Jump to content

Nom de Guerre

FMU Podcast
  • Posts

    17,382
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    59

Nom de Guerre last won the day on May 15

Nom de Guerre had the most liked content!

3 Followers

Personal Information

  • Favoriete Club
    Fortuna Sittard

Recent Profile Visitors

The recent visitors block is disabled and is not being shown to other users.

Nom de Guerre's Achievements

  1. Big Brother in Rome. Landstitels te behalen: 4 AS Roma heeft drie titels gewonnen, Lazio slechts twee. Aantal bekers te winnen: 10 AS Roma heeft negen keer de beker gewonnen, Lazio slechts zeven keer. Trastevere staat op 1. Aantal Europese prijzen te pakken: 3 AS Roma heeft 1 Europese prijs gepakt, Lazio heeft er twee gepakt. Aantal Supercoppa's te winnen: 6 AS Roma heeft de Supercoppa 1 keer gewonnnen, Lazio 5 keer. Trastevere staat op 1. Stadiongrootte: minimaal 70,635 Het Stadion Olimpico heeft een capaciteit van 70,634 namelijk. Trastevere staat op 5000.
  2. Een goede aanvaller maakt een wereld van verschil. Nu kunnen we ook in de topwedstrijden dominanter spelen. We liggen op koers voor onze eerste Serie A titel.
  3. In Rob we trust! Die Europese prijs gaat er komen!
  4. CLXXX. Pafos; de knock-out Wanneer een ploeg meer gericht is op het raken dan de tegenstander dan de bal, dan geeft zo'n ploeg vanzelf kansen en ruimte weg. We hadden al enkele keren verzuimd om de trekker over te halen en de wedstrijd definitief in het slot te gooien, toen Ewald, onze behendige Duitse middenvelder met de lichtvoetigheid van een balletdanser en de onvoorspelbaarheid van een straatgoochelaar, besloot weer eens een dribbel te wagen. Het was zo’n moment in de wedstrijd waarbij je voelt dat er iets gaat gebeuren, iets magisch, iets dat straks in alle samenvattingen en hoogtepunten terug te zien is. Met een bal aan zijn voeten, alsof die met onzichtbare draden aan zijn schoenen vastzat, begon hij zijn dans. Eerst langs de middenlijn, met de elegantie van een man die weet dat hij bekeken wordt, de ogen van het publiek gevangen houdend. Hij benaderde het strafschopgebied, de zone waar de lucht dikker wordt van de spanning, en waar de verdedigers meer lijken op gladiatoren die hun leven verdedigen dan op voetballers. Terwijl Ewald een verdediger van Pafos naderde, een grote kerel die meer weg had van een kast dan van een mens, bereidde hij zich voor op een beweging die in voetbalannalen gegrift staat als de Cruijff turn. Het is zo’n beweging die, als je niet beter wist, bedacht lijkt door iemand die het fysieke begrip heeft van een tekenaar van stripboeken. Op het moment suprême, met de verdediger die zich opmaakte om Ewald te stoppen alsof hij een stormram hanteerde, tikte Ewald de bal lichtjes naar voren, net genoeg om zijn tegenstander te laten denken dat hij zou versnellen. Maar in plaats van vooruit, draaide hij zich ingenieus om zijn eigen as, zijn rechtervoet haakte de bal achter zijn standbeen langs, terwijl zijn lichaam in de tegenovergestelde richting draaide. Het was een pirouette, een flitsende wending die de verdediger deed verstenen. Deze schijnbeweging liet de tegenstander verward en gedesoriënteerd achter. Ewald, nu met vrije doortocht naar het doel, leek voor een moment niet op een voetballer maar op een kunstenaar die zijn doek met een meesterlijke penseelstreek voltooide. De menigte juichte, eerst uit verbazing, dan uit waardering voor het kunstwerk dat ze zojuist hadden gezien. Het was een beweging die zowel de schoonheid van het voetbal illustreerde als de brutaliteit ervan bespotte, een herinnering aan waarom we naar deze sport kijken: voor momenten van onverwachte schoonheid die zich ontvouwen op het groene canvas. Zoals het vaak gaat in de wereld van het voetbal, waar schoonheid en bruutheid hand in hand gaan als twee verliefden op een stormachtige nacht, werd de kunstige dribbel van Ewald niet door iedereen op waarde geschat. Nee, in de harde realiteit van de grasmat vinden sommigen het nodig om de lichtheid van dergelijke momenten te verduisteren met een dosis rauwe agressie. En zo geschiedde ook nu. Patrick Twumasi, een stevig gebouwde Ghanees met de snelheid van een jachtluipaard maar helaas ook met de subtiliteit van een sloophamer, zag het sierlijke kunstwerk van Ewald niet als iets om te bewonderen, maar als iets om te vernietigen. Met de finesse