij er nog twee keer dichtbij, onder andere één keer door onderdeel uit te maken van een clean sweep. Ook werd de Fransman achtste in dezelfde Tour, in een topdeelnemersveld. Hierna volgde nog een vijfde plaats in de vijfde etappe van de Gree-Tour of Guangxi. Zijn seizoen bloedde dus een beetje dood naar het einde toe, maar met zijn ritwinst in de Tour de France zullen de Fransen hem in elk geval niet vergeten voorlopig. Pietro Spirolo: een veredelde superknecht Cadel Evans was vast niet de favoriete renner van Spirolo, maar in de koers die naar hem vernoemd leek Spirolo zijn jaar te starten met een topresultaat, ware het niet dat er in de laatste driehonderd meter nog tien topsprinters aan hem voorbij geschoten. Balen deed hij, want hij was dichtbij bij winnen, maar het mocht nog niet zo zijn. Opgeven deed hij niet, want zijn koersen moesten nog komen. In de E3 Classic kwam hij dichtbij, tiende werd hij, maar daarna verschijn hij niet meer in de resultaten. Vervolgens reed hij ook anoniem rond in de Giro. Geen aanval niets. Vervolgens dook hij ineens op in de Prueba Villafranca, waar hij derde werd in een koers die door een ploegmaat geworden werd. Daarna volgde alleen nog een achtste plaats in de Coppa Bernocchi. Trots kon hij daar niet op zijn. Vragend bleek hij achter. Pietro Spirolo was immers niet meer dan een superknecht geweest dit jaar en zo graag zou hij een meer zijn dat. Nico Gancio: een trotse Italiaan Daar stond Nico Gancio weer op de startlijst van de Tour de Rwunda. Op jacht naar zeges, die hij ook pakte. Winst in etappe zes leverde hem ook de eindoverwinning op. Een goede start aan het seizoen was het dus voor hem wel. Kon hij de vorm ook doorzetten in de grote koersen? Het antwoord op die vraag is: ja. In Catalunya pakte hij de ritzege in etappe 1. Hierna kwam hij zijn eindzege niet meer in het geding. Wat volgde waren een handje vol aan ereplaatsen, tot juni althans. Aan het einde van de mand deed hij iets heel fraais. Op het nationaal kampioenschap reed hij de concurrentie aan stront. Op de laatste heuvel van de dag reed hij weg en aan de streep had hij een minuut voorsprong op de nummer twee. Nico Gancio was Italiaans kampioen. Met die trui trok hij uiteindelijk richting de Tour de France. Daar kwam hij keer dichtbij, maar twee keer was het een derde plaats, één keer als onderdeel van een clean sweep van zijn ploeg. 11e werd uiteindelijk zijn eindscore op de Franse grond. Ook in de Ronde van Spanje kwam hij beeld, maar ook hier geen winst. Een derde plaats als beste resultaat en een achtste plaats in het algemeen klassement. Niet slecht, ondanks een ziekte midden in de Vuelta, maar zeker niet waar de Italiaan opgehoopt had. Maar eenmaal terug in Italië viel alles weer goed. In de Giro Dello Toscana schot hij raak in de tweede etappe, wat ook automatisch de eindzege betekende. De Italiaan schreeuwde het uit. Het was zijn laatste overwinningsschreeuw van het jaar. Mark Grotschotel: een sprinter die wint Hij is er één van de velen, wat het peloton is gevuld met renners als hij. Sterk in de noordelijke klassiekers, sterk in de sprint. Opwarmingstijd had de Brit, Mark Grotschotel, echter niet nodig, want in de Trofeo Playa de Plama – Plama was het gelijk raak. Wat volgde was nog meer succes op Spaanse grond. In de Vuelta Ciclista a la Region de Murcia was hij de sterke in de sprint, wat uiteindelijk genoeg was voor de puntentrui. Eenmaal in Italië was hij tweemaal dichtbij, tweede en derde, maar in Milaan San Remo was hij nergens te zien in de sprint, slechts twaalfde. Dan moest het maar in de Giro d’Italia gebeuren. In de eerste en beste kans was het bijna gelijk raak, maar het was een ellendige Belg die de Brit voorbleef. De Brit was vervolgens woedend op diezelfde Belg nadat hij later die Giro bijna in de boarding werd gedrukt, maar tot een diskwalificatie leidde het bizar genoeg niet, tot ongeloof van velen. In etappe achttien was hij nogmaals dichtbij, maar het werd slechts een derde plaats, achter onder andere die Belg die hem de gehele Giro al dwars gezeten had. Daarna duurde het tot en met OVO Energy Tour tot de Brit weer gingen winnen, maar daar heerste de Brit. Hij won vier van de vijf sprints om een krachtige wijze en nam logischerwijs de puntentrui mee. Vervolgens