van een buldozer in een porseleinwinkel zette hij een sliding in die meer weg had van een noodlanding dan van een getimed verdedigende actie. De manier waarop Twumasi zich lanceerde, benen gestrekt, ogen wild, was een pijnlijk gezicht voor elke voetballiefhebber met een hart voor de esthetiek van het spel. Het gras spatte op, de studs van zijn schoenen flitsten gevaarlijk in het stadionlicht, en met een impact die je tot achterin het stadion kon voelen, raakte hij niet de bal — die was slechts een onschuldige toeschouwer in dit drama — maar de benen van Ewald. De Duitse danser, nog steeds in de roes van zijn eigen voetbalkunst, werd abrupt uit zijn trance gehaald. Zijn benen werden onder hem vandaan geveegd, en hij belandde op het gras met de elegantie van een neergeschoten vogel. De pijn op zijn gezicht was duidelijk, een stille getuige van de bruutheid waarmee zijn schoonheid was beantwoord. Terwijl Ewald op de grond lag, kreunend en zijn schenen vastklampend, ontstond er een woordenwisseling op het veld. Teamgenoten, coaches, en zelfs de scheidsrechter kwamen erbij, elk met hun eigen interpretatie van de gebeurtenissen. Twumasi, zijn gezicht een masker van verdedigende onschuld, probeerde te pleiten dat zijn actie gerechtvaardigd was, een noodzakelijk kwaad in het heetst van de strijd. Maar voor de spaarzame toeschouwers, en voor iedereen die het spel in zijn puurste vorm waardeert, was het duidelijk: dit was geen daad van verdediging, dit was een aanslag op de kunst van het voetbal, een brute poging om de schoonheid die Ewald had gecreëerd, uit te wissen. Strafschop voor Spartakos, geel voor Twumasi. Daar stond hij dan, Captain Fantastic, Irakli Maisuradze, de Georgische veteraan met de uitstraling van een stoïcijnse oorlogsheld die meer veldslagen heeft gezien dan de meeste mannen sterren aan de hemel. Zoals altijd wanneer de druk het hoogst is, was het Maisuradze die de bal opeiste na de overtreding op Ewald. Hij pakte het stuk leer met een zelfverzekerdheid die alleen echte leiders bezitten, terwijl de doelman van Pafos pogingen deed om hem te intimideren met blikken zo scherp als het mes van een slager. Maisuradze, echter, liet dit van zich afglijden alsof het niets meer was dan wat ochtenddauw op zijn schouders. Met een rust en precisie die het best te vergelijken is met een kunstenaar die zijn penseel in de verf doopt, plaatste hij de bal op de stip. Hij stond daar vervolgens, handen in de zij, zijn blik vastberaden en onbewogen gericht op een onzichtbaar punt in de tribune, alsof hij in een meditatieve trance was die niemand durfde te verstoren. Toen het schrille geluid van het fluitje van de scheidsrechter door het stadion galmde, was het alsof een startschot afging in Maisuradze's hoofd. Hij nam een korte aanloop, drie stappen, nauwkeurig en bedachtzaam, alsof elke pas een deel van een oude dans was die hij duizendmaal had uitgevoerd. Zijn standbeen plantte hij stevig neer, een pilaar van marmer, en toen zwaaide zijn krachtige rechtervoet naar voren. Met de precisie van een scherpschutter en de kracht van een kanonskogel werd de bal richting het doel gelanceerd. Nog voor de echo van de doffe dreun waarmee Maisuradze de bal had geraakt was weggezakt, knalde de bal met een angstaanjagende snelheid in de linkerbovenhoek van het doel. De keeper, die nog een wanhopige duik maakte, had net zo goed een toeschouwer kunnen zijn, gezien de futiele aard van zijn poging. 4-0 voor Spartakos. De tribunes explodeerden in een orgie van vreugde, het geluid als een golf die over ons heen spoelde, terwijl Maisuradze slechts een korte vuistpomp maakte als teken van triomf. Het was wellicht een andere tak van sport, maar zelden waren de woorden "game, set, and match" beter van toepassing geweest. Het was een demonstratie van de koele, berekende kracht en onverstoorbaarheid van deze man, een moment dat in de annalen van Spartakos’ geschiedenis gegrift zou worden als de dag waarop Captain Fantastic meer was dan alleen een bijnaam. ~ = = = = = ~ Reacties en dergelijke.
  5. Mijn Documenten/Sports Interactive/Football Manager 24/views Importeren als squad view.
  6. CLXXIX. Pafos; het slagveld Na de pauze, met de smaak van hun eigen bloed nog in de mond, kwam Pafos verrassend fel uit de kleedkamer gestormd. Het was alsof ze zich, ondanks de vernederende achterstand, hadden volgezogen met een cocktail van woede en ongeloof tijdens de rust. Ze waren niet klaar om de handdoek in de ring te gooien; er brandde nog een vlam van hoop, hoe klein ook. De frustratie bij Pafos was echter tastbaar, voelbaar in elke charge en elke strijd om de bal. De wedstrijd, die begonnen was als een nobel schaakspel, veranderde langzaam maar zeker in een ruige kroegvechtpartij. Binnen een kwartier na de hervatting van de wedstrijd hadden de spelers van Pafos zich ontpopt tot ware hooligans, met tackles die meer thuishoorden in een rugbywedstrijd dan op het voetbalveld. De scheidsrechter, een man die tot nu toe de wedstrijd met een koele distantie had geleid, vond zichzelf plotseling in de rol van vredestichter op een slagveld. Eén, twee, drie en toen de vierde Pafos-speler werd op de bon geslingerd, elk vanwege overtredingen die steeds grimmiger en smeriger werden. Het was alsof ze hun technische superioriteit overboord hadden gegooid en nu probeerden ze onze spelers fysiek te breken. Elke fluit van de scheidsrechter snijdend door het geluid van de strijd heen, elke gele kaart die uit zijn borstzakje werd getrokken, voelde als een klein triomfje in een oorlog die steeds meer werd gedomineerd door guerrillatactieken. De mannen van Pafos, hun gezichten een grimas van frustratie en woede, verloren langzaam het laatste beetje zelfbeheersing. Op het veld was het een chaos. Spelers van Spartakos moesten dansen en springen om de aanslagen op hun ledematen te ontwijken, terwijl ze probeerden de voetballende superioriteit, die ons in de eerste helft zo goed had gediend, te herwinnen. Maar het spel was veranderd; het ging niet langer alleen om voetbal, het was een overlevingsstrijd geworden. Het dieptepunt was een clash tussen Ewald en de Argentijn Melluso op het middenveld. De rappe Duitser was gelanceerd voor een steekballetje van Maisuradze, maar zijn opmars werd gestuit door een professionele overtreding van de Argentijn, die hem met de schouder opving. Het was een ogenschijnlijk onschuldige botsing, zo'n moment waarop twee spelers net doen alsof ze meer op de bal letten dan op elkaar. Maar natuurlijk wist iedereen beter. De botsing escaleerde snel toen beide spelers opstonden. Ewald, die al enkele aanslagen ternauwernood had ontweken, stapte dreigend naar Melluso toe met een mimiek die leek te zeggen "Kom maar op als je durft". Melluso, die nooit een uitdaging uit de weg ging, reageerde met een soortgelijke houding, zijn borst vooruit duwend alsof hij Ewald met zijn lichaamstaal alleen al kon terugdringen. De gezichten van de mannen waren slechts centimeters van elkaar verwijderd, en de woordenwisseling die volgde was niet bepaald bedoeld voor gevoelige oren. Hun teamgenoten en de scheidsrechter, laatstgenoemde duidelijk geïrriteerd dat hij moest optreden als vredestichter, probeerden tussenbeide te komen. De handen van Ewald bewogen wild gesticulerend, terwijl Melluso, die een meester was in het provoceren, met opgetrokken wenkbrauwen en een grijns die zo irritant was dat het bijna een kunstvorm leek, bleef staan. Het opstootje, dat meer weg had van een slecht geregisseerde dans, trok de aandacht van iedereen in het stadion. Uiteindelijk, na wat leek op een eeuwigheid maar slechts enkele spannende minuten duurde, werd de orde enigszins hersteld. De scheidsrechter deelde een gele kaart uit aan Melluso als souvenir van het incident, en het spel werd hervat, maar de energie en de spanning bleven nog lang voelbaar. In de tussentijd, langs de zijlijn, keek ik toe, mijn armen gekruist, mijn blik zo strak als het gevoel in mijn maag. Dit was niet het voetbal waarvan ik hield, maar het was het spel dat nu gespeeld moest worden. Met elke nieuwe overtreding, met elke kaart die werd getoond, met elke schreeuw van pijn of woede, werd de overwinning zowel zoeter als bitterder. Terwijl ik toekeek hoe mijn team vocht, niet alleen voor de overwinning maar voor hun eigen veiligheid, wist ik dat deze wedstrijd, hoe hij ook zou eindigen, ons lang zou bijblijven, gegrift in ons geheugen met de donkere inkt van strijd en weerstand. ~ = = = = = ~ Reacties en dergelijke.
  7. Het seizoen is afgelopen. Tweede achter een ongenaakbaar Internazionale, maar wel 93 punten gehaald. Daar word je normaal gesproken kampioen mee. Wel een beker gepakt.
  8. Ik vind de haarlijn van Al-Subhi wel bijzonder.
  9. Nom de Guerre