was hij Paris-Tours nog eens dichtbij, maar meer dan een derde plaats werd het helaas niet. Toch heeft de Brit laten zien dat hij winnen dit seizoen. Laten we hopen dat hij deze lijn doortrekt. Alvaro Pisani: een sprinter die moet opwarmen Slechts twee ereplaatsen waren er tot en met september, maar daar was hij ineens in het najaar. In de Prueba Villafranca veroverde de Italiaan zijn plaats in de Ronde van Spanje, waar hij derde werd. Meer dan dat kwam er voor de Italiaan niet uit. In de Coppa Bernocchi werd hij nog een derde. Een goed jaar was het dus niet op wielergebied voor de sprinter, met slechts één zege was hij dan ook niet tevreden. Echter, vond de Italiaan wel geluk in de liefde. Met een bekend Italiaans model vormt hij op dit moment namelijk een koppel die door vele Italianen geadoreerd wordt. Aurelio Pisani: onzichtbaar, maar toch een winnaar Waar zijn tweelingbroer Alvaro Pisani pas tot september wachtte met winnen, schot de Aurelio Pisanio toch wel wat eerder raak. In april won hij namelijk al de Route Adélie de Vitré. Daarna verdween hij volledig in de anonimiteit om weer op te duiken in het najaar, want daar stond hij ineens op de kleinste trede van het podium in de Trofeo Matteotti. Die vorm die de Italiaan had, trok hij door. In Paris-Bourges reed hij iedereen eraf en kwam hij juichend over de finish. Daar stond zijn Spaanse vriendin om te wachten. Een gelukkus volgde, waarna de Italiaan stralend het podium opgelopen kwam. Toch nog twee jaar gewonnen in een moeilijk jaar waar hij moeite had met het in vorm geraken. Mauro Baggio: verdwenen in de massa Waar was Mauro Baggio dit jaar? Een dertiende plaats in de Omloop en een zevende plaats in Paris-Bourges zijn de enige resultaten die we gezien hebben. Hij verscheen nergens. In geen enkel interview, in geen programma. Hij was simpelweg verdwenen in de massa. Wie naar zijn geboorteplaats trok, zag hem niet eens in de supermarkt. Waar was hij? Ik heb werkelijk waar geen idee. Zijn vriendin had echter wel idee, want zij liet van zich horen op de Instagram. Ze was trots op Mauro Baggio, ondanks dat niet alles ging, zoals zij gedroomd hadden. Toch nog iemand die trots was op Mauro Baggio, de man die verdwenen was in de massa. Pietro Baggio: zichtbaar in de massa In tegenstelling tot zijn broer dook hij wel op in de massa. In april won hij het eindklassement van de Giro di Sicilia zonder een etappe te winnen. Lachend stond hij op het podium, want hij had immers gewonnen. In de Giro d’Italia wilde het echter niet floten. Geparkeerd stond hij zelfs meermaals. Negentiende met een paar toptienplaatsen was het maximaal haalbare voor de Zwitser. In zijn thuisland kwam hij sterk voor de dag. Tweemaal tweede bij de nationale kampioenschappen, twee keer achter Marc Hirschi. Wat volgde in de resterende etappekoersen waren vooral ereplaatsen, tot aan de Gree-Tour of Guangxi althans. In de tweede etappe zegevierde hij, waarna een vierde plaats in het eindklassement volgde. Ruben Boontjes en de bijna stunt in Paris-Roubaix Dat hij over kasseien kon rijden dat wist iedereen eigenlijk al, maar toch was het knap geweest als hij deze gigantische vluchtpoging had weten af te ronden. Negentig kilometer vertrok Ruben Boontjes. Hij voelde zich echter helemaal niet goed. Slechte benen, dus maar een aanvalspoging uit wanhoop. Wanhoop die hem heel ver bracht, want het was pas op de laatste strook dat er een Nederlander aan zijn neus voorbij kwam vliegen in de naam van Mathieu van der Poel. Boontjes pikte nog aan, maar de Nederlander was gewoon simpelweg te snel voor de Vlaming. Het werd een knappe tweede plaats, die uiteindelijk het enige resultaat van Ruben Boontjes zou betekenen. Romulus Milanos: niet meer dan een superknecht Heel even zagen we een schim van zijn talent dit seizoen. Op het Italiaans kampioenschap, waar hij 7e werd in de tijdrit en in de GP d'Isbergues waar hij vijfde werd. Dat was slechts het enige wat van de Italiaan zagen op de weg. Waar we hem wel zagen opduiken, was op de Instagram van een Nederlandse wielrenster, die uitkomt voor de vrouwelijke tak van La Gazzetta dello Sport. Zij, Eva Berg, staat bekend als een supertalent, dus ook in de privésferen is de Italiaan een superknecht die zijn kopman en zijn kopvrouw moet dienen. Eli Curridori: goed rijden betekent niet altijd winnen Curridori is het perfecte voorbeeld van een renner die het altijd goed doet, maar zo weinig wint. Op de Italiaanse wegen, Tirreno Adriatico en Tour of the Alps, regende het dan ook weer ereplaatsen voor de Italiaan, maar op diezelfde Italiaanse wegen lukte het dan toch om te winnen. In de laatste etappe van de Giro d'Italia was de ritzege daar. Hij schreeuwde uit, want hij had de snelste tijdrit gereden, waardoor hij nog een plek opschoof in het algemeen klassement ook. Vijfde werd hij in de Giro d'Italia, niet slecht, maar een podium was mooier geweest. De vorm bleef tot juni, want hij werd achter Gancio tweede op het Italiaans kampioenschap. Daarna volgde er nog twee ereplaatsen in Italië, 2e in de Giro di Emilia en 3e in de Gram Premio Bruno Beghelli. Niet slecht, maar het had zoveel beter gekund. Curridori mag echter trots zijn, want heel weinig renners slagen erin om überhaupt ooit een ritzege te boeken in een Grote Ronde. Curridori deed het echter wel. Note 1: Jullie ploeggenoten zijn ook erg sterk geworden. Zij winnen ook enorm veel en pakken soms de overwinningen van jullie af, ondanks ze op knechten staan. Note 2: Vergeef mij voor de eventuele spelfouten en het feit dat ik toch een screenshot gebruik, omdat het overtypen in Excel toch wel erg veel tijd kost. @19CH98 @FlyD @RubenS2 @neva @chrisje1993 @007mark @NicoHaak
  9. Ik geef het seizoen het volgende cijfer: 4, weinig spanning voor de titel, dramatisch slecht voetbal en belachelijk slechte resultaten van Feyenoord. Af en toe nog wel eens genoten, maar dat weegt niet op tegen de pijnlijke momenten, zoals verliezen van ADO. Beste team: Ajax Slechtste team: VVV (die 13-0 he) Meest verrassende team: Sparta Meest teleurstellende team: PSV, met dat spelersmateriaal moet je het Ajax lastig kunnen maken Beste aanvaller: Tadic, helaas Beste middenvelder: Gravenberch, helaas Beste verdediger: Bazoer, als je dat een verdediger mag noemen Beste keeper: Bijlow, Grijsaard Pasveer, Drommel, al drie heel goed Meest verrassende speler: Giorgos Giakoumakis Meest teleurstellende speler: Niet een, vooral heel erg veel spelers, laat we maar Ihattaren zeggen Slechtste speler: Hoe kan je er één kiezen als je de gehele selecties van VVV en ADO moet opnoemen op die Griek na dan, maar om toch even mijn grootste irritatie van het seizoen hier neer te zetten: Fer. Cultheld van het seizoen: Als je de Leeuw een cultheld kan noemen, dan hem Gaat de grootste transfer worden komende zomer: Wijndal Beste coach: Tja, Ten Hag maar dan he. Slechtste coach: Rankovic/Schmidt Meest verrassende coach: Fraser Meest teleurstellende coach: Schmidt/Advocaat
  10. aron24

    Spaans voetbal

    Wijnaldum is niet overschat in mijn boek. Is gewoon een goede speler, was niet voor niets een belangrijke speler voor Liverpool en is niets voor niets nog steeds een keyspeler voor het Nederlands Elftal. Of het verstandig is van Barca om hem te halen is wat anders natuurlijk. Ze zouden bij Barca eerst eens een fatsoenlijke verdediger moeten halen ipv, van nog meer aanvallers en middenvelders. Enige verschil is dat ze er deze keer geen honderden miljoenen voor neerleggen, wat Barca normaal wel doet.
  11. Goed begin. Een punt pakken tegen het vele malen sterkere PSV is een mooie start aan het seizoen.
  12. Ben benieuwd wat er uit die oefenwedstrijden gaat komen, bewust een goed en een zwak team gekozen, om te kijken wat mijn team kan. Zeker, aangezien ik niet een meestertacticus ben op FM en eigenlijk het slechtste team heb.
  13. Zonde voor Leclerc, Ferrari heeft gegokt en verloren. Enige kans om te winnen dit jaar, met geluk komen ze er nog met Sainz, maar dat zal wel niet
  14. Vier keer nul, schitterend. Ook mooi dit. ? Kan prima leven met de winnaar, al vond ik Frankrijk wel het beste.
  15. Georgië, over nagenoeg kansloze missies gesproken, maar goed wel een uitdaging.
  16. Lijkt alsof ze moesten wennen in het begin. Horror begin aan het seizoen, Ajax en PSV. Dit gaat een pittige worden.
  17. Enkel jeugd, daarna gewoon gestopt, omdat ik er geen zin meer in had (en ik teveel moest gaan trainen, om überhaupt mee te komen, gwn destijds geen tijd voor met school). Gwn weer naar voetbal en inmiddels voor mijzelf wel weer bezig.