    FM Café

    Een blessuregolf in januari en de titel is uit zicht aan het raken.
  10. Geen idee of de titel een optie is. Inter heeft een betere aanval en een betere achterhoede, dus normaliter is het dit seizoen nog te vroeg. We komen er wel, het kost alleen wat tijd.
  11. CLXXVIII. Pafos; de rust Terwijl de spelers een voor een de kleedkamer binnenstrompelden, glanzend van zweet en bekleed met de glorie van hun tot dusver spectaculaire prestatie, zat ik daar, een beetje verloren in mijn eigen gedachten, piekerend over de juiste woorden. Het is merkwaardig, inderdaad, hoe complex het kan zijn om de juiste woorden te vinden, zelfs als de stand op het scorebord het rechtvaardigde om achterover te leunen en te ontspannen met een sigaar en een biertje. Wat zeg je tegen een ploeg die, tegen alle verwachtingen in, de gedoodverfde favoriet in een grote finale op een schier onoverkomelijke 3-0 achterstand heeft gezet? "Lekker bezig, jongens" leek inderdaad te zwak, bijna beledigend in zijn nonchalance, terwijl een stortvloed van lof en bewieroking het gevaar zou kunnen meebrengen dat ze te zelfgenoegzaam zouden worden, tevreden in hun voorsprong, wat in de tweede helft fataal kon zijn. Het is een delicate dans, die van een coach in de rust van zo'n wedstrijd, waarbij je de balans moet vinden tussen erkennen en aansporen, tussen vieren en waarschuwen. De kleedkamer was gevuld met een rumoer van opgewonden stemmen, een bijenkorf van activiteit waarin iedereen nog nasudderde van de eerste helft, maar mijn geest was ergens anders, verzonken in strategische overwegingen. Voordat ik ook maar een woord kon uitbrengen, barstte Vassilis het kleedlokaal binnen, zo extatisch en energiek alsof hij persoonlijk een halve krat El ϸousto naar binnen had gewerkt. Zijn woordenstroom was een waterval van verwondering en verbazing: "Fuckin'- What the fuckin'. Fuck. Who the fuck fucked this fucking... How did you fucking fucks... FUCK!" Zijn uitbarsting, hoewel royaal doorspekt met krachttermen, brak de spanning op een manier die niets anders had gekund. Plotseling grijnsde iedereen van oor tot oor, terwijl langzaam het besef doordrong van wat we zojuist gepresteerd hadden. Ewald, nooit iemand die een kans om droog te reageren voorbij liet gaan, reageerde met zijn kenmerkende Teutoonse onderkoelde stijl: "Vell, zat really showcases ze diversity of ze word, ja?" Zijn opmerking, die hij uitsprak met een uitgestreken gezicht en een perfect getimede pauze, maakte de meeste jongens aan het lachen. De sfeer in het kleedlokaal, eerst nog geladen met de zware lucht van anticipatie en nerveuze energie, was nu volledig omgeslagen. Wat eerst een bastion van gespannen focus was, voelde nu aan als de achterkamer van een kroeg waar een onverwachte overwinning op het punt stond grondig gevierd te worden. Vassilis, nog steeds hijgend alsof hij net een marathon had gelopen, sloeg een hand op mijn schouder, zijn ogen twinkelden van de adrenaline en voldoening. "Man, what a game," zei hij, zijn stem schor van het geschreeuw. "If we keep playing like this, it really can’t go wrong for us, right?" Zijn vraag was retorisch, maar het zette de toon voor de rest van de pauze. Ik keek rond, zag de bezwete gezichten, de opengevallen monden nog half in een lach, en wist dat dit de momenten waren die je voor altijd bijbleven, of je nu wilde of niet. Dit was meer dan voetbal; dit was een verhaal dat we samen schreven, een herinnering die we samen etsten in de eeuwigheid van ons collectieve geheugen. Met een laatste blik op mijn horloge wist ik dat het tijd was om de focus terug te brengen. Ik schraapte mijn keel, de stilte die volgde was haast tastbaar. "Gentlemen, your play has been nothing short of phenomenal so far," begon ik, mijn stem gemeten om geen enkele emotie te verraden die niet berekend