  18. Zekers. Ben er wel eens voor geëindigd, maar dat is het ook wel, hoor. Was beslist geen hoogvlieger namelijk.
  19. Naam manager: Sandro WillemsenNationaliteit manager: NederlandsLeeftijd manager (dd-mm-yyyy): 24-05-1968 Nummer (1 t/m 24): 20
  20. Dat nummer is geschreven op een goede trip. Ik moet zeggen ik moest er vooral erg hard om lachen. Eens. Een beetje goede zanger(es) had die nummer in de top van de finale gebracht.
  21. Zijn nog wel een flink aantal, denk dat van mijn geboortejaar Rick Pluimers nog wel de bekendste is (kwam laatst nog in een stuk van Mike Teunissen voorbij op Wielerflits). Moet eerlijk zeggen dat ik niet verwacht had dat hij degene was van mijn geboortejaar die het zo ver zou schoppen, maar ja, een slimme renner was het altijd wel eigenlijk. Weinig doen, om dan vervolgens te winnen of hoog te eindigen. Jord Baak en Max Kronen heb je dan nog, waarvan ik weet dat ze een beetje hoog meerijden. En dan van de vrouwen (want in de jeugd rijden vrouwen die een jaar ouder zijn mee met de jongens), weet ik dat Manon Bakker het goed doet in het veld. Ik ken er wel meer hoor, maar die zijn een of twee jaar ouder of jonger (zoals Danny en Axel van der Tuuk, die was toen hij jong was al ontzettend goed), Casper van Uden, Tim Naberman (opleidingsploeg DSM/oud clubgenoot), Pascal Eenhoorn (was in de jeugd ook al extreem goed, dus voor mij ook wel een bekende naam), en zijn er nog wel een aantal die ken, maar door 2020 heb ik geen idee of die allemaal nog zijn blijven hangen (want bijna geen koers werkt nou niet echt bevorderlijk voor trainingsmotivatie).
  22. 2024 was een jaar waar het voor La Gazzetta dello Sport niet zo liep als het team misschien gewild had. Voor vele renners van de ploeg bleek het seizoen te lang te duren. Vermoeidheid sloeg toe, vormdipjes waren in grote mate aanwezig en toch was het geen dramatisch slecht seizoen voor de ploeg. Het had alleen nog zoveel beter gekund. De ploeg werd 4e in de World Tour en 4e in de Superprestige. 27 overwinningen werden er door de ploeg behaald. Niet weinig, maar ook niet uitzonderlijk veel. Dit jaar hebben we Rivera niet uitgenodigd voor een interview, maar vatten we het wielrenjaar samen in een jaar van verhalen. De Vloek van het Niet: Pietro Baggio Het was het jaar van het aanhaken of het afhaken voor de Zwitser. Hij begon het jaar sterk met een 7e plaats in de vierde etappe van de Tour Down Under. In dezelfde ronde werd hij het eindelijke 4e en nam hij ook nog eens de jongerentrui mee naar huis. Daarna volgde een tweede plaats in de tweede etappe van de Herald Sun Tour, gevolgd door een vierde plaats in etappe vijf en een derde plaats in het algemeen klassement. Zijn teamgenoot, Lochhead bleef hem voor. De Vloek van het Niet trok zich door in de Tour du Rwanda. Drie vierde plaatsen, twee podiumplaatsen en nog eens een keer vijfde. Voor de rest werd hij nog 15e in Tour des Alps en 22e in de Giro d’Italia. Op het NK in eigen land werd hij zesde in de tijdrit en negende in de wegkoers. Dat leek het einde van zijn resultaten te worden, tot dat in één keer alles goed viel in Vuelta a Burgos. Eindelijk doorbrak hij de Vloek van het Niet. Hij overwon zijn pech en mocht juichen in de eerste etappe. Vol trots stond Pietro Baggio daar, de man die de Vloek van het Niet had doorbroken. De Verdwaalde Fransman: Andrea Parmagiano La Tropical Amissa Bongo, daar is waar het seizoen van Andrea Parmagiano begon. Tweede werd hij in de derde etappe van de ronde, om vervolgens ook nog een vijfde plaats in het algemene klassement mee te nemen. Hij was overduidelijk nog niet in vorm, maar die vorm bleek er wel te zijn, toen hij op Franse grond ging winnen. Notabene de Verdwaalde Fransman die op Franse grond zijn eerste zeges van het seizoen boekte. Na een 7e plaats in de eerste etappe van de Tour de la Provence en twee podiumplaatsen in Tour de Haut Var mocht hij uiteindelijk op het podium op. Hij won het algemene klassement en de puntentrui. De vorm trok de Fransman door in Italië. Hij werd achtste in de Strade-Bianche, werd 5e in de slotrit van de Tirreno-Adriatico en mocht het eindpodium op door zijn derde plaats in het algemeen klassement. Daarna bleef de Verdwaalde Fransman ereplaatsen boeken: 9e in etappe van de Itzulia Basque Country, drie keer top 10 in de Tour de Alps, 5e in de Giro dell'Appenino, 3 toptienplaatsen in de Giro d’Italia (met een vierde plaats als beste resultaat), een 15e als eindklassering in diezelfde koers, 13e in de Bretagne-Classic en twee toptienplaatsen in de OVO Energy Tour. Aan juichend over de finish komen, kwam de Verdwaalde Fransman dus niet meer toe. L'Attaccante: Nico Gancio Met zijn aanvallende stijl is Nico Gancio een gewaardeerd renner in het peloton. Het publiek is fan van hem, maar ook zijn mederenners rijden graag tegen hem. Het gene dat hem tot hem maakt, is zowel zijn sterkte als zwaktepunt. Aanvallen doet hij. In het begin van jaar in, La Tropical Amissa Bongo, pakt dat goed uit. Ritwinst, eindwinst en de puntentrui, maar in de Trofeo Laigueglia wordt de renner gecounterd. Een achtste plaats is wat rest. In de Tour du Rwanda wordt hij drie keer op rij tweede, nadat hij drie keer met iemand anders was weggereden. Ook een zesde en een zevende plek volgden nog in dezelfde koers, maar dat redde Gancio niet van een plek buiten het podium in algemeen klassement. Vierde werd hij. De aanvaller werd niet beloond voor zijn aanvalslust. Aanvallen volgden, maar het resultaat was overal hetzelfde. Niet meer winnen. Zesde in de eindklassering Giro di Sicilia, met daarbij komend een vierde plaats als beste dagnotering, zevende in de Amstel Gold Race, een Giro zonder zeges, een twaalfde plaats op het NK, een achtste plaats in de Coppa Sabatini. De Bondscoach, Aron Rivera, beloonde de aanvaller nog met een deelname aan het WK, maar ook daar kon hij niet juichen. Helaas loont aanvallen niet altijd. Ciclista Melhor: Ruben Rubinho De beste wielrenner wordt hij genoemd in Brazilië. Voordat land klopt dat inderdaad. De ronderenner heeft iets op gang gebracht in het land. Er werden meer fietsen dan ooit tevoren gekocht in het land. Ruben Rubinho is een fenomeen geworden in Brazilië. Met een overwinning in de Trofeo Felantix was zijn seizoen op gang geschoten. In de tweede rit van de Volta a la Comunitat Valencia werd hij vijfde. Daarna volgde een tweede plaats in de vierde etappe van de UAE Tour, waar hij uiteindelijk elfde werd in het algemeen klassement. Zijn resultaten blijven goed. Hij werd 2e in de Strade Bianche, waarna hij in Italië bleef voor de Tirreno-Adriatico. Na een derde plaats in de tweede etappe mocht hij de leiderstrui aandoen. Die gaf hij, onder andere door nog een derde plaats in etappe vier, niet meer weg. De Braziliaan had vleugels gekregen door deze overwinning. Hij won de eerste rit van Volta Ciclista a Cataluyna, werd de dag na heen nog eens derde, waarna hij eindelijk tweede werd in het eindklassement. In de Itzulia Basque Country volgde drie top tien plaatsen, waarvan eentje in het eindklassement. Daarna leek de klad er wat in te schieten. Hij werd slechts 15e in Luik-Bastenaken-Luik, waarvoor hij één van de favorieten was. De Giro werd echter een ontgoocheling, want ondanks een vierde plaats in etappe vier en een tweede plaats in etappe 19, bleek het doel voor een podiumplaats in het algemeen klassement te ver weg. De jongerentrui ging mee naar huis, maar hij was net als de rest weggereden door het Sloveense fenomeen, Pogacar. Na de Giro bleef het echter niet stil, want hij kroonde zich tweemaal tot Braziliaans kampioen, waarna in het najaar, na twee vijfde plaatsen in de Giro dell Emilia en de Tre Valli Varesine nog een overwinning volgde in de Chrono des Nations. Het was dus een goed seizoen voor de Braziliaan (13e in de World Tour), maar niet zo goed als hij gehoopt had. Het licht in de donkere dagen: Stéphane Camembert Verliezen is vreselijk, ook als het achter je teamgenoot is. Wat voelde de Fransman zich goed tijdens de Trofeo Felantix, maar zijn teamgenoot was al weggereden. Hopen deed hij dat de rest het dicht reed. Dat gebeurde niet. Uit frustratie sprintte hij nog naar de tweede plaats, om alsnog zijn