was. "But," en hier pauzeerde ik, zodat het woord in de lucht hing als een guillotine boven het hoofd van een veroordeelde, "it’s not over yet. Three-nil is a beautiful score, but only if it holds until the final whistle." Ik keek rond, ving hun blikken, sommige nog steeds verhit van de inspanning, andere al koel van de opkomende realisatie. "This lead gives us control, yes, but it’s also a test—a test of your focus, your professionalism. We need to stay sharp, fight for every ball as if the score is 0-0." De boodschap was duidelijk, en terwijl ik sprak, zag ik hoe de raderen in hun hoofden begonnen te draaien, de realisatie dat dit inderdaad de realiteit was, dat overmoed onze grootste vijand kon worden. Het was mijn taak als coach om ze geaard te houden, geworteld in de realiteit dat een voetbalwedstrijd—vooral een finale—vol verrassingen kan zitten. "We keep up the pressure, we keep playing as we started. No complacency, no self-satisfaction. We are Spartakos, and we have forty-five minutes to go." Mijn stem steeg, vol vuur nu, de tactische kalmte vervangen door de passie van een man die gelooft in het onmogelijke, dat op de rand staat van het tastbare. ~ = = = = = ~ Reacties en dergelijke.
  12. CLXXVII. Pafos; de kers op de taart Met het tikkende geluid van de tijd die wegglipte als een aftellende bom in een thriller, brak er een moment aan waarop elke seconde zwaarder woog dan een loodzware steen. Chanturia, onze vinnige vleugelspeler, wiens dribbels soms meer op danspassen leken, was bezig met een wanhopige poging om zijn bewaker te omspelen aan de zijlijn. Met een paar schijnbewegingen die meer geschikt zouden zijn voor een stierenvechter, dreef hij zijn tegenstander tot wanhoop. De verdediger, met de elegantie van een dronken zeeman, zag zich genoodzaakt de bal in een laatste reflex over de achterlijn te glijden. Een hoekschop, met nog maar een flinterdunne minuut blessuretijd op de klok. Het was zo'n moment waarop je als coach je waarde kon bewijzen, of je kon falen als een generaal wiens plannen in rook opgaan. Ik stond daar, aan de zijlijn, mijn armen zwaaiend als een molen in een zware storm, mijn spelers dirigerend. "Go on, get in there!" schreeuwde ik, mijn stem gespannen van de urgentie. Alle kopsterke spelers werden naar het front gestuurd, de voltallige Spartakosluchtmacht kwam in actie. Dit was het moment waarop helden geboren werden, in de donderende arena van het beslissende gevecht. Onze verdedigers, normaal de stille bewakers van de achterhoede, transformeerden nu in de speerpunten van onze aanval. Met de zwaarte van het moment op hun schouders, liepen ze naar het strafschopgebied van Pafos, hun gezichten strak van concentratie, hun harten bonzend als trommels in de nacht. De hoekschop zelf was meer dan een routineuze trap; het was een lanceerplatform voor de laatste aanval, een vuurpijl die klaar stond om afgeschoten te worden in de donkere hemel van de wedstrijd. Ik keek toe, mijn adem ingehouden, mijn handen gebald tot vuisten, terwijl onze specialist zich over de bal boog. De zwaai van zijn been was als het strijken van een dirigent zijn stok, de bal draaide door de lucht, een draaiende meteoriet op weg naar zijn bestemming. Terwijl de bal door de lucht zoefde, leek de tijd even stil te staan. Elk paar ogen in het stadion volgde de zweefvlucht van de bal, elke supporter hield zijn adem in. Dit kon het moment van de definitieve knockout zijn, de uppercut die het gevecht zou beslissen. Als we het goed uitspeelden, als het universum ons gunstig gezind was, zou deze bal het begin zijn van een explosie van vreugde voor Spartakos, een vreugde die zou echoën in de harten van onze fans, lang nadat de laatste fluit had geklonken. De bal vloog door de lucht, over de hoofden van vriend en vijand, een perfecte parabool beschrijvend tegen de