teamgenoot te feliciteren. Toptienplaatsen volgden, 7e in de Trofeo Laigueglia, 7e in de tweede rit van de Tour de Haut Var, vier keer top tien in Parijs-Nice, waarvan een 4e plaats als beste. Toch mocht Camembert het podium op. Hij had namelijk gewonnen. Het algemeen klassement in Parijs-Nice was voor hem. Met zijn aanvalslust had hij gekregen wat hij verdiende: een overwinning. Hij werd daarmee de opvolger van zijn landgenoot, Tony Gallopin, als het licht in de donkere dagen. Nog meer ereplaatsen volgden: drie keer top tien in de Itzulia Basque Country, een 13e plaats in de Amstel Gold Race, drie keer top tien in de Tour of the Alps (waaronder een zesde plaats in het eindklassement), maar hij nam nog wel een prijs mee: namelijk het jongerenklassement. Schrale trots, maar toch beter dan niets. Uiteindelijk kreeg hij weer wat zijn aanvalslust verdiende, een overwinning in de Giro dell'Appenino. Daarna mocht hij zich opmaken voor de Tour de France. De Franse ogen waren op hem gericht, maar na drie top tien plaatsen, eindigde zijn gele droom in tranen. In etappe 13 werd de Fransman getackeld door een overstekende hond, waarna zijn Tour erop zat. Hij kwam nog wel in actie later in het seizoen, maar de bravoure was verdwenen, meer dan een 7e plaats Gran Premio Bruno Beghelli kwam er niet meer uit. Mister Ereplaats: Javier Cordonblue Zoals de krantenkoppen in Colombia al schreven, is Javier de man van de ereplaatsen. 2e op het nationale kampioenschap tijdrijden, 6e in de tweede rit van de Tour de Haut Var, 6e in het algemene klassement van de UAE Tour, 2e in etappe 6 van Parijs-Nice, 3e (eindklassering), 4e en 5e in de Giro di Sicilia, 4e, 9e en 8e (eindklassering) in de Tour of the Alps, 2e in de Giro dell'Appenino en 6e in etappe 6 van de BinckBank Tour. In de Tour de France was hij niet meer dan opvulling. Waar was talentvolle Colombiaan in de rest van het najaar? Hij was geen schim van de man die hij kon zijn, hij was als een vogel zonder vleugels. Volgens de verhalen van de ploeg had de Colombiaan te maken met fysieke ongemakken en daardoor met het bereiken van zijn niveau. Waar die klachten vandaan kwamen, werd niet bekend gemaakt, maar ik durf wel een suggestie te doen. De Colombiaan wil te graag. Hij wil te graag bewezen dat hij meer is dan mister ereplaats, waardoor hij te hard traint en zijn niveau niet haalt. Op deze manier zal Javier van mister ereplaats veranderen in mister onzichtbaar. Laten we hopen dat het niet zo ver komt. Niet Mark Cavendish, maar Mark Grotschotel Mark Grotschotel hekelt de vergelijking met Mark Cavendish. Hoewel Grotschotel de oude sprintklasse van de Brit erkent, is hij van mening dat hun sprintstijlen compleet verschillend zijn. Zoals Mark zelf zei: ‘Ik zou nooit tegen een ander aanleunen, om vervolgens te vallen en hem mee te nemen. Ik ben niet eens alles of niets sprinter. Als je me dan toch met iemand vergelijkt, vergelijk mij dan maar met André Greipel. Een eerlijke en krachtige sprinter.’ Winnen deed Grotschotel echter pas laat. De ereplaatsen waren er wel 4e in sprint in de Tour de La Provence, 8e in een sprint in de Tirreno-Adriatico, 13e in de E3 Prijs, een knappe 4e plaats in de Ronde van Vlaanderen, 9e in Eschborn Frankfurt, 3 keer net buiten de top 10 in de Giro d’Italia, 2e in de Grosser Preis des Kantons Aargau en 3e in de etappe 2 van Adriatica Ionica Race. In diezelfde koers sloeg alles om. In de twee sprintetappes die nog kwamen, sloeg hij toe. Ook nam hij de puntentrui mee. Eindelijk kon hij winnen, maar dan keerde het patroon van verliezen weer terug. 7e op het Brits kampioenschap, 2 podiumplaatsen in de Ronde van Polen, 3x keer top tien in twee Britse koersen, 4e in de Trofeo Matteotti, 13e in Parijs-Chauny, 7e in de Coppa Bernocchi en 9e in Gree-Tour of Guangxi. Nee, het niveau van Cavendish heeft Grotschotel (nog) niet, maar wat niets is, kan nog komen. Het Verdwenen Talent: Romulus Milanos Wie de erelijsten van de juniorenlijst van zijn tijd er pakte, zag een groot talent. Een talent die de grote klassiekers zou moeten gaan winnen. Wie nu kijkt, ziet hem niet. Romulus Milanos is verborgen in deelnames. Twee grote rondes en een wereldkampioenschap, in alles veredeld tot een knecht. Waar is zijn talent gebleven? Waar is zijn magie heengegaan. Het is er niet en de vraag is of het ook nog terugkomt. Wat deze man had, is niet meer wat hij heeft en hij moet heel hard knokken, omdat ooit weer terug te krijgen. Hopelijk komt het nog, maar vooralsnog is Romulus Milanos het Verdwenen Talent. De Verloren Zoon: Ruben Boontjes Het verbaast de Belgen nog steeds dat Ruben Boontjes in Italiaanse dienst rijdt. Het oogt vreemd voor de Belgen. Nog altijd verwachtten ze dat de verloren zoon terug naar huis keert, maar dat is hij niet van plan. In België werd zijn talent ontkend, maar in Italiaanse dienst groeit hij langzaam uit in een topper. Hij krijgt de tijd om te groeien en die tijd geeft hem nu langzaam ook resultaten. Twee top tien plaatsen in de Herald Sun Tour, een 14e plaats in Axion Swiss Bank Gran Premio Citta di Lugano, waar hij bijna een vijftig kilometer solo afrondde, een 12e plaats in het algemeen klassement van de BinckBank Tour en 13e in de Trofeo Matteotti, na zijn ploeggenoot Grotschotel op de juiste plaats hebben afgezet. Hoewel hij zelden wint, is hij een geliefd ploeggenoot bij de Italiaanse ploeg. Zoals Sandro Willems ooit zei: ‘Hij is de ploegmaat die elke kopman zou willen hebben.’ Het is lek is boven: Mauro Baggio De Zwitserse wielrenfans hebben er lang op moeten wachten, maar in 2024 blijkt Mauro Baggio eindelijk het lek boven te hebben. Hij werd 4e in de Scheldeprijs, na 2 lekke banden nog 23e in Parijs-Roubaix, 10e in de Binckbank Tour en 4e in de Tour de Vendee. Eindelijk komt het talent in Mauro bovendrijven, wat zolang onder water is geweest. Eindelijk valt het goed. Nu de overwinning nog. Daar is waar Mauro Baggio op wacht, op die ene keer dat alles goed valt en hij die handen in de lucht mag steken. Iedereen gunt het hem, maar dat is nog niet genoeg. In 2025 gaat het hopelijk gebeuren voor Mauro. Hopelijk is het lek voor eens en altijd boven. Laat het ons hopen. Meer dan opvulling: Pietro Spirolo Voor het eerst in jaren kwam Pietro Spirolo even bovendrijven in de Vlaamse koersen. Met een 16e plaats in Dwars door Vlaanderen en een 15e plaats in de Ronde van Vlaanderen heeft hij bewezen dat hij het kan op dit terrein. Zeker ook, omdat hij deze koersen Grotschotel in de race hield om te zegevieren. Dat dit uiteindelijk niet lukte, was onfortuinlijk, maar Spirolo heeft bewezen meer te zijn dan peloton-opvulling. Hij was een belangrijke pion in goede resultaten van ploeggenoten. ‘Een ploegmaat om van te dromen,’ zei Romulus Milanos eens in een interview. Spirolo is geliefd en gerespecteerd binnen zijn ploeg, maar de vraag is of Pietro ook nog naam gaat maken bij het grote publiek. Voor nu is hij een renner die verborgen is onbekendheid, maar wie weet verandert dat ooit nog eens. Een sprinter die vergeten is wat sprinten is: Alvaro Pisani Weinig keren zagen we een glans van het Italiaanse talent na voren komen. Bij de junioren smeet hij zich er altijd tussen. Dit jaar kwam het slechts tot twee top twintig plaatsen, een 19e plaats in Eschborn Frankfurt en een 16e plaats in een Tour-etappe. Niet meer dan dat. Hij heeft nog niet gedaan, wat van hem verwacht werd. Blessures hielden hem dit jaar niet tegen, maar wat dan wel? Niemand heeft een antwoord op die vraag. Ook Alvaro niet. De wattages in trainingen zijn goed, maar de resultaten blijven uit. Alvaro is een sprinter die vergeten is wat sprinten is. De Italiaanse Pechvogel: Aurelio Pisani Aurelio Pisani mag gerust de pechvogel van het seizoen genoemd worden. Drie blessures maar liefst. Een kleine, aan het begin van het seizoen, die hem wat koersdagen lieten missen. Een valpartij in de Giro, die hem tot eind juli uitschakelde en een valpartij in de Vuelta d’Espana, die het einde van zijn seizoen inluidde. Het zat Aurelio Pisani niet mee. Geen enkel resultaat, puur door, hopelijk, voor één seizoen de Italiaanse Kelderman te zijn. Alles ging mis. Een rampjaar voor de Italiaanse pechvogel, maar hopelijk krijgt hij weer de overwinningsvleugels die hij zo hard nodig heeft. Een winnaar die vergeten is wat winnen is: Eli Curridori Het grote talent van Italië was hij, Eli Curridori. Grootste resultaten in zijn beloftejaar en zijn eerste jaar bij La Gazzetta dello Sport, maar winnen doet hij niet meer. Hij is verleerd om te winnen. Net als je denkt dat hij eindelijk eens gaat winnen, zakt hij weg in een moeras. Een moeras vol tegenslagen. Desondanks reed Curridori naar talloze ereplaatsen, maar nooit winst. Altijd waren er renners beter. 