avondhemel van Nicosia. Maisuradze, die zich enigszins afzijdig had gehouden van het gewoel in het strafschopgebied, had zijn positie ingenomen buiten de zestienmeter. Zijn ogen volgden de bal met de intensiteit van een roofdier dat zijn prooi in het vizier heeft. Toen de bal daalde, leek de tijd te vertragen. Irakli berekende de baan van de bal, zijn lichaam al in beweging voordat zijn brein de commando’s volledig had verwerkt. Hij bewoog met een elegantie die zijn voetbalintelligentie en technische vaardigheid tentoonspreidde, en net op het moment dat de bal binnen bereik kwam, leek het alsof de hele wereld zijn adem inhield. Met een beweging die zowel brutaal als adembenemend was, nam hij de bal op de volley. Zijn rechtervoet zwaaide door de lucht, raakte de bal vol op de wreef, en stuurde deze met een ongelooflijke snelheid en precisie terug naar het doel. De bal sloeg in het net voordat de keeper goed en wel kon reageren, een staaltje van pure voetbalkunst dat alleen door de allergrootsten kan worden uitgevoerd. De mimiek van Irakli na het doelpunt was een studie waard: een mix van triomf en nonchalance, alsof hij zelf maar half geloofde dat hij zoiets subliems had gepresteerd. Zijn armen spreidde hij uit, een held uit een Grieks epos waardig, terwijl hij richting het plukje jubelende fans liep. 3-0, zo net voor de pauze. Ongeloof en vreugde, die twee tegenstrijdige emoties, duelleerden in de harten van iedereen die betrokken was bij deze bizarre voetbalshow. Wat gebeurde hier in vredesnaam? Het leek wel alsof de goden van het voetbal besloten hadden om alle voetballogica overboord te gooien en Spartakos een wonderbaarlijke avond te gunnen. De grote klok van het stadion tikte onverbiddelijk naar het einde van de eerste helft. De fans van Pafos, die eerst nog hun team met hoopvolle gezangen hadden aangemoedigd, staarden nu in verbijstering naar het spektakel voor hun ogen. Hun monden vielen open, alsof de onderkaak even een pauze nam van het bovenste deel. Hun gezichten waren studiemateriaal voor iedereen die geïnteresseerd is in de menselijke expressie van totale ontreddering. Aan de andere kant, de Spartakos-aanhang, die waarschijnlijk met niet meer dan een voorzichtige hoop op een goede afloop naar het stadion waren gekomen, waren nu getuigen van een voetbalmirakel. Hun vreugde kende geen grenzen. Mannen en vrouwen, jong en oud, ze sprongen op en neer, hun armen zwaaiend, hun keeltjes schor van het schreeuwen, een chaotische orkest van ongebreidelde blijdschap. Ik, de coach, stond aan de zijlijn, mijn handen op mijn hoofd, mijn brein racend om bij te benen wat mijn ogen zagen. Dit was het soort moment waarop je jezelf afvraagt of je misschien in een droom gevangen zit, een zoete, onmogelijke droom waaruit je niet wilt ontwaken. De tactieken die we hadden geoefend, de strategieën die we hadden gesmeed - het leek allemaal te convergeren in een perfecte storm van voetbalsucces. Het fluitsignaal voor de rust klonk, een bevrijdende adempauze in een tot dusver ademloze wedstrijd. De spelers van Spartakos jogden naar de kleedkamer, hun gezichten een mengelmoes van vermoeidheid en extase. In de kleedkamer zou ik ze terug moeten brengen naar de aarde, hen herinneren aan de tweede helft die nog gespeeld moest worden, maar voor nu, voor dit moment, was het moeilijk om niet mee te gaan in de roes van deze onverwachte voorsprong. 3-0 op slag van rust. Het was meer dan een voetbalwedstrijd. Het was een verhaal dat nog jaren verteld zou worden, een verhaal over underdogs en onverwachte helden, over ongeloof en vreugde die hand in hand gingen op een koel avond in een verlicht stadion. Wat gebeurde hier in vredesnaam? Wat het ook was, het was magisch. ~ = = = = = ~ Reacties en dergelijke.
  13. Triggerhappy. Belooft veel moois voor een hitman.
×
×
  • Create New...