4e Grand Prix Cycliste la Marseillaise, drie keer top acht en de jongerentrui in Tour de la Provence, 14e in de UAE Tour met een 6e plaats in etappe 6, een anoniem 10e plaats in de Tirreno-Adriatico, 6e in de Tour de Romandië met een zevende plaats in etappe zeven als beste dagnotering, acht top tien plaatsen in de Giro d’Italia (o.a. 4e in etappe 4 en 10e in het algemeen klassement), 7e op het Italiaans kampioenschap tijdrijden, 16e in een voor de rest anonieme Vuelta d’Espana, 14e op het WK Tijdrijden, 7e in het Memorial Marco Pantani, 14e in de Giro di Lombardia en 4e in de Chrono des Nations. Veel mooie resultaten, maar simpelweg nooit genoeg om de verwachtingen van de Italiaanse wielrenliefhebbers te evenaren. Hij is een winnaar die vergeten is wat winnen is. Willem de Grote: Sandro Willems Gekscherend heeft de afgelopen jaren de bijnaam ‘Willem de Grote’ veroverd. Zoals Peter Sagen ooit ‘Peter de Grote’ genoemd werd, wordt nu ook Sandro Willems met de Grote aangesproken. Zelf moest Sandro vooral lachen, op het moment dat hij deze man voorbij zag komen. In de Spaanse koersen aan begin van het jaar boekte hij zijn eerste resultaat, tweede. In de eerste kleine rondkoers, die hij reed, won hij voor de eerste keer. Ook de bergtrui nam hij mee naar huis. In de UAE Tour boekte hij ereplaatsen, maar niet meer dan dat. Datzelfde gold voor Willems in Parijs-Nice. Dat zat de Nederlander enkel weinig dwars. Hij wilde pas goed zijn in de Amstel Gold Race. Voordat hij daar zou winnen, domineerde hij eerst nog de Giro di Sicilia. Twee ritzeges en alle truien nam hij mee naar huis. In de Waalse Pijl werd nog 6e en in Luik-Bastenaken-Luik 13e, maar in zijn hoofd was, na de Amstel Gold Race, de knoop al omgegaan naar de Tour de France. Daar moest het dit jaar gebeuren. In de Dauphine bleek hij al over een goede vorm te beschikken. Bergop testte hij de benen, tweemaal winst. Deze vorm werd door getrokken. Hij won Mont Ventoux Dénivelé Challenge en werd daarna voor de eerste keer in zijn leven Nederlands kampioen. In die trui mocht hij dan ook starten aan de Tour. In etappe 4 schot hij al raak. Hij maakt een symbool, zoals Contador in zijn grote dagen maakte. Alleen was Sandro in deze Tour Andy Schleck en niet Contador, in dit in de vorm van Egan Bernal. Sandro won weliswaar nog twee etappes, de bergtrui en de jongerentrui, maar de eindwinst ging toch echt naar de Colombiaan. Met opgeheven hoofd stond Sandro echter voor de camera van de NOS: ‘Ik kan verliezen alleen accepteren als ik niet de betere was, dat was het geval. Ik leer hier van en ga het volgend jaar weer proberen.’ De Nederlander trok daarna nog door naar Spanje, maar dat werd niets. 11e en een jongerenklassement. Toch mocht hij nog eens juichen in de Giro dell Emilia. Deze overwinning werd zijn dertiende overwinning van het seizoen. Daarna stopte het. Het Nederlandse wonderkind heeft al wel laten zien dat hij op de dag ooit de Tour zal winnen. Hopelijk wordt het niet de Tweede Andy Schleck, maar de opvolger van Joep Zoetemelk. @19CH98 @FlyD @RubenS2 @neva @chrisje1993 @007mark @NicoHaak Note 1: De stats voor dit seizoen missen, omdat ik vergeten ben een screenshot te maken van de stats aan het einde van het seizoen (wel weet ik nog dat een aantal renners zich wel een flink stuk verbeterd hadden in de stats). En, omdat ik zelf al aan het begin van seizoen 6 zit, kan ik die niet meer terugzoeken. Note 2: Voor seizoen 6 zal ik gewoon weer jullie contracten verlengen, omdat jullie daar de vorige keer ook akkoord mee waren.
×
×
  • Create New...